Berlusconi wil val Dini, maar geen verkiezingen

ROME, 4 JAN. Heeft Silvio Berlusconi eindelijk begrepen hoe je politiek moet bedrijven? Of maakt hij rare sprongen omdat hij volledig in het nauw zit?

Een paar maanden geleden wist je wat je aan hem had: Verkiezingen, verkiezingen, verkiezingen. Het klonk wat monotoon, maar de boodschap kwam wel over. Berlusconi, een jaar geleden uit het zadel gewipt, wilde de Italianen zo snel mogelijk opnieuw naar de stembus hebben.

Nu zijn er exegeten voor nodig om het woord van de mediamagnaat voor gewone mensen te vertalen. Na overleg met zijn bondgenoten maakte Berlusconi gisteren bekend dat hij premier Dini volgende week ten val wil brengen, om hem mogelijk weer terug te krijgen als premier. Bovendien zegt hij dat hij nog steeds snel verkiezingen wil, maar dat de president dat niet goed vindt, en dat hij daarom streeft naar een brede coalitie die twee jaar de tijd moet nemen om een aantal problemen op te lossen.

Dat plan voor een bijna Kamerbreed kabinet heeft vriend en vijand verrast. Maandenlang was Berlusconi de man van de confrontatie, onder het motto dat het contrast meer duidelijkheid biedt. Nu opent hij zijn armen voor de Democratische Partij van Links (PDS), dezelfde 'communisten' die volgens een eerdere versie van Berlusconi alle tweede huizen willen wegbelasten en vadertje staat weer de baas willen laten spelen in de economie.

Laten we samen de grondwet veranderen om het land bestuurbaarder te maken en samen de verantwoordelijkheid nemen voor de harde bezuinigingen die nodig zijn om niet verder achterop te raken bij Duitsland en Frankrijk, was de kerstboodschap van Berlusconi.

Sommige kranten hebben deskundige hulp ingeroepen om deze ommezwaai te verklaren. De psycho-analist Vera Slepoj zegt dat Berlusconi is gerijpt. “Berlusconi was gewend een absolute capo te zijn, om zonder tegenstand besluiten te nemen”, analyseert Slepoj. “Sinds hij de politiek is ingegaan heeft hij een ander beeld gekregen van de werkelijkheid en heeft hij gezien dat die bestaat uit tegenstellingen die verzoend moeten worden. Langzaamaan is hij zich aan het aanpassen.”

Dat moet nog worden bezien. Belangrijker is dat het Berlusconi om drie redenen goed zou uitkomen als er een tijdje geen verkiezingen komen. Over twee weken begint in Milaan het proces tegen hem wegens corruptie. Daarnaast moet later dit jaar een deel van zijn media-imperium naar de beurs worden gebracht. Dat is een gecompliceerde operatie die hem uiteindelijk in staat moet stellen om te verklaren dat het probleem van belangenverstrengeling niet meer speelt omdat hij geen absolute meerderheid meer bezit. Bovendien koestert Berlusconi de stille wens dat zo'n brede coalitie met een vorm van amnestie een streep zet onder de meeste smeergeldzaken, zodat hij eindelijk de justitie van zijn rug af kan schudden.

President Scalfaro, die verkiezingen zo lang mogelijk wil uitstellen, sprak in zijn oudejaarstoespraak dankbaar zijn zegen uit over Berlusconi. De PDS reageert nu eens voorzichtig positief, dan weer licht afhoudend. Maar vriend en vijand waarschuwen dat Italië dreigt te vervallen in een oude fout: proberen alles en iedereen te verzoenen. Het spookbeeld van het consociativismo duikt weer op: er is geen onderscheid tussen regering en oppositie, iedereen krijgt wat, niemand controleert en niemand is direct verantwoordelijk.

Zelfs de familiekrant vindt het niks. Een brede coalitie “zou voor Berlusconi politieke zelfmoord zijn”, schreef Il Giornale, de Milanese krant die Silvio heeft overgedaan aan zijn broer Paolo. Links zou het beschouwen als een teken van zwakte en Berlusconi langzaam gaar koken.

Berlusconi's plan staat haaks op de weg die de Italiaanse kiezers in 1993 zijn ingeslagen toen zij met een overweldigende meerderheid kozen voor verandering van de kieswet. Een meerderheidsstelsel zou uitzicht moeten bieden op regelmatige wisselingen van de macht, zonder de politieke stagnatie die het gevolg was van een alles dominerend politiek centrum.

Daarom wil de Nationale Alliantie, de voormalige neofascisten, er niets van weten, net zo min als Romano Prodi, de voormalige christen-democraat die is aangewezen als de kandidaat-premier van links. Prodi voelt zich sterk en wil de handschoen tegen Berlusconi opnemen, maar hij steunt op de PDS, die aarzelt en aarzelt. De troepen willen hun generaal niet volgen, en die is te vriendelijk en zachtaardig om iedereen desnoods met harde hand in het gareel te dwingen.

De problemen die Berlusconi op tafel legt, zijn ernstig genoeg. Het gaat om vergroting van de slagkracht van het kabinet, betere taakafbakening tussen de Kamer van Afgevaardigden en Senaat, meer garanties voor een machtenevenwicht - Berlusconi's tegenstanders zetten ook maatregelen tegen belangenverstrengeling en monopolievorming op dat lijstje.

Dat de grondwet moet veranderen, wordt weinig bestreden. In de huidige Italiaanse staatsinrichting krijgt het parlement ook bij het dagelijkse beleid zo'n zwaar accent dat dit vaak de uitvoering van beleid bemoeilijkt. Bovendien is de grondwet niet aangepast na de verandering van het kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging in een meerderheidsstelsel. In het laatste systeem zijn extra garanties nodig dat de winnaar niet probeert met 51 procent van de stemmen de absolute macht naar zich toe te trekken, zoals Berlusconi op sommige punten probeerde toen hij vorig voorjaar premier werd.

Vraag is alleen of vorming van een brede coalitie de beste manier is om die problemen op te lossen. Afgelopen zomer zijn de partijen ook hierover gaan praten, maar dat leverde helemaal niets op. Waarom zouden ze het nu wel eens worden?

Dat vraagteken is nog groter bij het tweede argument van Berlusconi, de aansluiting bij Europa. De onrust in Frankrijk is een duidelijke waarschuwing voor Italië, dat nog veel harder moet bezuinigen om mee te kunnen doen met de Economische en Monetaire Unie (EMU), ook als het land zich pas in een tweede fase zou aansluiten bij de kopgroep. Wie die klus moet klaren, zal op massaal verzet stuiten, waarschuwt Berlusconi. Maar op het gebied van bezuinigingen zijn de meningsverschillen zo mogelijk nog groter dan ten aanzien van een nieuwe grondwet.

Berlusconi lijkt het spoor bijster. Uit de faxen op de kantoren van zijn partij, Forza Italia, glijdt de ene na de andere boze brief van aanhangers die vinden dat Berlusconi moet terugkomen op zijn plannen voor christen-democratische verbroedering. Dat deel van zijn kiezers wil een open politiek gevecht. Dat protest zal Berlusconi hebben gesterkt in zijn voornemen om Dini ten val te brengen. De kans dat hij daarin slaagt, is groot, want ook de communisten en de kleine Groene partij willen een streep zetten onder het zakenkabinet. Maar de suggestie voor een brede coalitie, mogelijk opnieuw onder leiding van Dini, laat zien dat Berlusconi plotseling geen trek meer heeft in nieuwe verkiezingen. Kennelijk is hij bang dat gevecht te verliezen.