Pensioenfonds PGGM biedt ook polis kosten van ziekteverzuim aan

ROTTERDAM, 3 JAN. Het pensioenfonds PGGM breidt zijn verzekeringspoot verder uit. Naast levensverzekeringen gaat het pensioenfonds vanaf dit jaar tevens verzekeringen aanbieden tegen de kosten van ziekteverzuim. Het pensioenfonds ABP maakte gisteren bekend eveneens een eigen verzekeringsmaatschappij op te richten.

De verzekeringsplannen van PGGM zijn een reactie op de aangekondigde afschaffing van de Ziektewet. Na de privatisering van deze wet, waarmee de Eerste Kamer nog moet instemmen, worden werkgevers verplicht om zieke werknemers gedurende 52 weken ten minste 70 procent van het loon door te betalen. Werkgevers kunnen er voor kiezen dit risico deels of volledig bij een verzekeraar onder te brengen.

Volgens PGGM willen veel zorg- en welzijnsinstellingen de loonkosten van zieke werknemers bij een verzekeraar onderbrengen. Voor deze werkgevers heeft het pensioenfonds nu een speciale verzekeringsdochter opgericht, Altis Schadeverzekeringen. “Het pensioenfonds PGGM biedt werkgevers in de sector zorg en welzijn nu ook de mogelijkheid om de risico's die ontstaan na afschaffing van de Ziektewet, dicht bij huis af te dekken”, zei directie-voorzitter drs. D.J. de Beus gisteren in zijn Nieuwjaarstoespraak. PGGM is via dochter Altis levensverzekeringen al geruime tijd actief op de verzekeringenmarkt.

Ook het ambtenarenpensioenfonds ABP, dat met ingang van 1 januari 1996 geprivatiseerd is, gaat verzekeringen aanbieden. Directievoorzitter drs. J.W. Neervens maakte gisteren officieel de oprichting van dochter ABP-Verzekeringen bekend. Voorlopig zal deze dochteronderneming alleen aanvullende levensverzekeringsprodukten aan de eigen leden aanbieden; op termijn zal het pakket mogelijk worden uitgebreid met andere verzekeringsprodukten.

Zowel PGGM als ABP denken op de verzekeringsmarkt een goede concurrentiepositie te kunnen innemen. Omdat de pensioenfondsen als stichtingen geen winst hoeven te maken, zullen zij naar eigen verwachting goedkoper kunnen werken dan commerciële bedrijven. Beide pensioenfondsen gaan er van uit dat de verzekeringsdochters op korte termijn financiëel op eigen benen moeten kunnen staan.

De activiteiten van het ABP op het gebied van de uitvoering van de sociale zekerheid voor ambtenaren zijn per 1 januari 1996 ondergebracht in een nieuwe organisatie USZO. USZO en het ABP gaan samenwerken op basis van een 'alliantie-overeenkomst', onder meer op het gebied van verzekeringen. De concernstaven van het ABP zijn ook die van de USZO, waardoor volgens Neevens wordt bespaard op de kosten.

Het ABP overweegt ook een eigen bank op te richten. Reden is volgens Neervens dat de beleggingsafdeling van het ABP (het grootste pensioenfonds van Nederland) steeds meer verschillende opdrachtgevers krijgt. “Om al die klanten goed te bedienen, geldstromen goed te laten lopen en garantstellingen te kunnen geven, heeft het bestuur er (..) mee ingestemd dat wij een onderzoek doen naar de mogelijkheden en consequenties van het oprichten van een eigen bank”, aldus Neervens.

Het ABP heeft een goed beleggingsjaar achter de rug, zo zei Neervens gisteren. Het rendement zal uitkomen op ongeveer 7,5 procent. Daarbij is uitgegaan van verkrijgingsprijzen. Tegen actuele marktwaardes zou het rendement uitkomen op 16 tot 17 procent.