Amerikaanse vraagtekens

DIT JAAR STAAT IN het teken van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Het is een vrolijk, spannend en soms ook gemeen festival van moderne democratie. Het houdt de gemoederen bezig vanaf de eerste voorrondes in onbeduidende staatjes als New Hampshire tot aan de finale in november dankzij het wedstrijd-element, maar veel meer nog dankzij de symboliek van presidentsverkiezingen. Het is bij uitstek de manier van de Amerikaanse natie om zichzelf te definiëren. Met president Clinton maakte het land de sprong naar de baby-boom-generatie, met Clinton gaf het Amerikaanse publiek ook te kennen dat men weer geloofde in de taak en het belang van de overheid. Het was een natuurlijke reactie op twaalf jaar deregulering, privatisering en ontbureaucratisering.

Inmiddels heeft Clinton drie jaar geregeerd en inmiddels zijn de Democraten de meerderheid in het Congres kwijt. De politieke trend-signalen zijn verwarrend. In de peilingen ligt president Clinton voor op alle potentiële rivalen. Dat is in vergelijking met anderhalf jaar geleden weliswaar een klein godswonder, maar overigens zegt zoiets verder niet veel, want de belangrijkste constante in een Amerikaans verkiezingsjaar heet grilligheid. De beste Republikein op dit moment is de oude Bob Dole, een moedig man, maar zonder een duidelijk politiek-ideologisch program. TUSSEN DE Democratische president en het Republikeinse Congres is een bittere strijd gaande over de bezuinigingen, bitter vooral omdat het een gelegenheid bij uitstek is om verkiezingsprofiel te verwerven. Meer dan een kwart miljoen federale ambtenaren zit weer thuis, want de budget-blokkade verhindert hun uitbetaling. Republikeinse presidentskandidaten roepen triomfantelijk dat geen mens dat kwart miljoen mist. Ergo: er valt nog veel te snoeien bij de federale overheid. De president waakt vooral over de overheidssubsidies in de medische sector. Dat is weliswaar sociaal beschouwd een gotspe want het gaat vooral om subsidies aan bejaarden met een behoorlijk inkomen: een steen om de nek van de overheid. Politiek beschouwd is het daarentegen slim, want het armere deel van de Amerikanen gaat niet naar de stembus en de doelgroep die nu wordt bediend, beloont en bestraft massaal in het stemhokje.

Overigens lijkt een compromis nabij, want nadat alle betrokkenen hun publicitaire uitroeptekens hebben geplaatst gaat het leven verder: te lange verlamming schaadt alle kemphanen en doet de kansen van populistische buitenstaanders à la Ross Perot slechts toenemen. HOEWEL ER DUS aan het begin van het verkiezingsseizoen over kanshebbers weinig valt te voorspellen, tekent zich onder de oppervlakte wèl een wezenlijke verandering af. Het lijkt er volgens de peilingen van de laatste jaren op dat Amerikanen niet meer zozeer verdeeld zijn tussen hen die iets van de federale overheid verwachten en hen die diezelfde overheid voornamelijk als probleem beschouwen. De overheid als zodanig heeft geen legitimatie-tekort meer. Amerikanen zowel van Republikeinse als Democratische snit verschuiven hun loyaliteit van federaal naar staatsniveau. Een meerderheid wenst een verplaatsing van verantwoordelijkheden van Washington naar de staat, van president naar gouverneur, van Capitol Hill naar State Capitol.

De politieke vertaling van dit verlangen gaat voorzichtig. Zo liet het Huis van Afgevaardigden onlangs de maximum-snelheid voor auto's schieten - niet om van de autowegen voortaan racebanen te maken, maar simpelweg met het idee dat elke staat dat zelf wil regelen. In de omstreden begroting is een paragraaf opgenomen waarin de gezondheidszorg voor armen aan de staten wordt gedelegeerd. President Clinton verzet zich daar weliswaar tegen, maar het is weer wel een signaal in een langere ontwikkeling. VOOR SPEKTAKEL lenen zulke tendensen zich uiteraard niet. Verkiezingscampagnes gaan over betrouwbaarheid en inspiratie op het gezicht van de kandidaten en over de ideologische stemming in het land. In dit opzicht verschaft Amerika aan het begin van het jaar voornamelijk vraagtekens, zodat er goede hoop is dat de verkiezingen in elk geval aan een belangrijke voorwaarde zullen voldoen, namelijk dat ze spannend worden.