Clubs ergeren zich aan volle agenda van volleybalploeg

BREMEN, 4 JAN. Topsport is veeleisend, vergt vele offers en volleybal al helemaal. De filosofie van Bert Goedkoop laat weinig ruimte open voor discussie. “Wie grenzen wil verleggen stuit onvermijdelijk op conflicten”, is de stellige overtuiging van de bondscoach van de nationale vrouwenploeg. “Zeker in Nederland”, klinkt het veelbetekend.

Goedkoop ergert zich al geruime tijd aan de sluimerende onvrede die bij veel clubs uit de eredivisie leeft. De bondscoach zou met zijn intensieve trainingsschema's en overvolle interland-agenda te veel beslag leggen op de toch al oververmoeide internationals en zo de club- en competitiebelangen verkwanselen. “Wij hebben een verschil van mening over de vraag wat topsport nou eigenlijk is en welke cultuur dat vereist”, concludeert Goedkoop.

Een week nadat de volleybalsters voor eigen publiek de Europese titel behaalden, verschenen de internationals begin oktober weer bij hun clubs voor de start van de nationale competitie. Het was het begin van een experiment dat op voorhand door beide partijen als een ideale situatie en een goede afspraak werd omschreven. Voortaan zouden de speelsters hun trainingsuren beurtelings èn in overleg afwisselen: 's ochtends bij het Nederlands team, 's avonds bij hun club of andersom.

In de praktijk verloopt de samenwerking allesbehalve vlekkeloos. De clubbelangen lijken onverenigbaar met die van het nationale team. De verenigingen klagen steen en been over overbelaste speelsters die bovendien maar zelden aanwezig zijn, waardoor de clubselecties nauwelijks op elkaar ingespeeld raken. “Al met al betekent dit zogenaamde experiment een verdere uitholling van de competitie en wordt het werken er voor een clubcoach bepaald niet makkelijker op”, zegt Appie Krijnsen.

De coach van VVC uit Vught, met vier internationals een van de hofleveranciers van het nationale team, maakt van de nood een deugd. Maar echt van harte gaat het niet, zegt Krijnsen. “Ik sta de laatste weken gemiddeld met maar vijf meiden in de hal. Voor een partijtje moet ik noodgedwongen een beroep doen op een stelletje mannen. Het enige voordeel is dat ik nu meer individuele aandacht aan anderen kan besteden. Toch blijf ik erbij dat de clubbelangen niet ondergeschikt zijn aan die van het nationale team, want anders kun je de competitie maar net zo goed meteen opdoeken.”

Alle commotie is terug te voeren op de overvolle agenda die de internationale volleybalbond de nationale topteams opdringt. Krijnsen: “Laten we eerlijk zijn: wie had nou rekening gehouden met die Europese titel? Niemand toch? Daardoor tellen de Nederlandse vrouwen opeens mee en moeten ze te pas en te onpas opdraven. Niet dat ik het ze niet gun, maar dat zijn wel de feiten.”

Omdat de bond het seizoensprogramma begin vorig jaar al vaststelde, kon geen rekening worden gehouden met eventuele kwalificatietoernooien. Zo moest vijf dagen na de eerste speelronde de competitie al weer worden stilgelegd omdat het nationale team voor vier weken naar Japan vertrok om deel te nemen aan de World Cup, het toernooi waar Nederland zich door de verrassende EK-zege plotseling voor had geplaatst. In een poging hen tegemoet te komen stelde de bond voor dat de clubs voortaan in onderling overleg mochten beslissen wanneer de uitgestelde duels ingehaald zouden worden. Gevolg is een scheefgetrokken beeld op de ranglijst en een heimelijk staaltje competitievervalsing.

Agnes Brunninkhuis, trainer-coach van landskampioen AMVJ, is milder gestemd dan collega Krijnsen uit Vught. “Achteraf kun je stellen dat we duidelijk onderschat hebben hoe zwaar en hoe lastig het allemaal zou worden. Zo'n toernooi in Japan, elf wedstrijden op topniveau in veertien dagen. Dat is niet niets natuurlijk. Voor ons is het te hopen dat ze zich de komende dagen in Bremen plaatsen voor de Spelen, dan hebben de clubs ook weer even wat adem.”

Zowel AMVJ als VVC moet de komende twee maanden een enorme hoeveelheid wedstrijden afwerken. Krijnsen: “Ik heb becijferd dat wij zeventien wedstrijden in 35 dagen moeten spelen. Competitie, beker en Europa Cup. Ik geloof dat we meer in het vliegtuig zitten dan in de hal.”

Pierre Mathieu vindt alle ophef “volstrekte onzin”. Volgens de coach van VC Ommen, de club van talent Elles Leferink, moet ruim baan worden gemaakt voor het nationale team. “Landsbelangen gaan altijd voor. Deze speelsters zijn bovendien een verrijking voor de Nederlandse competitie en een club mag de carrière van een speelster nooit dwarsbomen.” En voor wie het daar niet mee eens is: “Die moeten maar inventief zijn, speelsters uit het tweede bij het eerste betrekken bijvoorbeeld. Of net als wij buitenlandse speelsters aantrekken.”

Goedkoop is een soortgelijke mening toegedaan. Als het aan de bondscoach ligt zou hij nog liever vandaag dan morgen de internationals terugtrekken uit de competitie en hen naar het 'Bankras'-voorbeeld van de mannen ('88-'92) volledig vrijmaken voor Oranje. Een dergelijk model stond hem al veel eerder voor ogen, maar het plan strandde om financiële redenen. “Nu zijn we nog steeds zoekende naar de juiste formule. In mijn ogen vereist volleybal aan de wereldtop een full-profbestaan.”