Beursvoorzitter laakt trage behandeling zaken handel met voorkennis

AMSTERDAM, 3 DEC. Beursvoorzitter drs. B. Baron van Ittersum heeft fel uitgehaald naar het Openbaar Ministerie dat te traag is bij de behandeling van aangiftes wegens effectenhandel met misbruik van voorkennis. In zijn speech op de nieuwjaarsreceptie van de beurs zei Van Ittersum gistermiddag dat “vertragingen in de follow up, zoals in de afgelopen twee jaar zijn opgetreden, in het belang van alle betrokken partijen niet meer mogen voortkomen.”

Het is de beurs een doorn in het oog dat het zo lang duurt voordat duidelijk wordt of een aangifte wegens effectenhandel met misbruik van voorkennis tot vervolging leidt of niet. Bij het Openbaar Ministerie liggen inmiddels onder meer aangiftes wegens misbruik van voorkennis tegen een groep managers van het handelshuis Borsumij Wehry en tegen onbekende beleggers in opties van het voedingsbedrijf BolsWessanen. Borsumij Wehry fuseerde vorig jaar, mede onder invloed van de onzekerheid van mogelijke vervolging van het topmanagement, met concurrent Hagemeyer.

Van Ittersum onthulde dat de beurs de afgelopen twee jaar zeven aangiftes van misbruik van voorwetenschap heeft gedaan. In totaal heeft het Controlebureau van de beurs 54 specifieke onderzoeken uitgevoerd, zo vertelde de beursvoorzitter. De effectenbeurs en de beurstoezichthouder, de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), willen de komende maanden een slagvaardiger beleid voeren tegen misbruik van voorkennis. Hun verlangen dat het Openbaar Ministerie de in beursfraude gespecialiseerde officier van justitie langduriger op zijn post laat, wil justitie echter niet inwilligen.

Van Ittersum verwacht dat minister Zalm van financiën op korte termijn met zijn reactie zal komen op het laatste voorstel van de beurs en de beursgenoteerde bedrijven over de limitering van beschermingsconstructies tegen vijandige overnames. Hij zei het te betreuren dat mede door de langdurige discussie over dit onderwerp de relaties tussen bedrijven en vertegenwoordigers van aandeelhouders “niet optimaal” zijn.

Bedrijven hebben hun kapitaalverschaffers hard nodig, meent Van Ittersum. “De onmiskenbaar actievere opstelling van beleggers wordt van die zijde nog te veel als een bedreiging gezien, terwijl zij - indien serieus genomen - kan functioneren als steun voor een slagvaardig ondernemingsbeleid.”

Het aanbod van ABN Amro bestuursvoorzitter mr. J. Kalff om door overname bedreigde bedrijven te hulp te schieten door directe aandelenbelangen te nemen, verwelkomt Van Ittersum, zo zei hij na afloop. Daarmee verdwijnen de juridische barrières tegen overnames en worden zij vervangen door economische bescherming, waaronder ook afspraken met kernaandeelhouders vallen.