'Mechbat' met zware wapens naar Bosnië

DEN HAAG, 3 JAN. Zware wapens vormen het verschil tussen de Nederlandse troepen die vandaag naar Bosnië vertrekken en de VN-blauwhelmen wier missie is beëindigd. Vanochtend vertrokken de eerste compagnieën 'groenhelmen' van de vliegbasis Eindhoven naar Bosnië, als Nederlandse bijdrage aan de multinationale vredesmacht IFOR (de Implementation Force van 60.000 militairen). Medio januari zullen alle 2.100 deelnemende Nederlandse militairen zijn gearriveerd.

Het zwaarste wapen dat de Nederlanders meenemen is de Leopard-II tank waar een 120 mm kanon op zit. Het 11e tankbataljon uit het Brabantse Oirschot levert één tank-eskadron van veertien Leopardtanks en 117 militairen. Samen met twee pantser-infanteriecompagnieën met in totaal 258 militairen, 22 pantservoertuigen met 25 mm kanonnen, zes pantsers met zware anti-tankwapens en 24 draagbare anti-tanksystemen vormt het tank-eskadron de kern van 'Mechbat', het Nederlandse gemechaniseerde bataljon. Daaronder vallen ook één pantsergeniecompagnie (145 militairen) en 57 commando's. De bataljonsstaf en een stafverzorgingscompagnie voor de logistieke ondersteuning (in totaal 307 militairen) completeren Mechbat.

Deze grondtroepen worden gelegerd in Vitez, een stadje in centraal Bosnië, en vallen onder het commando van de Vierde Britse Brigade, bijgenaamd de Desert Rats. De brigade dankt die naam aan de heroïsche strijd in de Tweede Wereldoorlog onder bevel van generaal Montgomery tegen de Duitse troepen in Noord-Afrika. De brigade werd ook ingezet in de Falklandoorlog en de Golfoorlog.

Overste T. Damen is de commandant van de troepen in Vitez. Vanuit die basis wordt teamsgewijs opgetreden, waarbij steeds twee teams patrouille rijden terwijl één team 'binnen' is om te recupereren. Elk team bestaat uit honderd militairen, met onder anderen commando-verkenners, hospikken en genisten en heeft de beschikking over tanks, pantsers met en zonder anti-tankbewapening en een keuken.

De teams zullen een gebied van ongeveer vijftig bij vijftig kilometer ten noordwesten van Vitez controleren op naleving van de bepalingen uit het Dayton-akkoord. Het lijkt een gemakkelijke sector, want in dit gebied valt de demarcatielijn die Bosnië verdeelt in een Servisch en een moslim-Kroatisch deel, bijna samen met de oude frontlijn. Bijna, want ten noordwesten van de basis in Vitez, op ongeveer 35 kilometer, ligt vooralsnog het enige 'probleemgebied': een strook met een lengte van twintig kilometer en een maximale breedte van vijf kilometer die de Serviërs aan de moslims moeten teruggeven.

Hiernaast, ten zuidwesten van Banja Luka, is de 'Dayton-grens' diep in het nu nog moslim-Kroatische deel van Bosnië vastgesteld. Daardoor is een gebied van ongeveer driehonderd vierkante kilometer ontstaan waaruit moslims en Bosnische Kroaten zich terug moeten trekken ten gunste van de Serviërs. Tot teleurstelling van overste Damen en zijn mannen hebben de Nederlanders niet de opdracht gekregen om in dit grote gebied toe te zien op naleving van 'Dayton'. “Juist dáár is voor een militair het meest te doen”, verwachten de Nederlandse militairen.

De Nederlandse IFOR-militairen krijgen het evenwel zwaar genoeg. “Het terrein wordt vijand nummer één”, luidde het credo gedurende de voorbereiding. De wegen in het toegewezen gebied zijn heel slecht. Bovendien is het terrein bezaaid met mijnen die door een dik pak sneeuw moeilijk zijn te traceren. Om die reden zijn detachementen van de Explosieven Opruimingsdienst aan het Nederlandse contingent toegevoegd. De militairen worden met ezelsbruggetjes doordrongen van hun handelwijze bij de ontdekking van een van de miljoenen mijnen, die er in heel Bosnië liggen. Mechbat-commandant Damen legt het uit: “Blijf er vanaf. Markeer de plaats. Waarschuw je commandant, BMW dus.”

Een groot deel van het Nederlandse IFOR-deel bevindt zich al in Bosnië, doordat het daar heeft gediend onder de VN-vlag. In Busovaca, vlakbij de basis Vitez, is een logistiek en transportbataljon van 650 militairen, van wie er driehonderd dienstplichtig zijn. Dit bataljon blijft in Busovaca en heeft de taak om te zorgen voor bevoorrading en geneeskundige ondersteuning niet alleen van de Nederlandse grondtroepen, maar van de hele multinationale divisie in de Britse sector 'West'.

Rondom en op Mount Igman, bij Sarajevo, bevonden zich een mortiercompagnie en een mortieropsporings-radarpeloton met in totaal 188 militairen. Deze zullen ook in de Britse sector worden gestationeerd en hebben tot taak om vuursteun te verlenen en mortieren en artillerie op te sporen.

De luchtcomponent van de Nederlandse IFOR-bijdrage is afkomstig van twee bases in Italië. Op de vliegbasis Villafranca bevindt zich een squadron gevechtsvliegtuigen (18 F-16's en 230 militairen) voor welke de NAVO-operatie 'Deny Flight' over gaat in IFOR. Voor luchttransport zijn in het Italiaanse Rimini twee F-27 transportvliegtuigen en één Hercules C-130 gestationeerd.

    • Robert Giebels