17 E.T. - The Extra Terrestrial

Uit films weet ik dat er een plek moet bestaan, ongeveer tegenover het grote Hollywood-bord, vanwaar je uitkijkt over de vlakte van Los Angeles: een rechthoekig, gelijkmatig verlicht stratenplan, dat orde en warmte belooft, in tegenstelling tot die dicht begroeide heuvels vol ongedierte, indianen, gnomen en verkrachters.

Het uitzicht op het 'never-never-land', dat ook wel Suburbia genoemd wordt en de natuurlijke habitat vormt van Steven Spielberg (1947), markeert ook het begin van zijn film E.T. - The Extra Terrestrial (1982). Alleen achtergelaten in de wildernis door overhaast vertrokken soortgenoten, besluit het schattige ruimtemonstertje de lichtjes op te zoeken. In de schuur, die zowel aan de stal van Bethlehem als Spielbergs ouderlijke garage herinnert, ontmoet E.T. zijn menselijke beschermer Elliott. Tot vlak voor het eind van de film is Elliotts moeder (Mary) de enige volwassene, van wie we het gezicht te zien krijgen. De wereld van E.T. wordt verder uitsluitend bevolkt door kinderen, de enigen die onvoorwaardelijk in het wonder van zijn komst geloven. Wanneer hij het pad van een volwassene kruist, herkent die hem niet eens. Ook de wederopstanding en hemelvaart van E.T. - al aangekondigd in de allereerste dialoog van de film - bestempelen deze tot aan de komst van Spielbergs Jurassic Park (1993) succesvolste film aller tijden tot een variant op het evangelie.

Spielbergs heilboodschap betreft vooral de onschuld van zijn eigen eenzame jeugd, doorgebracht aan de knutselbank in de garage, maar vooral in gezelschap van film- en televisiehelden. Het succes van Spielberg en zijn cinefiele generatiegenoten George Lucas, John Landis, Joe Dante en nog een handvol anderen, zou vanaf het einde van de jaren zeventig leiden tot een verjonging van de Amerikaanse cinema, sterker nog: tot de verheffing van de kinderziel, de speelkamer, het knuffelbeest, de televisieherinneringen, het stripboek en de solidariteit van fantasiefiguren als de maat der dingen. Als E.T., met een mystieke hoofddoek over zich heen, in het fietsmandje van Elliott, ervoor zorgt dat zijn vriendjes net zo kunnen vliegen als Peter Pan, is alleen een kniesoor niet ontroerd.

Er zijn in Amerika vast meer straten met brede trottoirs, groene opritten naar de garage en vrijstaande brievenbussen dan doodlopende stegen, nat glimmend asfalt en vleespakhuizen. Hollywood heeft decennialang, in gangsterfilm en 'film noir' nachtmerries verkocht aan de provinciale kleinburger. Spielberg verschafte in de Reagan-era de realiteit van de buitenwijk een even mythische status, die van het sprookje, waarin de marsmannetjes vriendelijk naar ons zwaaien.