'Bij fusies zijn machtsmotieven vaak de voornaamste drijfveer'

Christiaan Berendsen (63) was ruim achttien jaar hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad. De oplage van de enige Nederlandse krant die gespecialiseerd is in financieel-economisch nieuws, verdubbelde in deze periode van ruim 20.000 tot 42.000. Human interest blijft in het FD vrijwel beperkt tot de rubriek personalia, maar de krant schrijft wel over kunst. Vraaggesprek met een hoofdredacteur met een eenvoudig adagium - better miss than fail.

Ik wil weten hoe de wereld in elkaar zit”, zei de 26-jarige Christiaan Berendsen in 1958 bij zijn sollicitatiegesprek. Het Financieele Dagblad was nog in een klein 17de eeuws pand aan het Rokin gevestigd - pal tegenover sigarenhandelaar Hajenius - en was in die tijd vooral een beleggingsblad. Niet zelden begon een bericht met “De raad van bestuur van de NV Philips Gloeilampenfabriek maakt bekend .....” om vervolgens integraal het Philips-persbericht weer te geven. Toen Berendsen op 1 juni 1977 aantrad als hoofdredacteur was Het Financieele Dagblad al langzaam aan het veranderen in een journalistiek produkt over “al het geene tot het financieele eenige betrekking heeft - sinds 1796”.

Na ruim achttien jaar hoofdredacteurschap weet Berendsen beter hoe de wereld in elkaar zit. Het waren turbulente tijden. Er waren pogingen tot verkoop van de krant buiten het personeel om, er was een komen en gaan van commissarissen en (interim-)directeuren, alsmede het nooit verslappend armpje-drukken met economisch eigenaar Hendrik Sijthoff. Berendsen: “Conflicten ontstaan - en ik zeg dit in het algemeen - doordat mensen zichzelf belangrijker zien dan ze in feite zijn.”

Voor wie zich wil wentelen in macht is de juridische constructie van Het Financieele Dagblad een sta-in-de-weg. De certificaten van het bedrijf zijn in handen van economisch eigenaar Hendrik Sijthoff, maar de aandelen zijn in handen van een beheerstichting met drie bestuursleden, die tevens commissaris zijn. De certificaathouder benoemt een van de drie, een stichting benoemt in naam van het personeel de tweede en beiden benoemen de derde. Een constructie die weliswaar een buffer vormt tegen ongewenste overname - Welke uitgever wil een bedrijf overnemen met zulk lastig peroneel? - maar tegelijkertijd leidt tot een interne machtsstrijd tussen directie, de familie Sijthoff, aandeelhouder en personeel. Een bedrijfspsycholoog kwam er aan te pas om de verhouding tussen Berendsen en directeur Van den Burger te onderzoeken. De laatste twee jaar heeft de krant een uittocht van ervaren redacteuren gezien. De commissarissen benoemden de voormalige adjunct-hoofdredacteur drs. A. Bakker tot opvolger van berendsen als hoofdredacteur, ook al stemde een meerderheid van de redactie daartegen.

De uitzonderlijke juridische constructie van Het Financieele Dagblad is tijdens uw hoofdredacteurschap ingevoerd. Waarom deze vorm?

“Deze constructie betekent een zeker evenwicht van arbeid en kapitaal. En dat is natuurlijk helemaal niet zo gek. Want in de praktijk is dat evenwicht er nu eenmaal. Geen enkele directie kan vrijelijk opereren als het personeel niet meewerkt. Alleen - er zijn weinig ondernemingen waarin dat evenwicht ook een juridische vorm heeft gekregen. Daardoor heeft in de praktijk vaak een van de partijen de allergrootste macht. Dat onze constructie soms tot problemen heeft geleid, komt omdat een aantal mensen deze constructie niet wilde aanvaarden. Het is een kunst om het evenwicht te vinden.”

Is dat evenwicht er bij Het Financieele Dagblad wel ooit geweest?

“Ach, het is af en toe best heel goed gegaan. Als iedereen zich maar bij zijn rol wist neer te leggen. Het is eigenlijk net als bij Engelse monarchie. De monarch is daar met grote pracht en praal omgeven - maar de macht ligt ergens anders. Het personeel van Het Financieele Dagblad heeft er nooit een probleem van gemaakt om alle eer aan de eigenaren te laten. Want laten we wel wezen - en ik spreek nu weer in algemene termen - het gaat natuurlijk gewoon om mensen van vlees en bloed. Mensen moeten hun status ergens aan ontlenen. Dergelijke dingen spelen een rol. Kijk naar al die krantenfusies. Er zijn zoveel fusies waarvan je echt kunt betwijfelen of ze enig nut hebben. Maar waarom worden ze bedreven? Omdat degenen die de macht hebben, via die fusie kans zien hun macht te vergroten.”

