Zwarten in Bijlmer komen uit hun 'politieke kelder'

Het landelijk bestuur van D66 verbood vorige week alle leden in Amsterdam Zuidoost de naam van de partij te voeren: een dieptepunt in een zeurende afdelingsruzie. Eronder sluimert een conflict tussen twee culturen.

AMSTERDAM, 2 JAN. Het was een doordeweekse septemberdag op een van de stadsdeelkantoren van Amsterdam. In de raadszaal heeft het nieuwe deelraadslid Earl Rudge net gezworen dat hij de belangen van stadsdeel Zuidoost 'zal voorstaan en bevorderen' - “zo waarlijk helpe mij God almachtig!” - en de voorzitter heet hem welkom. Een routine-plechtigheid voor elke gemeente. Maar dan verrijst een koor op de publieke tribune en zet een psalm in. Even later komt nog een drumband met vrolijker muziek.

Ontroerend vond W. Gortzak dat. En niet te vergelijken met zijn eigen inauguratie. De fractievoorzitter van de PvdA in Zuidoost herinnert zich die niet zo scherp; hij zal een hand hebben gekregen van zijn fractiegenoten en ze hebben vast koffie gedronken na afloop. De plechtigheid waarbij de Creools-Surinaamse Nederlander E. Rudge een vertrokken raadslid opvolgde in de fractie van D66, haalt Gortzak erbij om iets aan te duiden: “Het lijkt erop alsof een wit persoon minder gewicht hecht aan zo'n functie dan een zwarte.”

Gortzak zegt het uiterst voorzichtig, zoals alle 'witten' in deze kwestie voorzichtig spreken, naar de juiste woorden tasten, en zeggen: 'het is een beetje moeilijk uit te leggen' of: 'hoe moet ik het zeggen?' Zij zoeken een niet-aanstootgevende formulering voor het verschil tussen zwart en wit.

Het landelijk hoofdbestuur van D66 greep vorige week drastisch in bij de deelafdeling in Amsterdam Zuidoost. Het is elke politicus voorlopig verboden nog de naam 'D66' te voeren, eerst moet het hoofdbestuur duidelijk zijn wie hier de partij vertegenwoordigt. De maatregel is eerst en vooral het dieptepunt van een zeurende ruzie in de afdeling van een partij in beroering.

Twee, drie jaar geleden leek de opmars van D66 nog onstuitbaar, maar bij de gemeentraadsverkiezingen van 1994 verloor ze veel terrein. In Zuidoost ging de partij terug van 9 naar 6 zetels. Dat was een rijke voedingsbodem voor wantrouwen en frustraties. Een gevolg gevolg was dat eerst 'wijkwethouder' E. Esajas moest aftreden en later de fractie verliet en dat onlangs nog eens drie fractieleden zich afscheidden. Twee mensen noemen zich nog D66 in de deelraad: Rudge en R. Groenhart, beiden Creoolse Surinamers.

Het had toeval kunnen zijn dat de scheidslijnen tussen de splinters zich laten definiëren in zwart en wit - drie om drie - maar volgens alle betrokkenen is van toeval geen sprake. “Het delen van de macht is niet zo gemakkelijk”, zo kenmerkt de Surinaams-Nederlandse socioloog H. Dors de kern van het probleem. Bij een veranderende samenstelling van de bevolking moeten de traditionele machthebbers ruimte geven aan de nieuwkomers. In Amsterdam Zuidoost is dat proces nu het best te volgen. Hier woont een sterke concentratie van zwarten die “mee willen doen aan het politieke spel”.

De verhouding tussen 'witte' en 'zwarte' bewoners van Zuidoost is ruwweg 40:60. Het zou volgens Dors “logisch zijn als 60 procent van de deelraadsleden zwart was en 60 procent van de ambtenaren. Maar dat is dus niet zo.” Tweederde van de raadsleden is wit. Het probleem van de vertegenwoordiging is zelfs nog groter dan uit deze cijfers blijkt. Vrijwel alle leden van de deelraad wonen niet ìn de echte Bijlmer, maar eromheen, in de eengezinswoningen van Geerdinkhof of in de nieuwe wijk aan de Gaasperplas. De meest nijpende problemen van de buurt concentreren zich echter in de hoogbouwflats die in de jaren zestig werden gebouwd. Hier is de verhouding zwart-wit niet 60:40, maar 80:20.

Groenhart herinnert zich nog de aanblik van D66 toen hij in 1991 lid werd: “Een clubje rijke, witte vergadertijgers.” Er waren destijds 67 leden. Nu zijn het er meer dan 200 en is de deelafdeling de een na grootste van de stad. “Wij hebben in Zuidoost mensen die nooit eerder politiek actief waren geweest, lid gemaakt van D66. En zwarten zijn het beu om in de kelder van elke organisatie te functioneren.”

