Theo Bruins

Theo Bruins plays Béla Bartók, Arsis classics 95005

Theo Bruins (1929-1993) was een even begaafd als consciëntieus pianist. Zo gewetensvol zelfs, dat hij zijn speelwijze drastisch wijzigde toen hij bemerkte dat zijn techniek te kort schoot om de complexe pianoconcerten van Béla Bartók volledig meester te zijn. Dat dit moeizame en tijdrovende proces niet zonder resultaat bleef, is te beluisteren op een cd die is uitgekomen op het jonge label Arsis classics. In een uitgave van radio-opnamen uit de jaren 1965-1987 zijn de drie pianoconcerten van Bartók vastgelegd in dwingende interpretaties met Bruins als solist, en met het Residentie Orkest, het Concertgebouworkest en het Radio Filharmonisch Orkest als begeleidende partners.

Bruins was een musicus van internationale allure, wiens naam maar voor een kleine groep een begrip is. Omdat de composities waarin hij werkelijk geloofde - en dat waren er niet zo gek veel - door hem eindeloos werden ontleed, leek hij vaker te vinden in zijn studievertrek dan op het concertpodium, en heeft hij maar weinig opnamen gemaakt.

De cd met Bartók-concerten bewijst opnieuw dat intelligentie en analytisch vermogen niet ten koste hoeven gaan van een dwingende en meeslepende visie. In het Tweede pianoconcert - een opname uit 1965 - is te horen dat Bruins wat dat betreft een geestverwant was van Pierre Boulez, die het puntig en accuraat spelende Concertgebouworkest leidt. De snelle hoekdelen van de concerten zijn bij Bruins opzwepend en ritmisch precies; de langzame middendelen worden onder zijn handen navrante walsen met een langgerekte spanningsopbouw, die de lichtelijk storende neveneffecten van deze live-opnamen (gekuch, applaus, balans) snel doen vergeten. Deze cd mag met recht een hommage aan Bruins heten.