Temperatuur

Het is koud buiten, zeker niet meer dan twee graden Celsius, en door het raam zie je van alles wat precies even koud moet zijn. Stoepranden, lantaarnpalen, fietsen op een rij in het rek, een groene stadsprullebak - allemaal zeker niet meer dan twee graden Celsius.

Alleen mensen en dieren hebben het warmer, al schijnt dat voor insekten weer niet op te gaan; niet voor niets is de vlieg die nu buiten over het raam loopt een zeldzame verschijning voor de tijd van het jaar. Beide vleugels zijn dicht over elkaar gevouwen en door een vergrootglas aan deze kant van het raam kun je goed zien hoe hij rondstapt, op zes zwarte poten met de voeten opzij. Af en toe houdt hij stil en plet zijn zuigsnuit als een trompet tegen het glas, of hij poetst kop en vleugels wel een minuut achter elkaar - om zich ten slotte flink schrap te zetten en prompt weg te vliegen, meteen ver uit het zicht: en dat alles op niets meer dan twee graden Celsius.

    • Hedda Martens