Kabinet treft illegalen op zwakste plek

Het kabinet wil illegalen uitsluiten van onderwijs en gezondheidszorg. Dat druist in tegen de rechtsstaat, aldus Gijs Dreesmann. Op zijn minst moet er een uitzondering komen voor 'gewetensbezwaarden'.

De 'koppelingswet' die binnenkort in de Tweede Kamer moet worden behandeld, beoogt illegalen te ontmoedigen hier te blijven door hen uit te sluiten van allerlei overheidsverstrekkingen zoals bijstand, huursubsidie, woonvergunning etcetera. De overheid, zo lees ik in de Kamerstukken (24 233), is niet in staat alle illegalen ook daadwerkelijk uit te zetten en kiest daarom voor deze tweede strategie om hen aldus uit eigener beweging te doen vertrek- ken.

Op zich is met deze gedachtengang wel in te stemmen, maar in de thans aangeboden reeks 'ontmoedigingsmaatregelen' zijn er twee die niet deugen, te weten het onthouden van onderwijs aan illegalen wanneer ze niet meer leerplichtig zijn, en het onthouden van door de overheid gedekte noodzakelijke medische zorg. Wat het eerste betreft: het wetsvoorstel legt aan scholen de verplichting op om niet-leerplichtige illegalen buiten de school te houden. Scholen dienen ervoor te zorgen dat zij “niet tot de school worden toegelaten dan wel onmiddellijk van de school worden verwijderd” (artikel II en III). Terecht heeft de PvdA-fractie de zorg geuit dat aldus “schade in het schoolklimaat zal ontstaan”. Ook D66 voorziet het ontstaan van “onverkwikkelijke situaties” als illegale jongeren door de school zelf na hun zestiende verjaardag verwijderd moeten worden.

De schoen wringt hier aan de kant van de schoolbesturen: het opleggen van een verplichting tot schoolverwijdering is problematisch omdat het voor een school problematisch kan zijn deze verplichting na te leven. Waarom? Een school die wettelijk verplicht wordt te onderscheiden tussen legale en illegale leerlingen (en dat is wat gaat gebeuren) komt in moeilijkheden als zij in haar onderwijs wil uitgaan van de gelijkheidsgedachte, of van de morele notie dat de vreemdeling even goed als ieder ander aanspraak maakt op onze zorg. Ook kan een school waarde hechten aan solidariteit, bijvoorbeeld op christelijke of humanistische gronden. Er is dan een spanning tussen de opgelegde verplichting tot schoolverwijdering en de niet-discriminatoire levensbeschouwing waaraan de school, haar docenten en de ouders, waarde hechten als grondslag voor het onderwijs. Die spanning kan het bestuur er zelfs toe nopen niet aan schoolverwijdering mee te doen.

Wil het kabinet onverkort de verplichting tot schoolverwijdering handhaven, dan verdient het aanbeveling tevens een regeling op te nemen die scholen hier op levensbeschouwelijke gronden van kan ontheffen. Een beetje naar analogie van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst: zoals we nu zeggen dat we niet iemand tot militaire verrichtingen mogen verplichten indien die onverenigbaar zijn met diens morele opvattingen, zo mogen we ook een school die uitgaat van, laten we zeggen, een universele, niemand uitsluitende, grondhouding niet verplichten tot handelingen die met die grondhouding in strijd zijn. Zo'n Wet morele bezwaren schoolverwijdering illegalen zou voor scholen de angel uit het probleem halen. Dat de overheid het volste respect dient te hebben voor de door de school gekozen levensbeschouwing, vloeit voort uit artikel 23 van de Grondwet.

Het beste advies is natuurlijk om de verplichting tot schoolverwijdering geheel te schrappen: bij niet-uitzetting is het toch van school laten halen niet erg verstandig (wat gaan deze jongeren overdag doen, zoals de fractie van D66 zich afvraagt), terwijl bij een beleid van daadwerkelijke uitzetting de afzonderlijke verplichting tot schoolverwijdering overbodig is.

Voorts worden illegalen van het ziekenfonds en de bijstand uitgesloten. Ook artikel 12 van de Bijstandswet, dat hulpverzekering in noodsituaties mogelijk maakt, vervalt. Het kabinet vindt dat illegalen die in medische problemen raken maar een beroep moeten doen op artsen, ziekenhuizen en 'charitatieve instellingen'. Zij zullen uit humaniteit wel tot behandeling overgaan, ook al blijft de rekening liggen. En mochten de artsen dat nalaten, dan noemt het kabinet twee artikelen op grond waarvan ze strafrechtelijk vervolgd kunnen worden.

Nu beseft het kabinet best dat dit jegens de zorginstellingen niet erg billijk is en stelt het daarom een fonds van elf miljoen gulden in het vooruitzicht waarop deze instellingen in voorkomende gevallen een beroep kunnen doen. Maar als we goed lezen hoe dat is uitgewerkt, blijkt het hier een inadequate dekking te betreffen: een “geheel of gedeeltelijke”tegemoetkoming “kan” plaatsvinden, maar dan alleen als het hulp betrof aan illegalen in “acute medische noodsituaties” en het “naar het oordeel van de fondsbeheerder” jegens de zorginstelling te “hard” zou zijn de tegemoetkoming niet te geven (memorie van toelichting, pagina 23). De ziekenhuizen hebben geen recht op vergoeding (pagina 17). Het potje van elf miljoen is, zo lees ik, een “onverplichte” geste: de overheid “zou haar kunnen nalaten” (pagina 18).

Bij de zorginstellingen zullen onvergoede rekeningen dus niet uitblijven. Zowel de Ziekenfondsraad als de Raad van State hebben nadrukkelijk gesteld dat noodzakelijke medische hulp aan illegalen volledig voor rekening van de overheid moet blijven, maar het kabinet neemt dat in haar liberale euforie niet over.

Wat doet het kabinet hier? Het privatiseert de medische zorgplicht aan illegalen. Dat wil zeggen: het schuift deze met een budget van elf miljoen in de schoenen van de zorginstellingen.

Nu kun je een gemeenschaps-voorziening zoals de spoorwegen en de PTT wèl privatiseren, maar een gemeenschaps-plicht (ipso facto) niet. En de zorgplicht jegens de binnen onze gemeenschap verblijvende illegaal die in medische nood verkeert, betreft een verplichting die rust op de gemeenschap.

Het kabinet ontspoort hier. Voorzover de zorginstellingen (geheel of gedeeltelijk) onvergoede hulp bieden, is de voorgestelde regeling jegens deze instellingen onrechtvaardig. Voorzover ze deze hulp om financiële redenen niet kunnen geven, leidt het kabinetsvoorstel tot strijd met de minimum-eis van humaniteit waaraan wij als gemeenschap jegens de zieke illegaal gebonden zijn. Het woord 'ontmoedigingsmaatregel' krijgt daarbij een wel heel wrange klank: de illegaal wordt getroffen op zijn zwakste plek.

    • Gijs Dreesmann