Dat is het wat P. Sebek, de voorzitter van de afgescheiden, witte groep uit de D66-fractie, gemerkt moet hebben toen hij nog niet zo lang geleden op een ledenvergadering een bepaald punt wilde bespreken. Geen hete kwestie, gewoon een partij-aangelegenheid. “Vóór de vergadering begint, stelt de voorzitter voor te stemmen over de vraag of dit punt mag worden besproken of niet. In de vergadering zitten opeens allemaal mensen die ik nog nooit eerder heb gezien en die stemmen allemaal met de voorzitter mee: het punt mocht niet worden besproken.” De voorzitter, moet erbij gezegd, was de Creools-Surinaamse R. Speear.

Groenhart vliegt op: “Het kan wel kloppen dat Sebek niemand op die vergadering kende, want hij had die mensen nog nooit gezien. Dat is hun probleem. Zíj hebben geen affiniteit met de wijk. Zíj ontbreken bij iedere informele bijeenkomst van niet-blanken.” Groenhart ziet die houding als bedekt racisme. “Sebek, als mijn zwarte reet jou stoort, zèg het dan!”

Het was al heel wat dat in 1994 een dagelijks bestuur van het stadsdeel werd samengesteld van twee zwarte en twee witte 'wethouders'. Na de val van Esajas is de witte Van der Burg voor hem in de plaats gekomen. “Aan zoiets wordt in de Surinaamse gemeenschap veel waarde gehecht”, denkt Gortzak. De grote belangstelling voor de inauguratie van allochtone raadsleden, zoals Rudge, is daar een uiting van. Toen de hindostaans-Surinaamse K. Kanhai voor de PvdA deelraadslid werd, ging een hindoe-priester, een pandit, voor in het gebed. Toen Esajas werd geïnstalleerd, was het naar zijn eigen zeggen “compleet feest”.

Een verschil in politieke cultuur. Zo omschrijft J. Nugteren, die zowel woordvoerder is van het landelijk bestuur van D66, als voorzitter van de afdeling Amsterdam, de onderliggende oorzaak van het conflict bij zijn partijgenoten in Zuidoost. “Sommige mensen komen op voor het deelbelang van de groep die op hun heeft gestemd.” De 'sommige mensen' zijn Creoolse Surinamers. Nugteren noemt hun manier van politiek bedrijven 'cliëntelisme'.

Sebek is het met Nugteren eens en geeft een voorbeeld. “Ik herinner me een deelraadvergadering over de sloop en vernieuwing van de hoogbouwflats. Middenin de beraadslaging vroeg een zwart fractielid schorsing aan: de zwarte raadsleden wilden onderling overleggen.” Inderdaad, zegt raadslid R. Hunsel van GroenLinks.“Driekwart van de zwarten in de Bijlmer dreigde er in het voorstel bekaaid vanaf te komen. Het ging wel om onze achterban. In andere gevallen is dat toch ook belangrijk. Kanhai wordt wel met voorkeursstemmen gekozen - en die komen niet van witte Nederlanders.” Groenhart: “Als het om zwarten gaat, heet het opeens belangenbehartiging. Er is altijd sprake van belangenpolitiek.”

Sebek ziet het overleg als iets dat de partijpolitiek aantast. “De Creoolse Surinamers hebben een grotere loyaliteit aan de groep dan aan hun partij. Dat speelt ook in andere partijen in Zuidoost.” Gortzak heeft er in zijn PvdA naar eigen zeggen geen problemen mee. Het 'allochtonenoverleg' geschiedt in alle openlijkheid en doet hem denken aan het 'interpartijlijk vrouwenoverleg' in de Tweede Kamer in de jaren zeventig. “Als zwarte raadsleden kruip je naar elkaar toe”, zegt Groenhart. “Wat er leeft onder de Surinamers, kan ik beter inschatten dan een witte politicus. Toen de homo-nota werd besproken, discussieerden alleen de homo's in de deelraad daarover. Dat stoort mij ook niet.”

Gortzak wijt het probleem aan de situatie van D66. “Maar hun gedoe kan de andere partijen wel onder druk zetten.” Zijn partijgenoot Dors is het niet met hem eens: “Het zou triest zijn als dit probleem werd afgedaan als een D66-probleem. Wat zich daar heeft afgespeeld kan zich in alle democratische partijen voltrekken. Zwarte mensen proberen allerlei strategiën te ontwikkelen om de macht, niet te grijpen, maar te delen. Tot die strategiën behoren ook de Farrakhan-achtige ideeën die her en der de kop opsteken. Een partij alleen voor zwarten. Het is de vraag of wij daarvan gediend zijn, maar misschien is segregatie een onvermijdelijke fase in de politieke ontwikkeling van Amsterdam Zuidoost.”

    • Bas Blokker