In het City Café wordt het nieuwe Beiroet weerspiegeld

BEIROET, 3 JAN. Achterin het trendy City Café in Beiroet zit Munah Dabaghi, de oude, gedistingeerde eigenaar, aan een tafeltje. Alleen. Hij kijkt naar mooie meisjes met korte rokken en mobiele telefoons, autosleutels achteloos op tafel. Het zijn meisjes die je nergens op straat ziet in de Libanese hoofdstad. Ze verplaatsen zich alleen per auto. Ze reageren niet als je naar ze kijkt. Ze zijn met zichzelf bezig, met hun kleren en hun make-up - alsof ze deel uitmaken van de schilderijencollectie aan de wand.

Als er een spiegel was van het oude Beiroet, het uitgaans-Beiroet van vóór de oorlog, was het wel het Horse Shoe Café. Ook daar zat Munah Dabaghi elke dag aan een tafeltje naar zijn klandizie te kijken. Maar nooit alleen. De acteurs, schrijvers, politici en journalisten die daar kwamen, daagden hem uit, gaven hem rondjes, hielden conférences op de toog waar iedereen wel naar moest luisteren. Er werden tentoonstellingen gehouden, boeken gepresenteerd en elke Syrische dissident werd als een held binnengehaald. Aan elke tafel waren mannen in coltrui en tweedjasje bezig de Palestijnse kwestie op te lossen. Het café, zei men, was een favoriete hang-out voor geheime agenten van de CIA, KGB en veiligheidsdiensten elders uit het Midden-Oosten. In 1971, toen de censuur het toneelstuk 'Majdaloun' verbood, voerden de linkse acteurs het gewoon in de Horse Shoe op. De politie stond in de deuropening, maar greep niet in. Dabaghi weet nog dat een agent hem bezorgd vroeg: “Komt die actrice uit een goede familie?” Natuurlijk was dat het geval. “Kunnen haar ouders haar dan niet in het gareel houden?” In 1978 ging de Horse Shoe dicht. Het café lag in Hamra Street in West-Beiroet, het oude moslim-deel. Door de oorlog konden de stamgasten die in het christelijke oosten woonden, de groene lijn niet meer over. De mensen met geld trokken weg, naar Cyprus, Amerika of de Golf. Palestijnse, christelijke en moslim-milities vochten op de stoep hun smerige vetes uit. Hamra Street, eens de Champs Elysées van West-Beiroet, met theaters, filmhuizen en goede restaurants, werd een slagveld. Een bomexplosie eiste twee levens in het café. Op een dag kwam er een man binnen met een pistool. Dat drukte hij tegen de slaap van een andere man. “Ik dacht”, zegt Dabaghi, “hij maakt een grap, weer zo'n acteur.” Maar de man haalde de trekker over.

Dabaghi bleef als een van de weinige christenen in West-Beiroet wonen, ook toen de Horse Shoe al dicht was. Hij zag hoe tienduizenden arme shi'ieten uit het zuiden in de huizen trokken van de mensen die Beiroet hadden verruild voor veiliger oorden. Ze waren op de vlucht voor Israelische tanks. Veel van die huizen werden later, met bewoners en al, alsnog door de Israeliërs gebombardeerd. In 1986 werd Dabaghi's zoon ontvoerd. De militie die hem vast hield, eiste dat alle christenen uit West-Beiroet zouden verdwijnen. De Dabaghi's verhuisden, eerst naar Oost-Beiroet, toen via Cyprus naar Canada.

In 1991, toen het rustig was, kwam de familie terug. Hamra Street was een tochtige gure straat geworden van het soort dat je ook in downtown Chicago vindt. De ludieke elegantie was weg. Theaters waren fastfood-tenten geworden. Waar eens cafés waren zat nu een metalen rolluik of een krater in de grond. Syrische arbeiders, binnengehaald om de wederopbouw van Beiroet goedkoop te houden, sliepen nu samen met de Zuidlibanese vluchtelingen in de portieken. Munah Dabaghi verkocht de ruïne van de Horse Shoe met naam en al. Tegenwoordig roostert men er kebab onder neonlicht.

Maar in augustus keerde de Horse Shoe terug in de vorm van het City Café. in Sadat Street, om de hoek. Ruim, met gelig licht en design stoelen. De paar anciens combattants van de Horse Shoe die nog (of weer) in Beiroet waren, trokken er natuurlijk heen. Eerst zagen ze de BMW's en de rode Mercedessen voor de deur. Toen kregen ze de zelfzuchtige yuppie-populatie van het City Café in het oog. Maar ze blijven komen, zegt Dabaghi, waar moeten ze anders heen? Aan een tafeltje zitten vijf grijze, kalende mannen in een wolk van sigarerook verhit te debatteren. Ze hebben het niet over de Palestijnse kwestie - nu Arafat in Gaza zit en Syrië met Israel onderhandelt, heeft het niet veel zin meer. Trouwens, veel Libanezen haten de Palestijnen sinds de burgeroorlog. De mannen hebben het over de economie. Over de premier, die fortuinen verdient aan de opbouw van Beiroet. Over de middenklasse die onderklasse is geworden. En over de voormalige krijgsheren die nu minister zijn en hun kinderen naar de dure American University sturen.

De mooie meisjes in City Café kijken niet naar de collage van gelige kranteknipsels en karikaturen van de oude Horse Shoe die aan de muur is opgehangen. Het zegt ze niets. Ze eten cheesecake, bespreken de laatste Danny de Vito en bladeren in Arab Ad, een tijdschrift met nieuwtjes over de reclamewereld. Dabaghi's geëngageerde wereld is verloren. Maar hij is daar niet sentimenteel over. Wat geweest is, zegt hij, is geweest. “City Café is de spiegel van het nieuwe Beiroet. Het oude Beiroet komt nooit meer terug. De nieuwe generatie is pragmatischer, overal ter wereld. Wij dachten aan de politiek, de wereld, zij denken aan zichzelf. In Libanon is die generatiekloof alleen dieper, omdat de oorlog ook nog de sociale piramide omver geworpen heeft.”

Het wordt laat, de meisjes worden door hun reclamevrienden naar huis gebracht. Dabaghi groet een van 's lands vele ex-premiers, die met zijn gefacelifte vrouw olijven komt eten. Er komt een kunstschilder binnen, met alpinopet nog steeds, en een ooit gevierde actrice met rood haar. Een door Cointreau benevelde journalist, die volhoudt dat Amerika Beiroet in de burgeroorlog heeft gestort, roept: “De Horse Shoe is terug, Beiroet is terug!” Maar hij kijkt er niet zo vrolijk bij. Zijn Beiroet komt niet terug, en hij weet het.