Singapore is rijk maar premier Goh vindt de mensen te slordig

SINGAPORE, 2 JAN. Singapore behoort sinds gisteren volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) officieel tot de ontwikkelde landen van deze wereld. Maar uit de nieuwjaarstoespraak van minister-president Goh Chock Tong bleek die status niet zaligmakend voor de regering.

Volgens Goh houdt de groei van welvaart in zijn land geen gelijke tred met de ontwikkeling van het sociale gedrag van de bevolking. “Sommige Singaporezen gedragen zich nog steeds alsof ze in het stenen tijdperk leven. Ze maken het leven vervelend voor anderen en geven bezoekers de indruk dat Singaporezen grof en woest zijn”, meent de premier, die hoopt dat ouders, leraren en politici voortaan het goede voorbeeld zullen geven. Verder moet een ontmoedigingsbeleid vol boetes en negatieve publiciteit wetsovertreders weer op het rechte pad zien te krijgen.

Het is niet de eerste keer dat de regering van Singapore zich op deze paternalistische wijze tot zijn mensen richt. Maar het moment waarop Goh zijn uitlatingen deed, kan op z'n zachtst gezegd opmerkelijk worden genoemd. Want voor de buitenwereld bereikte Singapore gisteren een indrukwekkende status in de korte historie die het land kent: van newly industrialised country werd het een developed country.

Sinds de voormalige provincie van Maleisië zich drie decennia geleden afscheidde en als onafhankelijke republiek verder ging, ontwikkelde het zich explosief. Het eiland - 42 bij 24 kilometer in omvang en alleen door een lange brug verbonden met het Maleise vasteland - groeide de afgelopen jaren samen met Hongkong, Taiwan en Zuid-Korea uit tot een van de vier Zuidoost-Aziatische 'draken'. Jaar in, jaar uit was er sprake van economische groei (het afgelopen jaar 8,9 procent), lage inflatie (1,8 procent in 1995) en een bijna volledige werkgelegenheid.

De strategische ligging van de stadstaat, de moderne infrastructuur en aantrekkelijke belastingvoordelen lokten honderden buitenlandse investeerders die miljarden dollars in de Singaporese economie pompten. Het gemiddelde jaarinkomen van de 3,3 miljoen inwoners van Singapore is inmiddels gegroeid tot een gemiddelde van 22.300 dollar (circa 34.000 gulden). Met dat inkomen per hoofd van de bevolking, dat voor de OESO aanleiding was het land de status 'ontwikkeld land' toe te kennen, staat Singapore nu nummer negen op de wereldranglijst, landen als Groot-Brittannië (de voormalig koloniaal heerser), Nieuw Zeeland en ook Nederland achter zich latend.

“In één generatie zijn we verhuisd van houten hutten met een zinken dak naar vier- en vijfkamer-appartementen. Onze economische ontwikkeling is zo snel gegaan, dat ons sociaal gedrag deze transformatie van de maatschappij niet heeft kunnen bijbenen”, zei Goh in zijn toespraak. Daardoor, oordeelde hij, wordt er nog steeds rotzooi op straat gegooid, parkeren sommigen hun auto op plekken waar dat niet mag en is er op veel plaatsen nog sprake van vandalisme, de hoge boetes die er al jaren in Singapore staan op dergelijke overtredingen ten spijt.

Aan het eind van deze eeuw moet Singapore daadwerkelijk een “succesvol, volwassen land zijn met een ontwikkelde economie en een hoffelijke maatschappij”, zei Goh. Als voorbeeld voor hoe het wel moet in Singapore verwees Goh naar Nieuw Zeeland, een van de populairste vakantiebestemmingen voor Singaporezen. “Daar zijn de mensen, zo zei Goh, warm, beleefd en behulpzaam.”

    • Max Christern