Bouwproduktie is vorig jaar fors gestegen

DEN HAAG, 3 JAN. De bouwproduktie is vorig jaar fors gestegen. Dit blijkt uit de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Dit geldt voor zowel de produktie van woningen en andere gebouwen als voor de grond-, water- en wegenbouw (GWW). De vraag naar nieuwe gebouwen neemt echter af. In de GWW-sector verwachten de opdrachtgevers ook in 1996 een groei van de produktie.

De bouwbedrijven in Nederland, inclusief de bouw-installatie, hebben in 1995 een omzetstijging van 4 procent geboekt, vergeleken met 1994. De aannemers dievoornamelijk in de B&U-sector (burgerlijke bouw en utiliteitssector) werkzaam zijn, zagen hun omzet met 5 procent toenemen. De omzetgroei van de GWW-aannemers bleef beperkt tot 2 procent. Mede doordat er in 1995 veel woningen werden opgeleverd, is de omzet van stukadoors, schilders, e.d. met 6 procent gestegen.

Uit de CBS-cijfers blijkt dat de waarde van de produktie van nieuwe woningen in 1995 bijna 15 miljard gulden bedraagt. Vergeleken met 1994 is dit 9 procent meer. De vraag naar de bouw van nieuwe woningen, gebaseerd op informatie over opdrachten aan architecten en de verleende bouwvergunningen, ligt eind oktober echter 3 procent lager dan een jaar eerder. De verminderde vraag zal over ongeveer anderhalf jaar te merken zijn in de produktiecijfers.

In 1995 zijn 93.000 woningen gereedgekomen; een stijging van 6 procent t.o.v. 1994. In het westen van het land werden in 1995 praktisch evenveel woningen opgeleverd als in 1994. In het Oosten en Zuiden van ons land werden stijgingen genoteerd van 12 en 21 procent. In de noordelijke provincies heeft het CBS in 1995 een daling van 9 procent gemeten. Eind 1995 waren aannemers bezig met debouw van 90.000 tot 95.000 woningen, circa 8 procent meer dan eind 1994.

Het prijsindexcijfer voor nieuwbouwwoningen is in 1995 met 3,7 procent gestegen. Vanaf 1990 nam dit prijsindexcijfer volgens het CBS met gemiddeld 3,6 procent per jaar toe.

De waarde van de produktie van andere gebouwen dan woningen, de zogenaamde utiliteitsbouw, bedroeg in 1995 bijna 10 miljard gulden. Dit is 4 procent meer dan in 1994. Dat jaar was nog sprake van een daling met 2 procent in vergelijking met 1993. Eind oktober 1995 was de vraag naar de bouw van andere gebouwen 9 procent lager dan een jaar eerder. Deze daling komt voornamelijk voor rekening van de 'budgetsector' (scholen, ziekenhuizen, e.d.). In deindustrie, handel en zakelijke dienstverlening is de vraag naar nieuwe gebouwen stabiel.

De opdrachtgevers van grond-, water- en wegenbouw, de zogenaamde GWW-sector, verwachtten eind 1994 dat er in 1995 8 procent meer geproduceerd zou worden. Uit de cijfers van het CBS blijkt echter dat de werkelijke produktie in 1995 maar 2 procent hoger ligt dan in 1994. Met name grotere opdrachtgevers zijn eind 1994 te optimistisch geweest. Zij hebben namelijk een deel van de opdrachten doorgeschoven naar 1996. De opdrachtgevers spraken eind 1995 de verwachting uit dat de produktie in 1996 bijna 18 miljard gulden zal bedragen. Dat is 5 procent meer dan in 1995 is gerealiseerd. Met name bedrijven denken dit jaar meer uit te geven aan GWW-werken, terwijl het rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen verwachten dat in 1996 evenveel uitgegeven wordt als in 1995.