Nieuw élan maakt zich van Japans bedrijfsleven meester

TOKIO, 3 JAN. “Waar chaos is, is vooruitgang” zei vorige maand Isao Nakauchi, de topman van de Japanse warenhuizenketen Daiei, het bedrijf dat faam heeft verworven met het doorbreken van prijsafspraken in de detailhandel. Als iets opvalt in de huidige economische recessie is het de terugkerende roep om een 'Nieuw Japan' te creëren. “De wereld verandert en Japan moet meeveranderen” aldus Nakauchi in het interview met de Yomiuri Shinbun.

Een stimulering van de marktwerking in de economie is één van de veranderingen waarmee getracht wordt het tij te keren. “De detailhandel verandert niet uit zichzelf”, zegt Nakauchi. “We proberen alleen maar de wensen van de klanten bij te houden”. Dat deze denkwijze gemeengoed begint te worden in het Japanse bedrijfsleven blijkt uit een verwijzing naar zijn ontmoeting met topman Masaharu Matsushita van electronica-gigant Matsushita. “Matsushita verbaasde me door te zeggen dat de markt de prijzen bepaalt. Dertig jaar geleden zei zijn voorganger dat de producenten de prijzen bepalen.”, aldus Nakauchi.

De Japanse burgers hadden in 1995 echter moeite de eindjes bij elkaar te knopen. Ze werden geconfronteerd met bevriezing van salarissen en een verder verslechterende werkgelegenheid. Bedrijven 'herstructureerden', het eufemisme voor ontslagen, en het percentage afgestudeerden dat onmiddellijk een baan vindt is dit jaar lager dan ooit. Daarnaast hield de crisis bij de banken de gemoederen dit jaar bezig. Een aantal krediet-associaties en een regionale bank, de Hyogo Bank, gingen failliet en de Japanners moeten via de belastingen per persoon 80 gulden bijdragen aan de sanering van de hypotheekbanken. Hetgeen veel kwaad bloed heeft gezet.

Maar het jaar 1996 zal een heropleving van de economie te zien geven zo is de algemene verwachting. Van de top van het Japanse bedrijfsleven is 70 procent deze mening toegedaan. Volgens 27 procent heeft de recessie haar dieptepunt in 1995 bereikt, terwijl 42 procent zegt dat de economie zal aantrekken nadat het de komende maanden het dieptepunt heeft bereikt. Dit blijkt uit een onderzoek onder directeuren van de 100 belangrijkste bedrijven, dat gisteren door het Japanse persbureau Kyodo bekend werd gemaakt.

Een lichte verbetering lijkt in het bedrijfsleven reeds zichtbaar. De Bank van Japan meldt dat de bedrijfswinsten over de periode april-september 1995 met ruim 20 procent zijn gestegen ten opzichte van een jaar eerder. De industriële produktie groeide in november met 1,3 procent terwijl het ministerie van internationale handel en industrie (MITI) slechts 0,1 procent had verwacht. Dit bracht het MITI ertoe voor het eerst te spreken van 'licht herstel' van de produktie. Ook de bouw gaf na een langdurige daling in de maand november voor het eerst een stijging te zien. Verwachtingen voor de economische groei voor 1996 schommelen rond de 2 procent, maar de heersende mening is dat hervormingen een voorwaarde zijn voor voortgaande economische groei.

Regulering van de economie smoort innovatie in bedrijven aldus het MITI in een recent rapport. Na te constateren dat het bestaande economische systeem heeft voldaan in de naoorlogse wederopbouw van het land, formuleert het daarom de kern van de beoogde veranderingen als volgt: “Naarmate de economische structuur veranderingen ondergaat, is er de noodzaak over te gaan naar een dynamisch systeem om nieuwe economische groei te ondersteunen.”

Bij het MITI, het Economisch Planbureau, politici en de media lijkt overeenstemming te bestaan over vernieuwing, maar concrete veranderingen zijn spaarzaam. De bureaucratie zit voorlopig als een spin in het economische web. Wegens het systeem van administratieve aanwijzingen hebben bijvoorbeeld banken permanent contactpersonen gedetacheerd bij het het ministerie van financiën om hun zaken in goed overleg met het ministerie te kunnen afhandelen. Het is dit systeem dat zou moeten veranderen.

Het ministerie van financiën zit daarbij in een dubbele positie. Enerzijds leeft een deel van de ambtenaren van de macht die ze over de financiële sector uitoefent, anderzijds is het ministerie gebaat bij een zo groot mogelijke economische groei, en dus bij deregulering zoals alle rapporten van de overheid uitwijzen, om de belastingopbrengsten op te voeren. Japan zal het komende jaar met een record begrotingstekort worden geconfronteerd.

Met de lichte opleving van de economie is het nu deze staatsschuld die zorgen begint te baren. Inclusief het tekort van het komende jaar heeft de centrale overheid een schuld van 240 biljoen yen uitstaan, bijna 50 procent van het bruto binnenlands produkt ofwel circa 30 duizend gulden per Japanner. In commentaren op de groei van deze staatsschuld werd met een beschuldigende vinger gewezen naar vastgeroeste toewijzingsprocedures voor budgetten binnen de overheid waarin het publiek geen inzage heeft.

De grote macht van de ambtenaren op de vakministeries zoals landbouw, bleek bij de sanering van de hypotheekbanken. Terwijl er grote publieke tegenstand is tegen het gebruik van overheidsgeld voor de sanering, moest het ministerie van financiën een nederlaag incasseren tegen het ministerie van landbouw dat opkwam voor de belangen van de agrarische coöperaties die veel geld aan de hypotheekbanken hebben geleend en zich geen grote verliezen kunnen permiteren. Daarmee zag financiën tegen haar wil bovendien het begrotingstekort voor het komende jaar nog verder oplopen.

De bureaucraten van financiën, immer de meest prestigieuze werkgever in Japan, lijken klappen op te lopen. Met het ontslaan van zijn topambtenaar vorige week wegens de problemen in de financiële wereld nam minister van financiën Masayoshi Takemura ten eerste niet als politicus verantwoordelijkheid maar legde die bij de ambtenarij. Vervolgens zei hij “een nieuw begin te willen maken”, al is het de vraag wat het direkte effect hiervan op de bureaucratie zal zijn. Een week daarvoor heeft het ministerie voor het eerst de marktwerking van toepassing verklaard voor het functioneren van de financiële wereld. Tot dusver waakte het als een herder over de banken en tolereerde geen faillisementen. Het onafwendbare faillisement van de Hyogo Bank eerder dit jaar was een klap voor het ministerie want het had juist een topambtenaar gestuurd om de bank op orde te brengen.

Commentatoren vragen politici om daadkracht om hervormingen door te voeren. Kiezers in Tokio en Osaka gaven de gevestigde partijen dit voorjaar een schot voor de boeg door politieke buitenstaanders als gouverneur van hun provincie te kiezen. Inmiddels spreken politici serieus over het ultieme middel om de bureaucratie definitief uit Tokio, uit het centrum van het zakenleven te verwijderen: Het verplaatsen van de regering en alle ministeries naar een nieuw te bouwen hoofdstad.