De drang tot rendement

De tweedeling die door Wim Kok voor de Nederlandse politiek is voorzien, heeft natuurlijk wrevel en verongelijktheid veroorzaakt bij de geëxcommuniceerden. Maar het is waar: het grote beleid richt zich hoe langer hoe meer op één vraagstuk: waar worden de grenzen van de verzorgingsstaat getrokken, waar begint de vrije markt en voor wie? Hoeveel arbeidsplaatsen mag het kosten om een bedrijfstak te moderniseren, hoeveel geld is er voor het laatste rampenplan? Waar kunnen nieuwe arbeidsplaatsen worden geschapen zonder dat zo'n constructie tot een eindeloze subsidie verplicht? Hoe laag kunnen de uitkeringen zijn opdat de staat die nog kan betalen zonder andere belangen tekort te doen; hoe hoog opdat niet honderdduizenden onder het bestaansminimum raken? De verzorgingsstaat is behalve een hoogtepunt van politieke beschaving ook een buffer, een verzekering tegen allerlei protest en ontwrichting, zoals de stakingen in Frankrijk nog eens leren. Wat heeft de staat ervoor over om dergelijke confrontaties te vermijden? Dat zijn minder ideologische vragen dan problemen van de politieke bedrijfsvoering.

Ruim 37 jaar geleden verscheen The Affluent Society van John Kenneth Galbraith. Het valt te lezen als een economisch beredeneerde anti-utopie waarin een maatschappij wordt beschreven waarin het welvarende deel van de bevolking, opgeslokt door een nooit eindigende reeks uitbarstingen van luxe, zijn belangstelling voor de publieke zaak verliest. Infrastructuren vervallen, de groei van de achterbuurten valt niet meer te bestrijden, in hun vervaarlijke auto's rijden de rijken over de wegen die steeds minder begaanbaar worden. Private vice and public squalor. Het boek leek toen een nieuwe oplossing te bieden voor allerhande socialisten die in 'het einde van de ideologie' waren vastgelopen.

Sinds Galbraith het schreef is de Westerse wereld grondig veranderd. In 1989 kreeg het 'socialisme' zijn historische nekslag. Dat in de 'socialistische landen' zelfs geen karikatuur bestond van wat hier onder dat begrip wordt verstaan, heeft in de discussie toen nauwelijk een rol gespeeld. Uit de ondergang van de Sovjet-Unie werd het algemeen geldend 'gelijk van rechts' afgeleid en een onderdeel daarvan was de superioriteit van de vrije markt. Hoe dwingend dat inzicht werd gepropageerd, blijkt uit de shocktherapie die een aantal voormalige socialistische landen zichzelf met de zegen van het Westen hebben opgelegd. Dat het niet zo is gegaan als men toen verwachtte, is onlangs weer bewezen door de Poolse verkiezingen die door de 'communisten' zijn gewonnen; geen ouderwetse communisten natuurlijk, maar politici van het heimwee naar de nu geïdealiseerde totale verzorgingsstaat. Wat de resultaten van vijf jaar shocktherapie in Rusland zullen zijn, weten we na de verkiezingen daar. Zoals het er nu uitziet is het meer shock dan therapie.

Op een relatief zachtaardiger manier is de vrije markt in sommige landen van het Westen tot patent-geneeswijze uitgeroepen. Dat waren het Thatcherisme en de Reaganomics. Daaruit zijn toestanden gegroeid die, afgezien van de vraag of ze strikt economisch gezien zo gezond zijn, soms sterk aan de Affluent Society van Galbraith doen denken, zeker in de grote steden van de Verenigde Staten.

Maar er is nog een andere kant aan het vraagstuk: die van de privatisering en het rendement. Openbare overheidsdiensten worden gehinderd door bureaucratie, het afschuiven van de verantwoordelijkheid, sloomheid. Iedereen, de klant zowel als de ambtenaar, weet daarvan sterke staaltjes te vertellen. De zegeningen van de vrije markt worden tot de openbare diensten uitgebreid door ze te privatiseren. Soms is dat niet mogelijk omdat zo'n dienst een onvervreemdbaar monopolie heeft; de politie bijvoorbeeld. Als die het werk boven het hoofd groeit, ontstaat er spontaan concurrentie, in dit geval de particuliere beveiligingsdiensten. Uit de bloei van deze bedrijfstak valt niet alleen af te leiden hoe het met de veiligheid is gesteld, maar ook dat de overheid niet de wil heeft of bij machte is om de politie alles te laten doen waarvoor ze tenslotte in het leven is geroepen. Het resultaat is dat wie meer geld heeft, zich groter veiligheid kan kopen.

Zo zijn de spoorwegen zich aan het privatiseren. Er is geen belangrijk traject waarop niet een of ander groot werk in uitvoering is. Tussen Den Haag en Maastricht rijdt een 'verwentrein', die bij het begin van de nieuwe dienstregeling òf weer wordt opgeheven òf waarvoor men het duurderde verwenkaartje zal moeten kopen. Tussen Leeuwarden en Staveren rijdt misschien straks helemaal geen trein meer, omdat dit rustieke dieseltje niet rendeert. Zo zijn er nog een stuk of wat trajecten.

Privatisering van openbare diensten draait erop uit dat er eisen aan het rendement worden gesteld. Reorganisaties kunnen zich ontwikkelen tot een interne shocktherapie, zoals in Frankrijk en in mindere mate hier. Maar dikwijls is dit niet voldoende. De prijs van het 'produkt' moet omhoog, en daardoor verliezen deze diensten het karakter van openbaarheid, dat wil zeggen het toegankelijk zijn voor allen. Bepaalde categorieën - in dit geval studenten, mensen boven een bepaalde leeftijd die in NS-taal 'plussers' heten - worden nog wel gesubsidieerd, maar bij het vervullen van iedere nieuwe rendementseis wordt de feitelijke klantenkring kleiner hoewel de potentiële ten minste even groot blijft.

Hoewel we dat officieel graag ontkennen blijft de Nederlandse maatschappij er een van klassen. Die zijn niet meer gepolitiseerd; ze laten zich niet meer als klassen door de partijen activeren, en die willen dat ook niet. Maar op talrijke manieren worden ze in hun dagelijks leven gewaar op welke plaats in de rangorde ze staan. Al privatiserend werkt de overheid daaraan mee. De oorspronkelijke openbaarheid voor iedereen wordt, via de drang tot rendement, tot een geclausuleerde openbaarheid. Dat is uiteindelijk de tweedeling van de maatschappij waarin de overheid medeplichtig zou zijn aan het trekken van de scheidslijn. Allen zijn gelijk, maar aan de ene zijde van de lijn zijn ze op een andere manier gelijk dan aan gene. Ook een klassiek gegeven.