Depardon schetst ongenadig beeld van justitiële apparaat

Délits flagrants. Regie: Raymond Depardon. In: Amsterdam, Nederlands Filmmuseum.

Een verdachte zit bij de pro-deo-advocaat en geeft een verklaring voor het feit dat ze in andermans auto werd aangetroffen terwijl ze morrelde aan de contactdraden. De advocaat luistert naar het even omslachtige als onwaarschijnlijke verhaal, en zegt dan: “Niemand kan je verbieden te liegen - er gelden hier geen morele criteria. Maar als je de rechter onzin vertelt, dan ga je de gevangenis in.”

De cynische advocaat en zijn ijskoud liegende cliënte zijn twee van de circa twintig figuren die gevolgd worden in Délits fragrants, een documentaire die Raymond Depardon maakte over de handel en wandel van gerechtsdienaren en op heterdaad betrapte kruimelcriminelen in het Parijse Paleis van Justitie. Depardon, de maker van films over een wijkpolitiebureau (Faits divers 1983) en een afdeling voor psychiatrische eerste hulp (Urgences 1987), vocht tien jaar met de Franse autoriteiten om te mogen filmen bij de voorgeleiding van verdachten en vooral de verhoren door de officiers van justitie. Waar de autoriteiten bang voor waren, wordt niet echt duidelijk uit Délits flagrants; want hoewel Depardons beeld van het justitiële apparaat ongenadig is, komen de ambtenaren in functie er niet slechter vanaf dan hun tegenspelers.

Ik zeg tegenspelers, omdat Délits flagrants zich laat bekijken als de registratie van een ritueel waarvan slechts sporadisch wordt afgeweken. De verdachten weten wat hen te doen staat: ze moeten de schade beperken en ervoor zorgen dat het rapport van het verhoor de rechter zo min mogelijk aanleiding geeft om zwaar te straffen. En dus bagatelliseren ze hun misdaden (“Die klap was zelfverdediging”), verzinnen ze smoezen (“Voor sommige dingen had ik best willen betalen”), wijzen ze op hun ongelukkige jeugd (“Ik ben getraumatiseerd door mijn achtergrond”) en uiten ze dreigementen (“Als ik naar de gevangenis moet, dan pleeg ik zelfmoord”).

Maar ook de officiers doen actief mee aan het ritueel. Zij zijn ervaren genoeg om te weten dat ze bedonderd worden, maar ze blijven er koel en zakelijk onder. De handtekening van de verdachte onder een gedeeltelijke bekentenis, een dossier minder op de grote stapel - dat is wat telt. Dus gaan ze de leugens en sterke verhalen van de verdachten met sarcasme te lijf, en sluiten ze zich af voor de werkelijk zielige gevallen, onder het motto: “Ik ben geen sociaal werkster”. En heel af en toe vallen ze uit hun rol. Een vrouwelijke officier heeft er duidelijk moeite mee om geen moreel standpunt in te nemen, en laat zich nog wel eens een 'Dit moet stoppen' ontvallen. Een ander vergeet even zijn ambtelijke beleefdheid en weigert de hand van een wanhopige Malinese illegaal te schudden.

Depardon brengt het allemaal heel precies in beeld, zonder een oordeel te vellen - als een antropoloog die door middel van thick description een vreemde cultuur aan de wereld wil tonen. Niets leidt af van de gesprekken die gevoerd worden; in het overgrote deel van de scènes zien we door het oog van de statiefcamera alleen een tafel in het verhoorkamertje en de verdachte en de ondervrager van opzij. De weinige keren dat de gefilmden laten merken dat ze zich bewust zijn van de aanwezigheid van de camera komt dat als een schok, omdat de illusie van volstrekte objectiviteit zo doorbroken wordt. “Ik zit hier voor een oorvijg!” zegt een van mishandeling verdachte man spottend in de camera. “Zit m'n haar goed?” vraagt de autodievegge met een knipoog.

Délits flagrants, dat vorige maand de Joris Ivens Award op het International Documentary Festival won, is een technisch volmaakte documentaire, geschoten in breedbeeld met Dolby-stereo, waarin vorm en inhoud één zijn: de beelden zijn even no-nonsense en naargeestig als de Franse rechtsgang, en uitwisselbaarheid van de gefilmde personages wordt onderstreept door jump cuts van het ene naar het andere verhoor. Toch kan ik niet zeggen dat Délits flagrants me geraakt heeft; Depardons statische cameravoering maakt de film nogal bloedeloos, terwijl de aaneenschakeling van verhoren op den duur gaat vervelen. Misschien had ik na Depardons titanenstrijd met de Franse autoriteiten gewoon een schokkender documentaire verwacht.