Kelemen filmt grofkorrelige estafette van ongeluk

Verhängnis. Regie: Fred Kelemen. Met: Sonja Spengler, Valeri Fedorenko. In: Amsterdam, Desmet; Utrecht, 't Hoogt.

De speciale dank die de Hongaars-Duitse regisseur Fred Kelemen aan het slot van zijn door de Deutsche Film- und Fernsehakademie Berlin geproduceerde film Verhängnis (Noodlot) aan het adres van Béla Tarr richt, geldt niet alleen een sympathiek meedenkende docent. Lang had ik me al zitten verbazen over de gelijkenis van Kelemens film met het werk van Tarr: even grofkorrelig, uitzichtloos, ongemonteerd, dweperig, somber en visionair, maar minder oorspronkelijk dan bij voorbeeld het zevenurige Satantango. Gelukkig telt Verhängnis maar tachtig minuten en twaalf camera-instellingen, voorafgegaan door een reeks Berlijnse gezichten, waaruit schijnbaar toevallig een gekozen wordt om verder te volgen. De structuur van de film, die zich documentair tracht voor te doen, is een soort estafette van het ongeluk: is de ene Russische emigrant de deur uitgegooid door een tijdelijke weldoener, dan vermoordt hij de minnaar van zijn overspelige, eveneens westwaarts getogen vriendin, die op haar beurt weer verkracht wordt door een kroeg vol zuiplappen. In de trant van Tarr is er weinig hoop meer voor dit arme continent.

Een cultuurpessimistische Taiwanees als Tsai Ming-liang, aan wiens Vive l'amour het laatste beeld van een ronddolende vrouw even herinnert, filmt tenminste nog in glasheldere, transparante beelden, die de noties van verval en vervreemding beter dienen dan Kelemens van een monitor overgefilmde monochrome Video Hi-8-beelden. Kelemen lichtte die keuze toe met het argument dat hij de vorm wilde vernietigen, omdat de film over vernietiging gaat. In zijn geval gaat een bij vlagen scherpzinnige visuele, zij het epigonistische intuïtie kennelijk niet samen met een dito verstand.

Op veel festivals wordt Kelemens film verwelkomt als een heel nieuw en fris fenomeen. Dat is pas echt verontrustend: als reactie op de hegemonie van het Hollywoodmechaniek wordt nu elke rebellie toegejuicht, zelfs die van een emotioneel krachtig wankelende kip zonder kop.

    • Hans Beerekamp