Aanschuifcolleges voor de senioren-student

Kosmologie, filosofie, chemische pathologie, maar ook 'werken aan computers' en 'broosheid in het goede'. Steeds meer hogescholen en universiteiten geven cursussen voor 50-plussers. Overzicht van een groeimarkt.

Komt het door het emotionele onderwerp 'De foetus als donor' of door het vuur van het debat. L. Smid (68) en zijn vriendin A. Kliphuis (67) discussiëren al twee uur lang over de juistheid van sommige medische handelingen. Samen met veertien andere belangstellenden van gevorderde leeftijd gaan ze op in het betoog van universitair docent W. Fiévez die zijn gehoor op indringende toon meesleept over medisch-ethische vraagstukken als abortus en euthanasie.

Al bij de eerste les, tien weken geleden, was Kliphuis gevallen voor de betoogtrant van haar docent. Als jarenlang praktizerend fysiotherapeute en afkomstig uit een medische familie voelt ze zich nauw betrokken bij discussies over het 'verantwoord handelen' door artsen. Toen ze hoorde dat de Seniorenacademie in Groningen met een cursus medische ethiek begon, heeft ze zich direct aangemeld. 'Ik heb mijn yoga er voor laten schieten.'

Al ongeveer tien jaar biedt de Rijksuniversiteit Groningen cursussen aan voor mensen boven de vijftig. Een inleiding in de psychologie, gegeven door studenten gerontologie als leerproject, legde in 1986 de kiem voor de eerste Seniorenacademie in Nederland. De inleiding trok 25 studenten naar de Groningse universiteit. Aangemoedigd door het succes werd in dat jaar besloten meer cursussen te geven voor ouderen.

Dit najaar zijn er circa 520 inschrijvingen, zestig meer dan in 1994. Van de cursisten is 58 procent vrouw, wat overeenkomt met het landelijke beeld dat vooral vrouwen op latere leeftijd hun vrije tijd besteden aan het volgen van hoger onderwijs. Een verklaring heeft coördinatrice G. Carr (55) van de Seniorenacademie niet. 'Misschien denken oudere mannen dat ze het allemaal al weten. En er zijn gewoon meer oudere vrouwen.'

Het programma van de academie is breed opgezet om een zo groot mogelijk publiek aan te spreken, met cursussen als Griekse tragedie: leven en kunst in het oude Griekenland, Neurologie en psychiatrie, Christus in de beeldende kunst, Haalt de Jazz de 21ste eeuw. Alle cursussen worden overdag gehouden. 'Veel ouderen gaan 's avonds liever niet over straat', zegt Carr.

Een cursus bestaat wekelijks uit een hoorcollege van ruim anderhalf uur, gevolgd door een werkcollege van twee uur. Hoorcolleges worden meestal gegeven door docenten van de universiteit. Werkcolleges staan onder leiding van net afgestudeerden of studenten die hun doctoraal afronden. De cursussen duren ongeveer tien weken en kunnen worden afgesloten met een tentamen.

Arbeidzaam leven

Bij de programmering wordt sinds twee jaar rekening gehouden met studenten 'die meer behoefte hebben aan systematiek in hun studie', vertelt Carr. Zij kunnen een leergang volgen: een reeks van negen cursussen op één vakgebied, zoals geschiedenis, psychologie of filosofie, die wordt afgesloten met een scriptie. Wie alle onderdelen met succes doorloopt, krijgt een 'Hovo'-diploma. Een symbolisch waardepapier, want aan het certificaat Hoger Onderwijs Voor Ouderen kunnen geen rechten worden ontleend.

Toch staan J. Hensen (74), A. Kruizinga (59) en R. Talens (65) klaar om in januari plaats te nemen in de collegebanken. Ze hebben alledrie al een lang en arbeidzaam leven achter de rug. Hensen werkte in de detailhandel, Kruizinga was radiologisch-laborante en cursusleider bij een opleiding in de gezondheidszorg en Talens werkte 27 jaar in het onderwijs en was wethouder in het Drentse Norg.

Talens besloot zeven jaar geleden geschiedenis te gaan studeren aan de Groningse Seniorenacademie. Vorig jaar schreef hij twee scripties, waarvan een over de binnenlandse politiek van de Amerikaanse president F. Roosevelt tijdens het interbellum. Hij kreeg in augustus vorig jaar als eerste 'oudere student' in Nederland een Hovo-bul uitgereikt.

Voor Talens is studeren een fulltime-bezigheid. Per week studeert hij veertig uur. 'Ik houd nu eenmaal niet van biljarten of kaarten. Wij Hovo'ers zijn een boude groep antiklaverjassers', vertelt hij na afloop van een werkcollege over de nieuwe wereldorde van Bush en over de jeugd van Clinton. 'Geschiedenis heeft me altijd geïnteresseerd. Toen ik wilde studeren kon dat niet door de oorlog. En na de oorlog moest er gewerkt worden aan de opbouw van het land.'

