Heden en verleden

Naar het schijnt, heeft het Friese voetbaltheater 'Abe' een tekort van driehonderdduizend gulden opgeleverd. Dat is hard voor Friesland als zodanig en een tikje triest voor de nagedachtenis voor de beste Friese voetballer die er ooit is geweest. Aan de andere kant zijn 's mans schijnbewegingen er in onze herinnering geen schijntje minder fraai op geworden. De enige bemoeienis welke ik met deze produktie heb gehad, beperkte zich tot een telefoongesprek met een vriendelijke scheidsrechter uit het noorden, die graag wilde weten hoe zijn voorganger, Dirk Nijs, eruit zag. Want hij moest de rol van Nijs spelen in het stuk. De man zal het best goed gedaan hebben en maakte alvast een gedreven indruk, maar lijken op lange Dirk deed hij, afgaande op zijn mededelingen, niet. Daaronder zal de voorstelling overigens nauwelijks hebben geleden. Het is doodzonde dat financiële perikelen geleid hebben tot morrende middenstanders met de moedeloze kreet: “We kunnen naar onze centen fluiten”.

Dat is vooral hierom spijtig, omdat de presentatie van een provincie aan de hand van de prestaties (en vooral het imago) van een topsporter zich zeer goed leent voor een spectaculair gebeuren. Dat was het ook. Er kwamen dan wel aanzienlijk minder mensen kijken dan voorzien was, maar veertigduizend is nog altijd een aardig totaal voor nauwelijks een handjevol voorstellingen. Natuurlijk heeft men te optimistische inschattingen gemaakt: men kon dan ook niet voortborduren op gelijksoortige evenementen uit het verleden. Maar in wezen is het gegeven van een theaterstuk, gespeeld in een stadion of vergelijkbare omgeving, best aantrekkelijk. Bovendien brengt men een saluut aan het verleden en dat is iets dat in de Nederlandse sportwereld te vaak achterwege is gebleven.

U vraagt waar de kandidaten vandaan moeten komen. Mag ik er een paar noemen: Cruijff, te adopteren door Amsterdam; Anton Geesink, begeleid vanuit Utrecht; Bep Bakhuis, als co-produktie van Zwolle en Den Haag en Ard Schenk, als vertegenwoordiger van de kop van Noord-Holland. Ik realiseer me dat het moment om een goed woord voor dit soort spektakels slecht is gekozen nu de stichting 'Abe' in financiële zorgen verkeert. Maar het stuk was voor het publiek een succes en dat sterkt mij in de overtuiging dat dit soort theater niet zonder toekomst behoeft te zijn, mits nuchter opgezet en bekwaam uitgevoerd. Het kan heel boeiend zijn om het verleden te doen herleven. Alsnog, bij de loting voor het wereldkampioenschap voetbal in 1998, kreeg ik een schokje van aangename herkenning bij het zien van Jules Fontaine, de topscorer van het wereldkampioenschap van 1958. Het is dankbaar werk om heden en verleden in de sport met elkaar te verbinden.

    • Herman Kuiphof