Doe-het-zelver eist grotere rol op beurs van Amsterdam

AMSTERDAM, 3 JAN. De beleggende doe-het-zelver is terug op de beursvloer. “Er zijn tekenen dat de particuliere belegger weer een grotere eigen rol op de aandelenmarkt gaat spelen”, zei voorzitter drs. B. Baron van Ittersum gisteren op de nieuwjaarsreceptie van de effectenbeurs. De voorzitter is in zijn nopjes. Niet alleen sneuvelen dagelijks beursrecords, de particuliere belegger is terug van weggeweest.

“Wij hebben die indruk al langer”, zegt directeur drs. P. de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). “Wij merken het aan de onvrede onder onze leden over de rendementen van beleggingsfondsen, vooral die van Robeco in 1994 en -in een aantal gevallen- ook vorig jaar”.

De orderstroom van particuliere beleggers steeg in 1995, na twee jaar teruggang, van 67 procent van het totale aantal transacties op de beurs naar 70 procent, zo vertelde Van Ittersum. Beleggingsfondsen, het traditionele onderkomen van particulieren die zelf beleggen te duur of te gevaarlijk vinden, zijn op hun retour. Waren de beleggingsfondsen in 1993, op hun hoogtepunt, nog goed voor 22 procent van de beurswaarde van alle genoteerde aandelen, eind '95 was dat percentage gedaald tot 20.

Nederlanders zetten meer geld opzij op spaarrekeningen, maar steken minder in beursgenoteerde beleggingsfondsen. In het derde kwartaal van vorig jaar, de meest recente periode waarover het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers heeft, vloeide er per saldo nog 700 miljoen naar beursgenoteerde beleggingsfondsen toe. Naar spaarrekeningen ging meer dan het dubbele, 1,8 miljard gulden.

“Wij boeken groei bij het aantal rekeningen”, zegt een woordvoerder van Robeco, de Rotterdamse vermogensbeheerder. Robeco beheert ruim 70 miljard gulden en is daarmee marktleider in Nederland bij de beleggingsfondsen. De cijfers over de groei van de Robeco-fondsen wil hij nog niet geven. Dat is voor later deze week.

Hij vermoedt dat Van Ittersum appels met peren vergelijkt. “Hij telt alleen de beursgenoteerde beleggingsfondsen. Maar wij komen er steeds vaker achter dat het voor nieuwe produkten helemaal niet nodig is om een beursnotering te hebben. Neem het groene fonds dat wij vorig jaar met de Rabobank lanceerden: niet beursgenoteerd, wel 435 miljoen gulden door beleggers ingelegd”.

Bij ING Bank is het belegd vermogen van de “huisfondsen” op een niveau van 5,5 miljard gulden vorig jaar constant gebleven, zo zegt een woordvoerder, maar er was wel een “duidelijke stijging van de groei van het aantal effectenrekeningen van particulieren”. Particulieren beleggen meer en doen dat vaker zelf.

De rendementscijfers die het CBS gisteren over beleggingsfondsen meldde, lijken de teleurgestelde VEB-leden gelijk te geven. Het gemiddelde rendement in 1995 op beleggingsfondsen becijfert het CBS op 8 procent, terwijl de beursindex van Amsterdam vorig jaar met 20 procent steeg en de wereldindex van de effectenbeurzen met 12 procent. In Nederland scoorden de beleggingsfondsen in Nederlandse aandelen het beste: zij stegen met 15 procent, al is dat nog altijd minder dan de waardestijging van de totale Nederlandse beurs. Los van elkaar schuiven de woordvoerders van Robeco en ING hun Nederlandse aandelenfonds naar voren als voorbeeld van groeiende omvang en goeie rendementen.

Misschien nog wel het beste bewijs voor de opmars van de doe-het-zelvende belegger is de snelheid waarmee banken hun prijzen voor beursorders verlagen. De SNS Bank, de Postbank, de Rabo, ABN Amro en Bank Labouchere hebben al goedkopere effectentransacties ingevoerd. De Vries van de VEB, die zelf nauw betrokken is bij de goedkope orderlijn van Labouchere, denkt dat de kostenreductie de positie van de actieve particuliere beleggers zal versterken. Of de trend naar doe-het-zelven verder doorzet, durft hij niet te zeggen. Dicht bij huis kan de belegger het veld nog wel overzien, maar voor beleggingen op vreemde markten hebben de meesten te weinig expertise.

    • Menno Tamminga