We zijn er. Wen er maar aan

Moslims Activistische jonge moslims pikken het niet meer dat moslims een andere behandeling krijgen dan andere Nederlanders. Drie populaire ‘voorgangers’ roepen in felle tweets en blogs op tot meer zelfbewustzijn.

Nourdeen Wildeman. Foto David van Dam

‘Wij zijn bang dat men negatief over joden en over vrouwen praat.” Zo verdedigt Tweede Kamerlid Peter Oskam (CDA) vorig jaar op Radio 1 zijn pleidooi om „haatimams” de toegang tot Nederland te weigeren. Dan krijgt hij een vraag van blogger Nourdeen Wildeman, de andere studiogast.

Wildeman: „Als een imam bijvoorbeeld zegt dat het homohuwelijk een destructieve aanval is op het plan van God, zou die dan niet naar Nederland mogen komen?”

Oskam: „Ik denk het niet.”

Wildeman: „Oké. Maar dit is een uitspraak van de paus. Wilt u de toegang van de paus tot Nederland blokkeren?”

De christen-democraat valt stil.

Wildeman: „Ik vroeg u of u wilt dat de paus niet naar Nederland komt.”

Oskam, geïrriteerd: „U bent niet degene die mij interviewt.”

Een groeiende groep islamitische jongeren komt in verzet tegen de in hun ogen ongelijke behandeling van moslims en andere Nederlanders. Te vaak meet Nederland met een andere maat als het over de islam gaat, vinden zij. Ze ageren op felle en soms provocerende toon tegen de „hypocrisie in het islamdebat”. Ze laten zich inspireren door de strijd die Malcolm X voerde voor gelijke rechten van zwarten in de Verenigde Staten.

Nourdeen Wildeman is een van de moslims die protesteert tegen de ‘dubbele maat’, een term die uit de VS is overgewaaid (‘double standard’). Neem de vrijheid van meningsuiting, zegt Wildeman. „Niet-moslims gebruiken die vrijheid om de profeet te beledigen en komen daarmee weg. Maar als een moslim dezelfde vrijheid gebruikt om homoseksuelen of Israël te beledigen, mag het opeens niet meer.”

Sociale media staan dagelijks vol met voorbeelden van dubbele maten.

Een moskee die wordt belemmerd in het doen van een gebedsoproep, terwijl kerken wel klokken mogen luiden? Dubbele maat!

Een haatimam die uit Nederland wordt geweerd, terwijl een Israëlische haatprediker wél Nederland binnenkomt? Dubbele maat! Wildeman: „Ik ben niet vóór haatimams. Ik constateer alleen dat een imam dat label krijgt zodra hij een mening heeft die niet overeenkomt met de publieke opinie.”

Of, recenter: de arrestatie van columniste Ebru Umar in Turkije wegens het beledigen van president Erdogan, werd door Nederlandse politici fel bekritiseerd. Maar in Nederland werd vorig jaar nog een activist vervolgd die de koning beledigde.

Douchen in onderbroek

Nourdeen Wildeman (33) spuwt zijn gal over de dubbele behandeling in tweets, blogs en lezingen die hij in moskeeën geeft. Hetzelfde geldt voor Abou Hafs, een Marokkaans-Nederlandse prediker die met name orthodoxe moslimjongeren aanspreekt. Wanneer ergens moslims worden aangevallen, kun je erop rekenen dat Abou Hafs erop reageert in een tweet. Meestal op een controversiële manier. Als amateurvoetballers met een Marokkaanse achtergrond kritiek krijgen omdat ze hun onderbroek aanhouden tijdens het douchen, schrijft Abou Hafs dat pedofilie nou eenmaal een Nederlandse traditie is. Eerder raakte hij in opspraak omdat hij aanwezig was op een demonstratie voor moslimgevangenen die ook werd bijgewoond door jihadisten.

Een andere enthousiaste bestrijder van de ‘dubbele maat’ is Salaheddine Benchikhi (35), Marokkaans-Nederlands cabaretier, film- en documentairemaker. Artiestennaam Salaheddine. Hij is populair: sommige van zijn video’s die hij op YouTube zet, zijn wel een half miljoen keer bekeken. Na de aanslagen in Brussel afgelopen maart maakte hij een video waarin hij shirts uitdeelde aan voorbijgangers met de opdruk #JesuisBrussel. Mensen stapten van hun fiets en trokken de shirts aan. Maar toen hij even daarvoor na aanslagen in Ankara shirts had uitgedeeld met #JesuisAnkara, wilde niemand ze aannemen.

