Fuchs tegen concurrentie musea

AMSTERDAM, 3 JAN. Musea zijn steeds vaker elkaars concurrenten. Ze wedijveren op de sponsor- en publieksmarkt, en zelfs om subsidies van de Mondriaan Stichting. Dat is een zorgelijke ontwikkeling. Dit zei Rudi Fuchs, directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, dinsdag tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van het museum, de Mondriaan Stichting en de Nederlandse Museumvereniging.

De praktijk van de economische concurrentie leert volgens Fuchs dat in de eerste fase het aantal produkten toeneemt. Later neemt dit af en blijven er slechts enkele machtige producenten over die dan, zoals in de olie-industrie, een kartel vormen, of die elkaar proberen over te nemen zoals in de auto-industrie. Fuchs vindt dat de cultuur bij dit soort concurrentie niet is gebaat. “Wij moeten nooit uit het oog verliezen dat we er niet zijn om succes te hebben; wij zijn er om de brede schakering van onze cultuur te bewaren en in leven te houden”, zei Fuchs. De museumdirecteur noemde het schandalig dat vrijwel geen museum geprotesteerd heeft toen “de suggestie gewekt werd dat 180.000 bezoekers in Den Haag voor Mondriaan een mislukking was; of dat 80.000 voor Frans Hals in Haarlem maar mager was”. Hij vindt dat de musea een eenheid moeten vormen. Sommige instellingen hebben nu eenmaal meer mogelijkheden succesvol in de markt te opereren dan andere; een museum met een collectie Rembrandts en Van Goghs trekt tenslotte meer publiek dan een museum zonder die toppers. Fuchs riep de Nederlandse Museumvereniging en de Mondriaanstichting op zich te buigen over de vraag hoe kan worden voorkomen dat musea elkaar al te zeer dwars zitten door die concurrentiestrijd. “Als dat kan worden opgelost, is ook de basis gelegd voor een soort van gezamenlijke nieuwe onafhankelijkheidsverklaring - waarin de museale wereld getuigen kan van zijn idealen”, aldus Fuchs. (ANP)