'Nederland is ook potentieel slachtoffer'

In het nieuwe jaar zal de milieudiscussie weer op gang komen. Het GPV-Kamerlid E. van Middelkoop is benoemd tot voorzitter van een commissie die onderzoek gaat doen naar het broeikaseffect. “We zouden bijvoorbeeld ook kunnen concluderen dat we af moeten van die wild-west verhalen.”

Op de achterbank van zijn auto staan drie verschillende tasjes met afval. Eéntje is gevuld met doorzichtig plastic, een andere met karton en de derde met papier. “Als ik dat bijelkaar gooi dan wordt mijn vrouw boos”, zegt het GPV-Kamerlid E. van Middelkoop. De 46-jarige parlementariër gaat wat boodschappen doen met zijn vrouw. Hij geniet onder de rook Rotterdam in het tuindersdorp Berkel en Rodenrijs van het kerstreces. Terwijl hij nog uitrust van het vorige jaar, wacht in 1996 een nieuwe uitdaging voor de tweede man van het Gereformeerd Politiek Verbond.

Van Middelkoop werd op de laatste Kamerdag plotseling benoemd tot voorzitter van een tijdelijke onderzoekscommissie die een studie zal doen naar het broeikaseffect. “Daar schrok ik behoorlijk van”, zegt het Kamerlid thuis in zijn werkkamer. “Op dinsdagmorgen 19 december kreeg ik te horen dat de PvdA-fractie het wel een aardig idee vond om mij voorzitter te maken. Mijn hoofd stond toen maar naar één ding: het reces. Ik was echt goed moe van de Kamer.” De voltallige Kamer stond de volgende dag al achter het idee om de voorzittershamer van de 'broeikascommissie' aan Van Middelkoop te geven. “Enerzijds is dat natuurlijk vleiend, anderzijds is dat niet meer te ontlopen. Alles afwegende heb ik toch maar besloten om het te doen.”

Het is de tweede keer dat iemand van een kleine fractie een tijdelijke commissie voorzit. Van Middelkoop is de eerste GPV'er die deze eer te beurt valt. Hij werd dan ook “geacht zijn benoeming met enige dankbaarheid te aanvaarden”.

De commissie heeft een experimenteel karakter. Samen met de Kamerleden Lansink (CDA), Te Veldhuis (VVD), Augusteijn (D66), Crone (PvdA) en Vos (GroenLinks) zal Van Middelkoop trachten kennis te vergaren over de relatie tussen klimaatveranderingen en het broeikaseffect. Hoorzittingen, lezingen, congressen en gesprekken met wetenschappers moeten de Kamerleden duidelijkheid verschaffen. Van Middelkoop beschrijft de taak van de commissie als “een zelfstandige poging van het parlement om het beter te weten waar we het over hebben als het gaat over klimaatsverandering en het broeikaseffect”.

Nederland levert op mondiale schaal 0,7 procent van de CO-uitstoot. “We leveren een bijdrage, maar Nederland is ook een potentieel slachtoffer. Als er inderdaad klimaatsveranderingen voor de deur staan, dan kunnen we wel eens natte voeten gaan krijgen”, zegt hij terwijl hij doelt op de voorspelde stijging van de zeespiegel. “Het is letterlijk van vitaal belang voor Nederland om duidelijkheid te verschaffen. Je kunt elkaar volledig klem houden door het ene rapport met het andere uit te wisselen. Dan krijg je weliswaar heetgebakerde politieke discussies, maar met de aanpak van het probleem schiet je helemaal niets op.”

Eén van de aantrekkelijke aspecten van de commissie vindt Van Middelkoop dat er weer een milieudiscussie op gang komt. “Dit kabinet doet buitengewoon weinig aan vernieuwing op het gebied van milieu. De milieu-wetgeving moet door het hele kabinet worden uitgevoerd. Heb je premier Kok wel eens over het milieu horen praten? Ik kan me het nauwelijks herinneren. De milieu-minister (De Boer, red.) tobt met haar imago, terwijl de minister van verkeer en waterstaat (Jorritsma, red.) nog niets heeft laten zien om de automobiliteit terug te dringen. Er moet bij allemaal een idee van rentmeesterschap ontstaan, dat ontbreekt nu gewoon.”

Het GPV schreef in haar verkiezingsprogramma dat de CO-uitstoot jaarlijks met twee procent moet worden teruggedrongen. Het kabinet gaat uit van een totale vermindering van nog geen drie procent in het jaar 2000. Van Middelkoop wil ervoor waken dat hij als voorzitter van de commissie gelijk met twee petten op komt te zitten. “Maar”, zo zegt hij, “als je daar een spanning constateert, dan is dat duidelijk ja.” Het milieubesef van het GPV vloeit volgens Van Middelkoop voort uit “een besef van rentmeesterschap”. “De aarde is niet iets willekeurigs. Het door God geschapene vormt het substraat van onze samenleving. We plegen roofbouw op onze schepping. Het ligt ingebed in de relatie met God waar je verantwoording voor moet afleggen.” De discussie over milieu wordt volgens Van Middelkoop niet goed gevoerd. “Ik kom te veel mensen tegen die over het milieu in maatschappijkritische termen spreken. Dat is op zichzelf nodig, maar men blijft daarin hangen. Resultaten die geboekt worden, moet je ook daadwerkelijk laten zien. Anders motiveer je de mensen niet. Ik ben allergisch voor het doem-imago dat het milieu heeft gekregen. Daar moeten we ons van zien te bevrijden. Bij de politieke verwerking van het eindrapport komen straks allerlei zaken om de hoek kijken. Sommigen zullen vinden dat we verder moeten met kernenergie, anderen zullen het consumeren en produceren willen terugdringen.”

Het behoort bijna tot het genenpatroon van de Nederlander om over het weer te praten. Van Middelkoop vindt het dan ook een uitdaging om de zaken helder voor het voetlicht te krijgen. “Het broeikaseffect leeft vrij breed onder de bevolking. Anders dan tien jaar geleden is het nu zo dat weersoverzichten altijd verbonden worden aan wat we weten over het broeikaseffect. Als we het over klimaatsverandering hebben, worden steeds vaker extremen gepresenteerd. Ik sta daar nogal sceptisch tegenover. We zouden als commissie bijvoorbeeld ook kunnen concluderen dat we af moeten van die wild-west verhalen over het broeikaseffect.”

Hoe zijn rol als voorzitter er uit zal zien is nog onduidelijk. De commissie draagt in ieder geval wel de naam van de GPV'er. Van Middelkoop vindt dat zeker vleiend, maar durft dat niet in woorden uit te drukken. “U moet mij niet in de verleiding brengen daarop een antwoord te geven. Als ik ja zeg, dan ben ik een opgeblazen figuur. Als ik nee zeg, dan gelooft niemand mij. In onze calvinistische cultuur moet je daar slechts besmuikt over spreken.”

    • Koen Greven