Wat willen deze mannen bereiken? Salaheddine: „Ik druk op de pijnpunten van wit Nederland. Nederland blijft liever een land zonder moslims.” Abou Hafs: „Ik hou een spiegel voor.” Wildeman: „We komen op voor onze rechten.” Alle drie vinden ze het tijd dat moslims na ruim vijftien jaar islamdebat iets gaan terugzeggen. Hun toon verschilt van die van eerdere generaties. Waar hun ouders en grootouders, de voormalige gastarbeiders, zich nestelden in de veilige Marokkaanse en Turkse gemeenschap en in veel mindere mate stelling namen in het publieke debat, eist de nieuwe generatie luidkeels zijn rechten op als volwaardig burger. Moet je ons niet? Pech gehad, wij zíjn er. Wen er maar aan.

Abou Hafs vergelijkt de Nederlandse moslim met een jongetje dat gepest wordt. „Als dat jongetje zich niet verweert, is hij een makkelijker slachtoffer. Maar als dat jongetje zijn stem verheft, zullen de pesters eerder ophouden.” Moslims zijn te veel bezig met het zich verantwoorden en met het afstand nemen van terrorisme, is zijn boodschap, terwijl ze de aanval moeten kiezen. „We moeten juist de autochtone niet-moslims ter verantwoording roepen. We moeten opstaan en zeggen: sodemieter op”, vindt Abou Hafs. „Er is namelijk ook zat over de pester te melden.”

Alle drie vinden ze het tijd dat moslims na ruim vijftien jaar islamdebat iets gaan terugzeggen

Met ‘de pester’ bedoelt hij de media, de politiek en iedereen die rechten van moslims wil inperken. Welke rechten dan? Moslims hebben in Nederland toch al 450 moskeeën, 40 islamitische scholen en een eigen imamopleiding? Ja, maar daar nemen deze activisten geen genoegen mee. Salaheddine: „Wij willen een islamitische middelbare school in Amsterdam, maar dat wordt tegengehouden. We willen gebedsruimten. Overal. In alle scholen en ziekenhuizen.” Sommige scholen verzetten zich hiertegen, maar daar hebben de activisten geen boodschap aan. Abou Hafs: „Voor integratie zijn twee partijen nodig. Wij doen ons deel: we leren de taal en we werken. Voor het andere deel is het aan de autochtone gemeenschap om zich aan te passen aan óns.”

Jonge moslims vinden vaak dat zij als tweederangsburger worden behandeld. Na de aanslagen in Brussel werd vorig jaar in het hele land een minuut stilte gehouden, maar op sommige scholen deden islamitische jongeren daar niet aan mee. Zij vonden dat er dan ook stilte voor slachtoffers in Ankara of Palestina moest zijn. Een actie van de 22-jarige Christa Noëlla uit Leiderdorp past in dezelfde trend. Haar hashtag #geen4meivoomij was lange tijd trending topic op Twitter. Christa legde op haar Facebookpagina uit waarom ze de dodenherdenking wil boycotten. „Ik vind dat Dodenherdenking zijn waarde heeft verloren door de hypocrisie van de samenleving. Voor mij heeft 4 mei geen zin wanneer we het opkomende fascisme en moslimhaat in Nederland gewoon zijn gang laten gaan.”

De nieuwe politieke partijen Denk en Nida, met een islamitische achterban, varen mee op dit sentiment. Denk-oprichter Tunahan Kuzu kreeg onlangs kritiek omdat hij de arrestatie in Turkije van columniste Ebru Umar verdedigde. Ook hij wees toen op de dubbele maat: „In Nederland is de vrijheid van meningsuiting blijkbaar de vrijheid om slechts één enkele mening te hebben”, zei Kuzu.

Assimilatieslaaf

Je kunt de activistische moslims provocateurs noemen, of slachtofferdenkers, die inspelen op emoties van jonge moslims die zich niet geaccepteerd voelen. Of is hun houding een teken van emancipatie? Na de zwarten, de vrouwen en de homo’s, zijn het nu moslims die hun rechten opeisen. Emancipatie van een minderheidsgroep komt zelden van de grond zonder een compromisloze voorhoede die bereid is op de barricaden te stappen en bij ‘tegenstanders’ ergernis opwekt. Zo ging het met de feministen die mannen verketterden omdat ze gelijke rechten wilden. En ook nu, in de discussie rond Zwarte Piet, waren het de radicale activisten die ervoor hebben gezorgd dat een bredere groep anders is gaan denken over de rol van deze zwarte helper van Sinterklaas.

Zelf vergelijken de moslimactivisten hun strijd met die van de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten. Op middelbare scholen worden opeens weer spreekbeurten gehouden over de militante zwarte activist Malcolm X. Denk-politicus Sylvana Simons feliciteerde vorige week de in 1965 vermoorde Malcolm X postuum met zijn verjaardag. Malcolm X gebruikte indertijd het scheldwoord house negro’s (huisslaven) voor de gematigde activisten die bereid waren compromissen te sluiten met de machthebber. Zelf beschouwde Malcolm X zich een field negro: klaar om in opstand te komen tegen het onrecht. De moslimactivisten hebben dat taalgebruik overgenomen. Zij noemen moslims die naar hun smaak te veel op schoot zitten bij de Nederlandse overheid smalend ‘huismoslims’.

