Eerste groenhelmen uitgezwaaid

EINDHOVEN, 3 JAN. Uitgezwaaid door minister Voorhoeve (defensie) vertrok vanochtend de eerste groep van 290 Nederlandse militairen naar Bosnië om toe te zien op naleving van het vredesakkoord van Dayton. De mannen en vrouwen werden in een DC-10 van de Koninklijke Luchtmacht naar het Kroatische Split gevlogen. Van daaruit gaan ze naar de Britse sector in het westen van Bosnië.

“Als er geen risico's aan uw missie zouden zijn verbonden, had u ook niet naar Bosnië gehoeven”, zei Voorhoeve tot de troepen. “Moge daar voor u een voorspoedig 1996 beginnen.” De bewindsman onderkent de mogelijkheid dat er slachtoffers vallen, maar gelooft dat de risico's dit keer kleiner zijn dan bij de VN-missie. Toen mochten de volgens Voorhoeve “kwetsbare blauwhelmen” zich alleen maar verdedigen, nu hebben de groenhelmen de opdracht 'robuust' op te treden. Voorhoeve: “De eerste twee maanden bepalen of alles op rolletjes zal lopen of dat er problemen zullen ontstaan. We gaan zwaar beginnen, we gaan laten zien dat met ons niet kan worden gesold.” De minister is tevreden over de indeling van de Nederlandse troepen bij de Britse Vierde Brigade. “Wij zijn van hetzelfde professionele niveau als zij”, aldus Voorhoeve.

“Ik ben best wel zenuwachtig”, zei een jonge vrouw die bij de medische troepen hoort. “Maar ik heb er heel erg veel zin in hoor”, voegde ze er snel aan toe. Ze had nog net tijd om een kop thee en een plak cake naar binnen te werken, maar moest zich toen snel tussen haar eenheid opstellen.

Onvermijdelijk viel het woord 'Srebrenica' vanochtend. Veel van de militairen die naar Split zijn gegaan, hebben zich vorig jaar tevergeefs voorbereid op het aflossen van de blauwhelmen in de moslimenclave. “Ik ben helemaal niet gefrustreerd”, bijt een militair het Tweede Kamerlid Hoekema (D66) toe, met wie hij eerder de kwestie besprak. Volgens het Kamerlid neemt de militair het de 'politiek' kwalijk dat de enclave gevallen is. “Ik sta ze hier wel uit te zwaaien”, zegt Hoekema, “maar ik weet ook wel dat de mannen en vrouwen daar niet op staan te wachten.”