Slag om regionale tv vereist politieke regie

Nieuwe wetgeving biedt uitzicht op volwaardige ontplooiing van regionale en lokale televisie in 1996. Voorwaarde is volgens Nico Haasbroek wel, dat er een compromis wordt gevonden tussen publieke en commerciële belangen. Want voor twee zenders - een commercieel èn een publiek station - is de regionale markt veel te krap.

1996 wordt het jaar waarin de regionale/lokale televisie landelijk gestalte zal krijgen. In zes provincies is al een bescheiden begin met deze nieuwe vorm van televisie gemaakt, maar de gewijzigde wetgeving opent het perspectief op een volwaardige ontwikkeling.

Niet-Hilversumse televisie opzetten biedt een uitgelezen kans om dat helder en spectaculair te doen. Door uit te gaan van een overzichtelijke structuur, een toereikend budget, duidelijke kwaliteitseisen en het stellen van voorwaarden die resulteren in nieuwe creatieve programma's en nieuw talent. Een kanaal dat zich onderscheidt van de brij van elkaar beconcurrerende en naäpende landelijke tv-omroepen. De buis van Nuis, waarmee de staatssecretaris een trendbreuk forceert.

Maar we bevinden ons in Nederland waar het beginnen met een schone lei architectonische hoogstandjes als Dronten oplevert. Vertaald in omroeppolitieke termen betekent dit dat de regionale en lokale omroepen enerzijds en de regionale dagbladen anderzijds in de afgelopen jaren door Den Haag tot elkaar veroordeeld werden, terwijl het er nu op lijkt dat een regime van gescheiden detentie wordt voorgeschreven.

In theorie ontstaan daardoor twee trajecten: 1. Een soort publiek model. Op Nederland 1 of 2 zal per provincie een regionaal nieuwsvenster worden uitgezonden onder auspiciën van de NOS. Daarnaast mag de regionale omroep ook nog een kabelprogrammering uitzenden, waarop dat nieuwsvenster van de NOS onder stringente voorwaarden mag worden herhaald. Er is hier dus sprake van een vorm van samenwerking tussen ROOS (de paraplu waaronder de regionale omroepen met elkaar samenwerken) en de NOS. 2. Een commercieel traject. Via de kabel overwegen de dagbladuitgevers een regionaal nieuwsprogramma uit te zenden dat wordt herhaald en aangevuld met kabelkrant.

Ogenschijnlijk is een dergelijke tweedeling niet onlogisch, maar in de praktijk kan een situatie ontstaan waar niemand mee gebaat is. Twee soorten regionale televisie en de kans op nog meer heilloze concurrentie, terwijl alle partijen op dit terrein beseffen dat de reclame-markt te bescheiden is voor meer dan één tv-station per regio.

Ik pleit daarom reeds geruime tijd voor het benaderen van een Van der Zwan- of Albeda-achtige figuur die overheid, omroep en dagbladuitgevers overtuigt van de wenselijkheid van één traject of model voor regionale/lokale televisie. Publieke tv in een privaat jasje of zoiets.

Onlangs hield premier Kok een vlammend pleidooi voor een vitale publieke sector. Dat was mij uit het hart gegrepen. Langzamerhand wint de overtuiging veld dat het geen kwaad kan grenzen te stellen aan de voortschrijdende privatisering en de oprukkende markt.

De publieke omroep hoort ook bij het publieke domein. Het begrip 'publieke omroep' is hard toe aan een herdefiniëring en regionale/lokale televisie is in die nieuwe context bij uitstek een publieke aangelegenheid: de gemeenschap informeren, rampenberichtgeving, aandacht voor minderheden en het verenigingsleven. Stuk voor stuk zaken waar commerciële omroepen hun neus voor ophalen.

Het moet mogelijk zijn om een flexibel tv-concept te ontwikkelen dat publieke regionale televisie combineert met bijdragen van private partners. In juridisch opzicht liggen de begrippen uit de Mediawet “niet dienstbaar maken aan winst door derden” en “normaal economisch handelen” bij elkaar in de buurt.

Typisch iets voor 'paars' om een publiek-privaat model wettelijk mogelijk te maken. Zodoende kan er een constructie ontstaan die in echte samenwerking binnen één bedrijf tussen overheden, omroep, uitgevers en kabelbedrijven voorziet. Binnen een hieruit voortvloeiend gemengd financieringsregime kan de omroep de programma's maken en de dagbladuitgevers verzorgen de kabelkrant en de regionale omroepgids. Alle partners exploiteren gezamenlijk het reclamebedrijf dat zowel landelijk opereert als per regio. En door met elkaar afspraken te maken over een uniforme programmering en reclame-blokken kunnen de adverteerders op hun wenken worden bediend. Een goed begin is het halve werk.

Dreigt er toch een tegenstelling te ontstaan tussen uitgevers en omroepen, dan voorspel ik dat de Perscombinatie en NDU een sleutelrol zullen gaan vervullen bij het lanceren van Randstad-TV.

Ook aardig, maar minder ideaal.