Belastingdruk gemeenten gaat snel omhoog

DEN HAAG, 4 JAN. De belastinginkomsten van Nederlandse gemeenten zullen in 1996 veel harder groeien dan die van de rijksoverheid.

Met name inkomsten uit de parkeergelden nemen sterk toe. Dit blijkt uit voorlopige gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De opbrengst van de gemeentelijke heffingen zal in 1996 volgens de gemeentebegrotingen 9,2 miljard gulden bedragen. Dit is 7,6 procent meer dan in 1995. De helft (4,4 miljard gulden) bestaat uit belastingen, de rest uit retributies, zoals rioolrechten, bouwleges en parkeergelden. De belastinginkomsten groeien met 6 procent, de overige heffingen met ruim 9 procent. De belastingontvangsten van de rijksoverheid zijn begroot op 159,9 miljard gulden, een toename van 2,9 procent ten opzichte van vorig jaar.

De onroerend-goedbelasting levert de gemeenten dit jaar het meeste geld op, namelijk 4,2 miljard gulden. Een toename van 6,1 procent. De snelst groeiende inkomstenbron vormen echter de parkeergelden. Deze nemen met 25,9 procent toe tot 433 miljoen gulden. Vorig jaar nam deze inkomstenbron al met hetzelfde percentage toe. Tien jaar geleden werd door de gemeenten 94 miljoen gulden per jaar aan parkeergeld opgestreken. De toename van parkeergelden vindt met name plaats bij de grote gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners. De milieuheffingen leveren in 1996 naar verwachting 3,5 miljard gulden op. Daarmee is het na de onroerend-goedbelasting voor woningen en bedrijfspanden de grootste inkomstenbron. Steeds meer gemeenten slagen er volgens het CBS in om de milieu-uitgaven volledig te dekken uit eigen inkomsten. Daardoor vlakt de groei van deze inkomstenbron, die in 1992 nog meer dan 25 procent bedroeg, af. Sinds 1990, toen in totaal 5,2 miljard gulden aan belastingen en heffingen werd geïncasseerd, zijn de gemeentelijke heffingen bijna verdubbeld.

Een belangrijk deel van de groei van de eigen inkomsten wordt volgens het CBS veroorzaakt doordat gemeenten anticiperen op veranderingen bij het gemeentefonds. Via dit fonds verschaft het rijk de gemeenten het leeuwedeel van de benodigde financiën. Vanaf 1997 zullen de gemeenten echter voor een groter deel zelf voor inkomsten moeten zorgen. Gemeenten die zelf voor te weinig eigen inkomsten zorgen ontvangen een lagere uitkering uit het fonds. Daarmee dwingt het rijk in sommige gemeenten belastingverhoging af. Om grote schokken in de ontwikkeling van de belastingtarieven te voorkomen verhoogt een aantal gemeenten al in 1996 de eigen inkomsten. In enkele gemeenten zijn hertaxaties van onroerend goed verantwoordelijk voor een hogere opbrengst.