Pastoor lokt kinderen met stempels kerk in

Als de zondagse mis van 10 uur voorbij is, verzamelt een groepje kinderen van de parochie Maria Tenhemelopneming in Eijsden zich achter in de kerk. Daar krijgen ze van een oudere non, zuster Everharda, een stempel op hun kaart. Elk kerkbezoek levert zo'n stempel op en wie er tien heeft, ontvangt van pastoor J. Hermans een geïllustreerd boekje, met daarin het verhaal over Driekoningen.

De Limburgse parochieherder bedacht de actie en spreekt van Heaven miles. “Ze zijn er om de drempel naar de kerk lager te maken”, legt hij uit. Hermans herinnert graag aan de uitspraak van Christus: Laat de kinderen tot mij komen. Het is goed om in het godshuis iets voor de jongsten te organiseren, oordeelt hij. “Je kunt wel tegen hen zeggen: 'je moet naar de kerk gaan', maar zo werkt het niet. Ze komen pas als je iets interessants hebt te bieden. Het mooie is dat ik merk dat ook ouders, opa's en oma's enthousiast zijn en met de kleinsten meegaan.”

Het kerkbezoek onder de Nederlandse roomskatholieken is de laatste dertig jaar schrikbarend teruggelopen. Hermans weet dat in 1964 nog tweederde van hen elke week naar de eucharistieviering ging, maar dat dat thans nog slechts elf procent is. In Mariadorp, de wijk van Eijsden waar zijn kerk staat, is de belangstelling van de gelovigen weliswaar groter, ze is niettemin zorgelijk. Dat laatste is mede het gevolg van het isolement van het godshuis. “In 1960 is deze kerk gebouwd”, verduidelijkt Hermans, “de planning was dat ze midden in een nieuwe buurt zou komen te liggen. Maar die wijk is er nooit gekomen. Veel van mijn parochianen wonen nu vrij ver buiten Mariadorp.”

Toen hij in september jongstleden werd benoemd, signaleerde Hermans dat er onder zijn gelovigen “naast een geografische ook een psychische afstand” naar de kerk bestond. Daar kwam nog bij dat het gehucht de laatste zes jaar geen vaste pastoor had. “Men is er met vervangers uit de buurt in geslaagd elk weekeinde missen op te dragen”, zegt hij. “Maar van die invallers kon je moeilijk verwachten dat ze iets deden buiten de strikte sacramentele bediening.”

Voor Hermans was er volop werk. Hij meent dat de kerk de mensen niet alleen moet aansporen meer werk te maken van het geloof, ze moet hen daar ook instrumenten voor in handen geven. Hij wijst erop dat tachtig tot negentig procent van de pasgeboren katholieken in ons land nog wordt gedoopt. “Dat dopen biedt de kerk een kans. En het legt een verantwoordelijkheid bij de priester. Vanuit de kerk moet hij een kader scheppen waarin het geloof van de dopeling kan ontluiken, zodat Christus een plaats krijgt in diens leven. Mijn ervaring hier is dat heel veel jonge gezinnen van de kerk zijn vervreemd, maar dat dat niet vanuit een negatieve houding is gebeurd. Het is er nooit van gekomen, het naar de mis gaan. Als men persoonlijke aandacht aan hen besteedt krijgen de dieper liggende religieuze gevoelens weer wat meer ruimte.”

Hermans herhaalt dat hij vooral op de jeugd mikt. Bij zijn benoeming schonk hij de naar de kerk gekomen jongeren dan ook presentjes, na elke preek richt hij zich met eenvoudige woorden even tot de kinderen, hij organiseerde onlangs een St. Maartenprocessie en op 6 januari gaan de jeugdigen als drie koningen verkleed langs de deuren. Ze zingen dan niet zoals gebruikelijk voor snoepgoed, maar ze collecteren voor een goed doel, een kindertehuis in Indonesië.

De pastoor zegt heilig in zijn missie te geloven. In het bijzonder in zijn Heaven miles. “Het roomskatholieke geloof zegt dat Christus in elke eucharistieviering waarachtig aanwezig is”, legt hij uit. “Dat betekent dat een kerkbezoek je feitelijk een mile-tje dichter bij de hemel brengt. Maar het verzamelen van die miles is natuurlijk geen vrijkaart voor die hemel.”

Komen er meer van zijn parochianen naar de kerk door de Heaven miles? “Het is verleidelijk om daar op ja te zeggen”, antwoordt Hermans. “Het is niet zo dat door deze aanpak de kerk ineens vol raakt. In zekere zin is het aantal relatief. Eén ding staat voor mij vast: elk kind dat de weg vindt naar de kerk zorgt voor vreugde in de hemel, in de heaven.”