Een drukke baan en haar gezin met drie studerende kinderen hadden A. Kruizinga altijd ervan weerhouden verder te studeren. Toen haar werkgever twee jaar geleden een cursus Pensioen-in-zicht (PIZ) opperde, gezien het naderende functioneel leeftijdsontslag, was college lopen niet de eerste gedachte die bij haar opkwam, al was haar man juist aan een cursus aan de seniorenacademie begonnen. 'Mijn baas stimuleerde het idee van het volgen van een Hovo-cursus in plaats van zo'n PIZ-cursus. De opleiding voor radiologisch-laborante die ik heb gevolgd was volledig gericht op die functie. Niets ernaast, niets erbij. Want dat was niet relevant voor de uitoefening van die functie. Bij jonge collega's die ik later ontmoette, was dat anders. Die hadden brede interessen gekweekt tijdens hun opleiding.'

'In mijn omgeving hoor ik vaak: 'Joh, moet je nu nog zo nodig studeren'. Maar ik doe het vooral voor mezelf. Het is een prikkel. Je gaat na je arbeidzame leven weer nieuwe uitdagingen aan. Dit is een prettige manier om ouder te worden, vooral omdat je niet meer uit bent op economische lotsverbetering. Je kan de dingen die je nu leert in alle rust een plaats geven in het wereldbeeld dat je hebt gevormd.'

Voor Hensen lag de motivatie weer anders. De 74-jarige geschiedenisstudent ziet veel leeftijdgenoten 'suf' worden. 'Door het volgen van cursussen blijven mijn hersenen getraind.' Al in 1986 volgde Hensen zijn eerste cursus. Nu, veertien opleidingen later, zegt hij: 'Je komt in contact met een heel gemêleerd gezelschap: van oud-vakbondsman tot priester bij de Russische kerk, van wethouder tot onderwijzer.'

Olievlekwerking

Steeds meer ouderen nemen plaats in de collegebanken. 'Aanschuifcolleges' waar ouderen naast 'gewone' studenten plaatsnemen zijn al gemeengoed. Maar nu groeit ook het aantal inschrijvingen bij Hovo-instellingen. In totaal staan dit jaar achtduizend oudere studenten ingeschreven voor een cursus bij een van de twintig hogescholen en universiteiten. Twee jaar geleden waren dat er nog vierduizend. 'Er is een markt die we aanboren', zegt Th. Huigens, secretaris van Hovo-Nederland, het overkoepelend orgaan van hoger onderwijsinstellingen die seniorencursussen geven. 'Er is een olievlekwerking over het hele land.'

Er is volgens Huigens een nieuwe, 'derde levensfase' ontstaan in de leeftijdsgroep tussen de vijftig en tachtig jaar. De betaalde arbeid stopt eerder en mensen leven langer. 'Ouderen willen hun maatschappelijke belangstelling bevredigen door een studie op hoog niveau te doen', aldus Huigens. Hovo wil het algemeen welzijn van ouderen bevorderen, onder verwijzing naar participatie, emancipatie en inhalen van achterstand.

'Maar moet Hovo eigenlijk wel nuttig zijn', vraagt L. Stello (48) zich af in een reactie op de discussie die onlangs binnen Hovo-Nederland ontstond over het maatschappelijk belang van ouderenonderwijs. Stello is Hovo-coördinator aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, met 1.250 cursisten de grootste ouderenacademie. Lang was het voor ouderen roeien tegen de stroom van de vooroordelen, stelt hij. 'Gehoorapparaten, steunkousen, de zielige bejaarde vrouw achter de geraniums met op de achtergrond Jacques Brels Les vieux ne parlent plus. En de bejaarde man die na zijn pensioen in een berucht zwart gat valt.' Nu lijkt het beeld door te slaan naar de andere kant. 'In Amerika zeggen ouderen: 'We are no seniors, we are recycled teenagers'. Allerlei daar ontwikkelde termen doen ook hier opgang, zoals 'Weps' (Welgestelde positieve senioren) en 'Grampies' (Growing retired active monied people in excellent state).' Ook de opkomst van de Krasse Knarren, Geronto-provo's en Turbo-grijzen wijst er volgens Stello op dat er een beeld van hyperactieve ouderen wordt gecreëerd.

Stello wil zich onthouden van 'gewaagde futurologie', maar koestert wel een schrikbeeld: Hovo in dienst van een opgerekte en in tijd verlengde arbeidsmarkt. Voorlopig blijft het Hovo nog wat het is, een vorm van onderwijs die nog niet is overwoekerd door doelen buiten het onderwijs, zegt Stello. 'Misschien is het wel het meest academische onderwijs dat momenteel wordt gegeven. Er wordt van genoten en er is wèl tijd voor de academische ja-maar-vraag.'