Jongerenwerker Ibrahim Wijbenga zien ze als zo’n ‘huismoslim’. Want hij schrijft opiniestukken in Nederlandse dagbladen waarin hij kritiek levert op de moslimgemeenschap. Denk-Kamerlid Özturk noemde hem vorig jaar zelfs een „basja” – zo werden op Surinaamse plantages slaven genoemd die namens de blanke eigenaren toezicht hielden.

Yassin el Forkani, een jongerenimam die zich regelmatig uitspreekt tegen de radicale islam, wordt ook huismoslim genoemd, net als Ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid voor de PvdA. „Hij is niet geïnteresseerd in het welzijn van moslims. Hij wil zijn PvdA-types behagen”, zegt Nourdeen Wildeman over hem. Als Marcouch Kamervragen stelt over een lesbisch stel dat ernstig is mishandeld tijdens een stapavondje, twittert Abou Hafs vrijwel onmiddellijk: „Er zijn nog tientallen gevallen van mishandelde moslima’s. Misschien kun je die ook meenemen in je Kamervragen.” Voor Ahmed Aboutaleb geldt hetzelfde. Na de aanslag op Charlie Hebdo zei de Rotterdamse burgemeester dat moslims die er niet tegen kunnen dat humoristen een krantje maken, moeten ‘oprotten’. „Daarmee probeerde hij witte autochtonen te behagen”, zegt Nourdeen Wildeman. „Wij noemen hem een assimilatieslaaf”, zegt Abou Hafs. „Hij zegt wat een blanke autochtoon niet durft te zeggen omdat hij bang is voor racist te worden uitgemaakt. Aboutaleb laat zich gebruiken om het wél te zeggen omdat hem dat verwijt niet kan worden gemaakt.”

Mijn droom is dat we erbij gaan horen

Nourdeen Wildeman blogger

Juist mensen als Aboutaleb, Marcouch, Wijbenga en Elforkani zijn geziene gasten in talkshows op televisie. Volgens de moslimactivisten is dat een bewuste keuze van de tv-makers: zij vertolken wat de witte Nederlandse kijker graag wil horen. Salaheddine: „Als ze hun eenzijdige kijk op het nieuws kunnen verdoezelen met een moslim aan tafel die precies zegt wat ze willen horen, is dat wel zo prettig.”

Daarom, zeggen de activisten, krijgt juist voormalig Tweede Kamerlid Tofik Dibi zo veel ruimte om te vertellen over zijn boek Djin, waarmee hij als islamitische homo uit de kast kwam.

Die tv-aandacht voor ‘huismoslims’ interesseert hen verder niet, zeggen ze. Zij hebben hun eigen kanalen en bereiken daarmee vele malen beter hun doelgroep. Salaheddine nam zélf een interview af met Tofik Dibi waarin hij hem verontwaardigd toespreekt over zijn coming out. Dibi had zijn ‘zonde’ moeten bedekken. En Salaheddine kan zich niet voorstellen dat hij zijn vriend voor zou stellen aan zijn opa. „Dat hoort toch nooit te kunnen? Effe serieus Tofik, wij zijn toch geen Nederlanders, wij zijn moslims.” Salaheddine wil dat Dibi respect toont voor moslims die niet toegeven aan hun homoseksuele geaardheid. „Geef ze die credits!”

Salaheddine: „Ik heb de mening, zoals alle aanhangers van monotheïstische geloven, dat homofilie niet mag.” Hij wil verder niet over het interview met Dibi praten. Het interview was, zegt hij, een cadeautje voor de media. „Kunnen ze daar heerlijk verontwaardigd over gaan zitten doen.”

De toon moet nog scherper

Hun missie is voltooid als moslims een volwaardig deel van de samenleving zijn geworden, zegt Abou Hafs. „Mijn droom is dat we erbij gaan horen”, zegt ook Wildeman. Maar de paradox is dat hun onverzoenlijke toon juist polariserend werkt en de afstand tussen moslims en niet-moslims mogelijk alleen maar zal vergroten.

Die paradox zien de activisten zelf ook. Maar ja, zeggen ze, met een diplomatieke houding zullen ze ook niets bereiken. Salaheddine: „Je kunt je geloof wel achterwege laten en leuk meedoen in Nederland, maar dan nog word je niet geaccepteerd, vanwege je Marokkaanse naam.”

Daarom zegt Abou Hafs: „De toon moet nog veel scherper.” Hij denkt dat het de enige manier is om de positie van de moslimgemeenschap te versterken. „Mijn strategie”, zegt Abou Hafs, „is de strategie van het gestrekte been.”

    • Sheila Kamerman
    • Andreas Kouwenhoven