Vogels op de wadden schrikken minder snel van menselijke soort

TEXEL, 3 JAN. Vogels in het Waddengebied schrikken minder snel op van menselijke activiteiten dan tien jaar geleden. Dit concludeert het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN) op het eiland Texel na onderzoek in opdracht van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij.

Het instituut wijst erop dat schuwe wadvogels mogelijk door eerdere verstoringen naar rustiger gebieden zijn vertrokken en dat hun 'tamme' soortgenoten zijn overgebleven. Een andere mogelijkheid is dat de wadvogels gewend zijn geraakt aan de verstoringen. Onderzoeker B. Spaans van het IBN concludeert, mede op basis van eerdere onderzoeken, dat wadvogels zich minder snel laten verstoren.

Gedurende 44 periodes van vier uur telde onderzoeker Spaans in totaal 431 verstoringen van wadvogels door zowel roofvogels als mensen. Deze laatste groep stoorde de vogels door bijvoorbeeld langs te varen met een schip, pieren te steken of wad te lopen. De onderzoekers namen de verstoringen waar op vluchtplaatsen voor hoogwater en kwelders aan de noordkant van Texel, op het Balgzand bij Den Helder, de Friese en Groningse kust, de Dollard en de kusten van Ameland en Schiermonnikoog.

Vogels die door roofvogels werden verjaagd, bleken eerder naar hun oorspronkelijke plaats terug te vliegen dan zij die door mensen waren opgeschrikt. Vogels op stille plekken bleken schuwer te zijn dan exemplaren die op plaatsen rusten en fourageren waar ze worden gestoord. Het tweejarig onderzoek maakt deel uit van een studie naar de effecten van menselijke activiteiten op zeehonden en de invloed van de recreatievaart op de natuur. Die pleziervaart is volgens onderzoeker Spaans vanaf 1972 gestaag toegenomen in het Waddengebied.

De wadvogels worden in verschillende gradaties gestoord. Vogels die bijvoorbeeld worden opgeschrikt door een pieresteker, kunnen stoppen met eten en alert blijven. Dat kan met name voor trekvogels ongunstig zijn, omdat ze hun 'vetreserves' moeten opbouwen door veel te fourageren. Wordt de vogel op kortere afstand en langer verstoord, dan vliegt hij op en keert vervolgens snel terug. De zwaarste verstoring leidt tot opvliegen en niet meer terugkeren.

De scholekster, overigens één van de minst schuwe vogels op het wad, laat zich al verjagen door drooggevallen boten of pierestekers binnen een afstand van driehonderd meter. De wulp, zilverplevier, roze grutto, bergeend en tureluur worden op langere afstand eerder opgeschrikt door mensen.