Akzo nog lang niet door zout heen

AMERSFOORT, 3 JAN. Nederland mag dan al bijna een week in de ban van de ijzel zijn, Akzo Nobel Salt Europe in Amersfoort, 's lands grootste producent van strooizout en één van de grootste zoutfabrikanten in Europa, spreekt nog altijd van een 'matig' strooiseizoen. “Als de gladheid nu voorbij zou zijn, hebben we geen slecht, maar ook beslist geen goed strooiseizoen gehad”, aldus president F.A. Bierman van Salt Europe.

Goede winters beginnen voor Salt Europe, onderdeel van het chemieconcern Akzo Nobel, pas bij 250.000 tot 300.000 ton. In slechte winters wordt in totaal niet meer dan enige tienduizenden tonnen zout over de wegen verspreid. Het totale verbruik wordt pas eind maart berekend. Inmiddels is Akzo wel druk bezig om de voorraden van de afnemers - Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten - aan te vullen. “Maar het moet wel heel gek gaan, willen we deze winter de vraag niet aankunnen”, aldus Bierman.

De beste strooiwinter in de afgelopen tien jaar was 1987, toen Akzo Nobel Salt Europe bijna 600.000 ton wegenzout verkocht. Bierman: “Toen hebben we zout 'buiten de deur' moeten inkopen.” Behalve 'bulkzout' voor de grote klanten produceert Salt Europe ook 'zakgoed' wegenzout voor particulieren, dat onder meer wordt verkocht via tuincentra en doe-het-zelf-centra. Ook aan ondernemingen met grote bedrijfsterreinen wordt bulkzout geleverd.

De produktie van wegenzout bedraagt slechts een kleine 10 procent van de totale zoutproduktie van Akzo Nobel Salt Europe, dat in heel Europa zo'n achthonderd werknemers heeft. Het bedrijf produceert jaarlijks zo'n 5 miljoen ton zout, waarvan ruim 400.000 ton strooizout in een goed strooijaar. Het zout wordt opgepompt bij Hengelo en Veendam, waar in totaal circa 4 miljoen ton zogeheten vacuümzout per jaar wordt gewonnen. De pekel wordt omhooggeperst door water in een boorgat te pompen. Na winning wordt het strooizout gereinigd en opgeslagen in loodsen in Hengelo, Utrecht, Delfzijl en Oss. Ook de afnemers beschikken over een uitgebreid net van depôts: Rijkswaterstaat bijvoorbeeld heeft als beleid om drie kwartier na melding van gladheid een bepaald traject van het rijkswegennet te hebben gestrooid. Het oppompen van pekel levert meestal een schoner eindprodukt op dan de delving van vast zout in een mijn, aldus Bierman. Zo is er strooizout met dolomiet verkrijgbaar op de markt, wat bruine smurrie geeft op gepekelde wegen. Behalve vacuümzout wint Akzo Nobel ook steenzout in de Verenigde Staten en zeezout in de VS en op Bonaire. In de VS produceert Akzo Nobel 10 miljoen ton zout per jaar.

Salt Europe produceert ook zout naar Denemarken, Duitsland - in beide landen heeft Akzo produktievestigingen - en exporteert naar België. Bierman: “We houden onze exportactiviteiten beperkt. Strooizout is een heel goedkoop produkt, dus export is nauwelijks rendabel door de hoge transportkosten.” Of de strooizouthandel winstgevend is, hangt sterk af van de strengheid van de winter. Dat Akzo de produktie van wegenzout toch in stand houdt, is voor een belangrijk deel een 'morele verplichting', aldus Bierman. “Als zoutproducent zien we het als onze verantwoordelijkheid om ook strooizout te leveren.” Over marktaandeel, omzet en winst- of verliescijfers wil Bierman niets kwijt.

Akzo Nobel Salt Europe is niet de enige leverancier van strooizout. De grote afnemers in Nederland betrekken eveneens zout van de Mines de Potasse in de Elzas en van de Duitse vestiging van het Belgische Solvay. Sinds november produceert ook het bedrijf Frima in Harlingen strooizout. Voorheen was dat bedrijf, onder de naam Talimpex, uitsluitend importeur. Frima zal dit seizoen naar schatting 60.000 ton strooizout uit de bodem bij Harlingen halen, dat voornamelijk wordt geleverd aan gemeenten en deels wordt geëxporteerd. In totaal produceert Frima dit jaar 900.000 ton zout voor onder meer de landbouw en de consumptie.

Het is overigens een misverstand te denken dat strenge winters ook goede strooiwinters zijn, legt Bierman uit. “'Op- en afgaande winters, waar vorst en dooi elkaar afwisselen, zijn voor ons het beste.”

    • Friederike de Raat