Bantingkuur

Deze week beginnen tienduizenden mensen met een dieet. Nog eens tienduizenden hebben zich voorgenomen nu echt even te stoppen met snoepen. Natuurlijk was het mogelijk geweest om nee te zeggen tegen alle pepernoten, taaitaai, speculaas, kruidnoten, marsepein, chocoladeletters, kerstkransen, worstebroodjes, kerststollen, oliebollen en appelflappen die je in december krijgt voorgeschoteld, maar wie was daar werkelijk toe in staat? En dan heb je nog die armzaligen die, zoals ik, in december een verjaardag moesten vieren!

Tegenwoordig kun je kiezen uit een absurde hoeveelheid diëten, maar hoe lag dat vroeger? Wat deden dikkerdjes pakweg honderd jaar geleden om ongewenste vetophopingen kwijt te raken?

Welnu, tussen 1865 en 1940 onderwierpen zij zich veelal aan een zogeheten bantingkuur. Deze kuur dankt haar naam aan de Londense begrafenisondernemer en schrijnwerker William Banting (1797-1878).

Banting was relatief klein van stuk, ongeveer 1,62 m. Aanvankelijk had hij een normaal postuur, maar rond zijn 40ste begon hij opeens dik te worden. Hij bezocht een arts, die hem aanraadde te gaan roeien. Banting volgde dit advies met geestdrift op. Iedere ochtend roeide hij maar liefst twee uur. Zijn spierkracht nam toe, maar hij kreeg ook vreselijke trek van al dat geroei, ging dus meer eten en werd alleen maar dikker. In de jaren daarna bezocht hij talloze artsen. Op hun aanraden maakte hij lange wandelingen langs het strand, nam zeebaden, Turkse baden, ging paardrijden, dronk grote hoeveelheden mineraalwater en liquor potassae, maar niets hielp - hij werd vetter en vetter.

Banting leed niet aan een of andere zeldzame ziekte, hij at en dronk gewoon te veel, vooral brood, vlees en bier. Weliswaar adviseerden de dokters hem om licht te eten, maar niemand zei erbij wat je daar precies onder moest verstaan.

Ruim twintig jaar lang bleef Banting zo aanmodderen. Inmiddels had hij zo'n dikke buik dat hij zijn eigen schoenen niet meer kon vastmaken. Hij droeg kniebanden en liep altijd langzaam achterwaarts de trap af, in de overtuiging hiermee zijn voet- en kniegewrichten te sparen. Van de geringste lichamelijke inspanning moest hij hoesten en zweten.

Uiteindelijk bracht William Harvey, een oorarts uit Soho, soelaas. Harvey was ervan overtuigd dat Bantings gehoorproblemen te maken hadden met diens lichaamsgewicht. Daarom schreef hij hem geen geneesmiddelen voor, maar een dieet.

Harvey raadde Banting aan om voortaan geen brood, boter, suiker, aardappelen, pasta, varkensvlees, zalm of bonen meer te eten, sinds vele jaren Bantings lievelingsgerechen. Ook mocht hij geen sterke drank, bier, champagne of melk meer drinken.

In plaats daarvan moest de begrafenisondernemer zich aan het volgende dieet houden. Als ontbijt: mager rund- of lamsvlees, nieren, gebakken vis of ham, met een grote kop thee (zonder melk of suiker), een beschuit of geroosterd brood. Voor het middagmaal: vis of vlees, geroosterd brood, gevogelte of wild, met twee of drie glazen goede bordeaux, sherry of madera. Bij de thee: ingemaakte vruchten met een grote beschuit. Voor het avondeten: vlees of vis met twee glazen wijn. Voor het slapen gaan mocht hij zonodig nog een grog nuttigen.

Banting wist niet wat hem overkwam. Na een week was hij al een pond kwijt. De week daarop weer een, en zo ging het door tot hij in totaal ruim 21 kilo was afgevallen. Ook voelde hij zich met de week fitter. Zijn oor- en oogproblemen werden minder en hij had geen last meer van brandend maagzuur, obstipatie, misselijkheid of duizeligheid. Hij kon weer zelf zijn laarzen aantrekken en na twintig jaar kon hij eindelijk zijn kniebanden afdoen.

Banting was intens dankbaar. Hij voelde zich geroepen zijn ervaring met anderen te delen. In 1863 gaf hij 'tot troost der lijdende menschheid' in eigen beheer een brochure uit, getiteld A letter on corpulence. Het is een aandoenlijk document: openhartig, bescheiden en in gewone taal. Er was onmiddellijk veel vraag naar. De eerste twee drukken verspreidde de Londense begrafenisondernemer gratis, voor de derde druk (oplage 1500 exemplaren) vroeg hij een kleine vergoeding.

Al in 1865 werd zijn brochure in het Nederlands vertaald, onder de titel Open brief over de zwaarlijvigheid. Ook in Duitsland verscheen een vertaling. In het Engels werd to bant een gangbare uitdrukking, net als doing Banting, Bantingism en Bantingize. In 1871 nam A. Winkler Prins in zijn encyclopedie een artikel op over de bantingkuur en ook Meyers Konversations-Lexikon ruimde er een halve pagina voor in. Banting ontving honderden dankbare brieven en adhesiebetuigingen.

Bracht de bantingkuur naast een remedie tegen vetzucht, nu ook meer inzicht in de oorzaken ervan? Niet echt. In de Nederlandse vertaling van de brochure is een kort overzicht opgenomen van de verschillende verklaringen voor zwaarlijvigheid. Als belangrijke oorzaken worden genoemd slap celweefsel, massage na een heet bad, gebrek aan beweging, veel slapen, een flegmatieke aard, een weelderige levensstijl, aderlatingen, verblijf in koude of vochtige lucht en 'werkeloosheid der geslachtsorganen' (“daarom dikwijls bij vrouwen in de periode van stilstand na herhaalde kraambedden of in de klimakterische jaren”). Bantings brochure gaf wel het startschot voor gedegen onderzoek naar overgewicht en diëten.

Omstreeks 1940 leidde dit onderzoek tot de conclusie dat de bantingkuur - met zijn eenzijdige consumptie van mager vlees en toch iets te veel alcohol - kon leiden tot ernstige ondervoeding. Zonder medische controle kon deze kuur zelfs gevaarlijk zijn, schreef men.

Niet bekend