AT&T kampte al jaren met een overschot aan personeel

ROTTERDAM, 4 JAN. Het ontslag van 40.000 werknemers bij het Amerikaanse telecommunicatieconcern AT&T, dat deze week werd aangekondigd, toont aan dat het concern al jaren te veel mensen in dienst heeft. “AT&T kampt al jaren met een personeelsoverschot en dat wordt door de aangekondigde opsplitsing van het bedrijf in drie delen alleen maar duidelijker. Blijkbaar kan AT&T efficiënter werken”, zegt S. Vrolijk, telecommunicatie-analist van ING Barings.

Het telecommunicatiebedrijf maakte vorig jaar september bekend de bedrijfsvoering te zullen opsplitsen in drie afzonderlijke ondernemingen, één voor telefoondiensten, één voor telecommunicatie-apparatuur terwijl het computerbedrijf wordt afgestoten. Dat dit banen zou gaan kosten, had AT&T al becijferd. In oktober dacht het concern dat 20.000 van de totaal 303.000 werknemers de komende jaren hun baan zouden verliezen. Begin deze week moest het concern echter melden dat de reorganisatie het dubbele aantal banen gaat kosten. Bij de produktie van apparatuur verdwijnen 23.000 arbeidsplaatsen, terwijl bij de telefoniediensten 17.000 banen worden geschapt.

De opsplitsing is volgens Vrolijk vooral bedoeld voor de beleggers die na de reorganisatie in plaats van op één bedrijf in de aandelen van de drie kleinere kunnen speculeren. “Dat betekent ook dat de drie ondernemingen tegen lage kosten moeten produceren, omdat anders geen enkele belegger geïnteresseerd is. Doordat de drie bedrijven afzonderlijk de beurs opgaan wordt duidelijk dat de kosten veel te hoog zijn en dat eigenlijk ook al jaren waren.” Het concern heeft bijvoorbeeld alleen al zesduizend man in dienst om het interne telefoonsysteem te onderhouden. Voor het computersysteembeheer zijn er vijfduizend man in dienst en 3.200 mensen beheren het onroerend goed. Volgens analisten is dat in verhouding tot andere telecommunicatiebedrijven veel te hoog.

AT&T, opgericht in 1885 - negen jaar nadat de telefoon werd uitgevonden - heeft jarenlang een monopoliepositie op de Amerikaanse markt gehad, maar moet zich nu opmeten tegen concurrenten als MCI en Sprint. “Omdat MCI en Sprint relatief jonge bedrijven zijn, hebben zij zich met lage kosten ingevochten op de markt”, verklaart Vrolijk. Bovendien krijgt AT&T, een long distance operator, concurrentie van de regionale telefoonbedrijven. “Voorheen waren er in Amerika twee soorten telefoonbedrijven, de regionale en de landelijke. De regionale ondernemingen mochten geen telefoonlijnen hebben die heel Amerika dekte en andersom. Daar heeft de regering een eind aan gemaakt en nu mag elk bedrijf landelijke lijnen aanbieden. Voor AT&T betekent dit nog meer concurrentie”, verklaart Vrolijk. De twee andere landelijke aanbieders, MCI en Sprinter, hebben volgens hem van de nieuwe concurrentie veel minder last. “Zij leveren hun diensten tegen lagere prijzen en hebben een efficiëntere bedrijfsvoering.”

De reorganisatie heeft behalve kostenbeperking ook tot doel de inkomsten te vergroten. AT&T is de enige telefoonaanbieder in Amerika die ook de hardware maakt, zoals telefoons en schakelcentrales. “Weinig concurrenten van AT&T kopen echter produkten van het concern omdat het de concurrent is. Door een duidelijke scheiding tussen het telefoonbedrijf en het bedrijf dat de apparatuur aanbiedt, komt hier verandering in, denkt Vrolijk. De winsten die gemaakt worden op de apparatuur dragen immers niet meer bij aan de winst van de telefonie en dat zal de concurrenten op andere gedachten brengen.

Volgens communicatie-analist Vrolijk is de reorganisatie van AT&T echter niet verrassend. Door de sterke liberalisering van de wereldmarkt voor telefonie moeten ook andere telefoonaanbieders de kosten terugdringen. “Kijk maar naar PTT Telecom: daar worden ook banen geschapt. Het enige merkwaardige aan AT&T is dat het een zesde van het personeel op straat moet zetten om de concurrentie aan te kunnen”, aldus Vrolijk.

De reorganisatie speelt de bedrijfsvoering van AT&T nu al parten. In oktober daalde de kwartaalwinst van het wereldconcern van 1,05 miljard dollar tot 262 miljoen dollar omdat het een voorziening moest nemen voor de opsplitsing. De voorziening was bedoeld voor GIS, een AT&T-tak die computers maakt.