'Londen binden aan harde koers tegen IRA'; Unionisten N-Ierland zetten Major onder druk

LONDEN/BELFAST, 3 JAN. De Noordierse protestantse Ulster Unionist Party (UUP) heeft gisteren gezegd de regering van de Britse premier Major niet langer onvoorwaardelijk te steunen. Om politiek te overleven heeft Major die steun hard nodig.

John Taylor, ondervoorzitter van de Unionisten, zei in een vraaggesprek met The Irish Times dat het “goed voorstelbaar is dat we in een positie terechtkomen waarin we steun geven aan een motie van afkeuring tegen de regering”. Volgens Taylor zal zijn partij “elk onderwerp afzonderlijk op zijn merites beoordelen”. Dat zou er volgens hem toe kunnen leiden dat de Unionisten Major afvallen in Europese kwesties.

Het opvoeren van de druk door de UUP op de Britse regering is uitgelegd als een poging om Londen te binden aan een onverzettelijke opstelling jegens Sinn Fein, de politieke vleugel van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) en de belangrijkste rivaal van de Unionisten. De UUP bekleedt negen zetels in het Britse parlement. Hun steun kan de komende tijd onmisbaar zijn voor Major.

Na het overlopen van het Conservatieve parlementslid Emma Nicholson naar de Liberal Democrats, vorige week, is Majors meerderheid in het parlement geslonken tot vijf zetels. Dat kunnen er drie worden als twee komende tussentijdse verkiezingen naar verwachting in het voordeel van Labour zullen uitvallen. Sterfgevallen of nieuwe overlopers uit de gelederen van de Conservatieven kunnen dat getal nog verder uithollen. De Conservatieven liggen in de opiniepeilingen nu dertig procentpunten achter op Labour. Premier Major stelt alles in het werk om verkiezingen zo lang mogelijk uit te stellen tot aan de laatst mogelijke datum, in mei 1997.

Het vertrek van de gematigde Nicholson brengt een kloof aan het licht tussen de anti-Europese, sterk op bezuinigingen gerichte rechtervleugel en de meer Europees gerichte vleugel die de overheidsuitgaven minder wil besnoeien. Nicholson motiveerde haar overstap door te zeggen dat de Conservatieve Partij naar rechts overhelt.

Minister van defensie Michael Portillo wees die beschuldiging gisteren van de hand als “volkomen ongeloofwaardig”. Hij noemde de “Liberal Democrats een [Europese] federalistische partij” en zei dat als “[Nicholson] daarin gelooft, ze er goed aan heeft gedaan ons te verlaten”. Vertegenwoordigers van de gematigde vleugel zeiden daarop dat Portillo “met zulke uitspraken de verdeeldheid juist bevordert”.

Nicholson zelf noemde het gisteren “onverstandig” wanneer Major een minderheidsregering blijft leiden die afhankelijk is van parlementaire steun vanuit Noord-Ierland. “Dit lijkt mij niet erg goed voor de toekomst van Noord-Ierland”, aldus Nicholson.

De manoeuvre van de UUP volgt op een nieuwe moord in Noord-Ierland, maandag, die is toegeschreven aan de IRA. De moord op de 31-jarige Ian Lyons, een vermeende drugshandelaar, is opgeëist door de groep Direct Action Against Drugs, die eveneens drie van de vijf eerdere moorden in de afgelopen vijf weken op vermeende criminelen heeft opgeëist. De groep is volgens de Noordierse politie een mantelorganisatie van de IRA.

Politiewoordvoerders omschreven Lyons als “een kleine vis”. Volgens hen wil de IRA zichzelf afschilderen als handhavers van de orde in gebieden met een katholieke meerderheid, die weigert de officiële, door protestanten gedomineerde politiemacht daar zijn werk te laten doen. De Britse minister voor Noord-Ierland, Sir Patrick Mayhew, heeft gezegd dat de IRA het vredesproces “uitholt”. De moorden onderstrepen volgens hem eens temeer de Britse eis dat de IRA de wapens neerlegt alvorens er sprake kan zijn van rechtsreekse onderhandelingen tussen alle betrokken partijen.

Sinn Fein heeft geweigerd de moorden te veroordelen. Volgens Sinn Fein is er geen verband aangetoond tussen de moordenaars en de IRA, maar duiden de moorden op een “vacuüm bij de politie”, dat alleen kan worden opgelost “als alle partijen met elkaar om de tafel zitten”. (AFP, AP, Reuter)