Ballet Waterzooi in Muziektheater; Maguy Marin wil eenvoud en toegankelijkheid

In de meeste van haar balletten heeft Maguy Marin zich een politiek geëngageerd choreografe getoond. Maar met Waterzooi, haar voorlaatste produktie die vanavond de Nederlandse première beleeft, wil ze een sfeer van objectiviteit creëren.

Waterzooi van La Compagnie Maguy Marin is te zien in Het Muziektheater, Amsterdam op 4, 5 en 6 januari.

AMSTERDAM, 4 JAN. De titel van de nieuwe, avondvullende produktie van de Franse choreografe Maguy Marin (44), Waterzooi, is een Vlaams gerecht. Een allegaartje van groenten en stukken vlees, dat iets tussen soep en stoofpot in oplevert. De metafoor bevat alle ingrediënten die het werk van de choreografe bepalen. Traditie, eigenzinnigheid, en een zekere losheid, het zit er allemaal in.

Maguy Marin heeft het druk. Een gesprek met haar kan alleen plaatsvinden per telefoon, tussen een geplande reis naar Sarajewo en het instuderen van een stuk bij de Parijse Opera in. Vermoeid legt ze uit wat ze in Sarajewo wilde gaan doen: “In het kader van een georganiseerde reis, waaraan een aantal kunstenaars zouden deelnemen, zou ik rond kerst een aantal dagen in Sarajewo doorbrengen. Ik wilde met eigen ogen zien hoe de toestand daar nu is, en wat ik voor de mensen daar kon doen. De reis werd op het laatste moment afgelast, het is me nog steeds niet duidelijk waarom. Mijn vermoeden is dat de Franse overheid er verantwoordelijk voor is.”

Vorig jaar nam Marin, samen met een aantal andere Franse kunstenaars, waaronder Ariane Mnouschkine, deel aan een hongerstaking met als doel de afwachtende internationale gemeenschap te mobiliseren. “Politiek is belangrijk voor me, ja, hoe ouder ik word, hoe meer ik me medeverantwoordelijk voel voor de dingen die ik om me heen zie gebeuren, of dat nou de Franse kernproeven op Mururoa zijn of de oorlog. Als kunstenaar voel ik me verplicht een standpunt in te nemen en dat uit te dragen, niet alleen in mijn werk maar ook door iets te dóen. Ik geloof dat het wel degelijk zin heeft om me in te zetten..”

Maguy Marin begon op achtjarige leeftijd met een klassieke balletopleiding; na voltooing vertrok ze naar Brussel, naar de door Maurice Béjart opgerichte school voor moderne dans Mudra, waar lessen in muziek, theater en dans integreerde en waarin nadrukkelijk plaats was voor niet-westerse invloeden. Marin wendde zich af van het academische ballet. Terwijl in de klassieke dans wordt gestreefd naar uniformiteit, wordt haar werk juist gekenmerkt door een grote heterogeniteit: haar dansers zijn kort en lang, jong en ouder, alles door elkaar. “Ik hou van een mengelmoes, ook cultureel; dat werkt verrijkend.”

In Nederland werd Maguy Marin vooral bekend met haar dikke-mensenballet Groosland. Gehesen in schuimrubberen kostuums veranderden twintig ranke dansers in een groep gezellige dikkerds, die zich op de tonen van Bachs Brandenburgse Concerten met koddige pasjes over het toneel bewogen. Het is één van de minst geëngageerde van haar stukken.

Marin schopt graag tegen heilige huisjes. Met haar spektakel Eh, qu'est ce que ça m'fait a moi!?, hier gebracht onder de titel Nou èn...!, dat ze maakte ter gelegenheid van de viering van het Franse Bicentennaire, stak ze de draak met de in haar ogen pompeuze en zelfgenoegzame herdenking van de Franse revolutie. Tot grote ergenis van zowel critici als publiek.

Het werk van Maguy Marin gaat over menselijk gedrag, van het primitiefste tot het door haar steevast belachelijk gemaakte overbeschaafde. Haar meest recente stukken, Waterzooi (1993), nu te zien in het Muziektheater, en Ramdam (1995) hebben echter een andere toon dan eerdere producties. “Ik ben op zoek naar een ander gevoel, het mag allemaal wat minder wild en minder direct. Een beetje beschaving kan geen kwaad”, zegt ze met een lachje. In Waterzooi maakt ze gebruik van teksten uit werken van Rousseau en Descartes. “Die eeuwenoude teksten en dat plechtige taalgebruik creëren een sfeer van objectiviteit; je onderwerp van een afstandje bekijken en vervolgens analyseren. Dat is waar ik nu naar op zoek ben.”

In haar laatste produktie Ramdam, een verbastering van het woord ramadan dat feestvieren betekent, gaat het om communicatie. “We kunnen tegenwoordig iedereen overal bereiken, maar wordt er nog wel iets gezegd? Non-informatie, zinloze weetjes, dat wisselen we uit. Mensen faxen de hele wereld over maar ze gaan niet meer naar hun buurman voor een kopje suiker, vaak kennen ze hun buren niet eens. De stakingen laatst legden heel Frankrijk stil, maar het mooie was dat we elkaar weer even nodig hadden. We zijn zo bang voor elkaar geworden dat we elkaar op straat niet eens aan durven kijken. Maar toen werd er weer gepraat en wildvreemden stapten bij elkaar in de auto.”

“Wat me verder bezig houdt, is hoe je dans, theater en muziek kunt laten samensmelten tot één geheel. De eeuwenoude tradities in dorpen in Afrika en Azië inspireren me; daar gaan zang en dans nog op een vanzelfsprekende manier samen. In het Westen is de dans een steeds gespecialiseerder kunstvorm geworden, afgesneden van de traditie waarin ze is ontstaan. De virtuositeit waarmee de danskunst tegenwoordig op het podium gebracht wordt is fantastisch om naar te kijken, maar staat ver van gewone mensen af. Kunst mag niet verdwijnen uit het dagelijks leven.”

Marin houdt met haar nieuwe voorstellingen een pleidooi voor eenvoud: “Ik wil nog verder weg van de virtuositeit en technische beheersing als doel op zichzelf, dat is voor mij niet waar het om draait. Wat mij boeit is het ambachtelijke, folklore. Daar zit een element van amateurisme in dat zou ik op het toneel willen laten zien. Mijn werk moet toegankelijk zijn. Niet in de zin van makkelijk, maar het moet mogelijk zijn om complexe thema's zó te brengen, dat het mensen niet afschrikt. Het idee, dat mensen die mijn stuk zien kunnen denken: 'Dat kan ik ook', vind ik zo gek nog niet.