Economische fusies als uiting van een hang naar macht?

“Niemand zal dat natuurlijk hardop zeggen. Dan wordt men onderuit gehaald. Daarom haalt men economische motieven aan - die er vaak natuurlijk ook wel zijn - maar de machtsmotieven zijn misschien wel even vaak de voornaamste drijfveer. Overal in de praktijk van het bedrijfsleven zie je een golfbeweging aan fusies. Je moet fuseren. Anders tel je niet mee. Misschien kijkt men zo ook wel tegen Het Financieele Dagblad aan. Zo van: 'Dat is een klein onderneminkje dat niet meedoet met de grote stroom en zichzelf de kans ontneemt onderdeel te worden van een groter concern'. En dat komt dan zogenaamd omdat we die idiote constructie en dat eigenwijze personeel hebben. Maar waarom zou een uitgever Het Financieele Dagblad willen overnemen? Niet per se om Het Financieele Dagblad beter te maken, maar om daarmee meer middelen te genereren die deze uitgever dan naar eigen inzicht kan aanwenden ter uitbreiding van zijn machtspositie.”

Welke krant ziet het Financieele Dagblad als belangrijkste concurrent?

“Het Financieele Dagblad heeft geen rechtstreekse concurrent. Marginaal is er natuurlijk concurrentie met allerlei bladen, maar de krant is enig in zijn soort. Dat is niet zo bijzonder. In Engeland heb je ook maar één Financial Times en Duitsland heeft ook alleen het Handelsblatt. De markt voor financieel-economisch nieuws is te klein voor twee van dergelijke bladen. We vormen ook geen bedreiging voor enige andere krant.

“Dat neemt niet weg dat je nooit tevreden mag zijn. Om met Jan Timmer van Philips te spreken: Let's make things better. Als je een jaar met een prachtig resultaat hebt en je zegt: 'He, nu gaat het goed', dan gaat het alweer verkeerd. Het plezierige van Het Financieele Dagblad is dat we ons altijd hebben gerealiseerd dat we nog een heleboel te doen hebben. Zaken die we tot onze taak rekenen, maar die we nog niet beheersen.”

Zoals bijvoorbeeld meer human interest in de krant?

“Meer aandacht voor het menselijke is voor Het Finacieele Dagblad van groot belang. Wij moeten een krant maken voor mensen met een dieper gaande belangstelling voor de economie en niet een krant voor functionarissen. Maar als je niet zorgvuldig over mensen schrijft, is dat levensgevaarlijk. Wij mogen personen best hard aanpakken, maar ze moeten altijd kunnen erkennen dat iets fair is gebeurd. Onze normen kunnen niet hoog genoeg zijn. Het is moeilijk om op een behoorlijk niveau over mensen uit het bedrijfsleven te schrijven. Die kunst is bij ons nog niet tot grote ontwikkeling gebracht. Voor mij geldt dan: Better miss than fail.”

Waarom heeft het Financieele Dagblad wel een kunstrubriek?

“Kunst vind ik heel belangrijk. Statistisch, met de grote nadruk op statistisch, kun je zeggen dat het in deze wereld allemaal om geld draait. Maar uiteindelijk is geld alleen maar een middel om de wereld draaiende te houden. Als de aandelenkoersen alsmaar omhoog gaan, dan komt er een moment waarop ze te hoog zijn en ze in elkaar storten. Dat is dan het gevolg van louter financieel denken. Het financiële moet gebonden blijven aan de ontwikkelingen in de reëele sfeer. Het gaat erom wat je met geld en rijkdom kunt doen. En wat zie je dan altijd? Dat we ons geld het liefst besteden aan zaken van een heel andere aard, die niet nuttig zijn in de letterlijk economische zin. Kunst stijgt daar bovenuit. Het is het meest vrije. Naarmate je er meer voor openstaat, kun je beter je vakgebied beoefenen. Dat is wat we onze lezers willen bieden.”

    • Monique Snoeijen