Verlies is de as waar alles in Leed der Gevoellozen om draait

Voorstelling: Leed der Gevoellozen III: Nazareth, Lourdes, Neerijnen door ELS Theater. Regie: Arie de Mol; vormgeving: Pieter Smit; spel: Kees Scholten, Ine Leytens, Luc van Esch, Heidi Arts, e.a. Gezien: 2/1 Theater Bellevue Amsterdam, aldaar t/m 6/1.

Het laatste deel van het drieluik Leed der Gevoellozen door theatergroep ELS begint met Nazareth: het verhaal van het leven van Jezus. Het is een woordloos verhaal. Acteurs in steeds wisselende poses verbeelden Jezus' geboorte, de kruisiging en alle wonderen die zich daar tussen voltrekken in een reeks tableaux vivants. De ultrakorte scènes die als dia's voorbij flitsen doen denken aan schilderstukken, het zijn beelden die zo vaak werden geschilderd en zo bekend zijn (Jozef en Maria op de vlucht in de woestijn; Johannes doopt Jezus; Jezus loopt over het water, enzovoort), dat elk commentaar overbodig is.

Verlies is de as waar het drieluik om draait. In het in 1994 vertoonde deel 1, een bewerking van Gorki's Zomergasten, behandelde de groep het verlies van emotionele waarden. In de daarop volgende bewerking van Shakespeare's Timon van Athene lag het accent op het verdwijnen van morele waarden. Religieuze armoede is als uitgangspunt gekozen voor het slotdeel.

Wie Nazareth, Lourdes, Neerijnen ziet, zal het een verwarrende gedachte vinden. De uit improvisaties ontstane, driedelige voorstelling lijkt immers niet zozeer de teloorgang van de spiritualiteit tot onderwerp te hebben, alswel de kracht die mensen uit het geloof kunnen putten. Vooral de delen twee en drie zijn hiervan sterke staaltjes.

Zo zien we in Lourdes een groep lamme gelovigen in devote afwachting van een onderdompeling in het heilzame water. Eén voor één worden ze met moeite in het hoge bad gehesen om er even later even veel moeite uitgetakeld te worden - het water heeft zijn werk dus niet gedaan. Sommige patiënten laten het kopje hangen, maar niet voor lang: volgend jaar proberen ze het gewoon opnieuw.

Niet duidelijk is wat de acht spelers, regisseur Arie de Mol en dramaturg Mart-Jan Zegers met dit - overigens niet ongeestige, wrange - deel voor ogen stond. Tonen ze compassie, of klinkt er spot en kritiek?

Ook Neerijnen roept dergelijke vragen op. In dit deel vertellen de acteurs de ongelofelijke waargebeurde geschiedenis van Jozef van den Berg, de poppenspeler met een roeping: als hij op een dag het licht heeft gezien verruilt hij huis en haard voorgoed voor een leven als kluizenaar naast een fietsenhok. Waar het geloof al niet toe kan leiden - is dat hier de vraag die wij ons geacht worden te stellen, of moeten we de zonderling laten voor wie hij is en ons hoofd schudden over de mensen die plotseling dwepen met de gelovige theatermaker en zich vergapen aan zijn ikonenverzameling?

ELS heeft veel tijd nodig voor een voorstelling waarin zo veel mistig blijft. Het lijkt erop dat men al improviserend steeds verder van het eigenlijke doel is afgedwaald. Onderweg gebeuren er weliswaar aardige dingen, het spel is licht, de verhalen zijn mooi, maar wat schieten we ermee op als we nooit ergens aankomen?

    • Noor Hellmann