Schrijver van de wanhoop; HEINER MÜLLER 1929-1995

Naarmate zijn leven verstreek, schreef de Duitse toneelauteur Heiner Müller steeds meer in raadsels, contradicties en geheimzinnige metaforen. Vertoonden zijn toneelstukken in het begin een herkenbare verhaallijn en waren zijn personages psychologisch te interpreteren, later veroorloofde hij zich cryptisch-poëtische associaties en veranderde hij zijn karakters in moeilijk te duiden symbolen. Met stukken als Germania Tod in Berlin, Quartett, Der Auftrag, Mauser en Die Hamletmaschine behoort hij tot de meest gespeelde na-oorlogse toneelschrijvers. Aanvankelijk was zijn werk sterk beïnvloed door Brecht, later zocht hij inspiratie bij de Griekse tragedieschrijvers en Shakespeare, bij Samuel Beckett, Vladimir Majakovski en Antonin Artaud.

Afgelopen zaterdag overleed hij in een ziekenhuis in Berlijn op 66-jarige leeftijd aan kanker. Zijn dood werd bekendgemaakt door het Berliner Ensemble, een door Bertolt Brecht opgericht gezelschap in het voormalige Oost-Duitsland. In 1992 werd hij daarvan artistiek leider.

Heiner Müller werd op 9 januari 1929 geboren in Eppendorf in Saksen. Zijn ouders waren overtuigde sociaal-democraten en zijn vader zat onder de nazi's een jaar lang in een concentratiekamp. Toen in 1949 de DDR ontstond, koesterde Müller hooggespannen verwachtingen.

Halverwege de jaren vijftig begon hij zijn toneelcarrière met stukken, waarin de opbouw van de socialistische staat werd geprezen. Al snel keerde hij zich tegen de communistische leiders en verweet hij hen angst te zaaien. Tocht werd hij door de DDR geaccepteerd, ontving hij de belangrijke Staatsprijs voor Literatuur (1986) en genoot hij het voorrecht ongehinderd naar het buitenland te mogen reizen. Die aanvaarding is echter niet zonder conflicten tot stand gekomen: zowel Lohndrücker (1958) als Die Umsiedlerin (1961) werden wegens defaitisme, anti-humanisme en anti-communisme verboden. Müller werd uit de schrijversvereniging gezet.

Zijn teksten hebben verschillende betekenissen. Politieke onderwerpen zijn ook persoonlijke; algemeen historische gebeurtenissen zijn tevens de vertaling van het individuele lot. Autobiografische verwijzingen staan op dezelfde lijn als literaire associaties. Müller evolueerde van een strijdbaar idealist tot een schrijver van de wanhoop. Zijn werk speelt zich bijna altijd af in verschillende tijden. Het ook in Nederland bekend geworden Quartett (1981) heeft als regieaanwijzing: “Salon vóór de Franse revolutie / bunker na de Derde Wereldoorlog.” Schrijft Müller over Medea (in Verkommenes Ufer Medeamaterial), dan gaat het over de vereenzaming in de huidige tijd. Die Hamletmaschine heeft nauwelijks betrekking op Hamlet, wel op de gevaren die schuilen in de kapitalistische maatschappij.

Heiner Müller ging altijd in het zwart gekleed; hij schreef 's nachts, zoals hij eens zei 'met zijn hoofd bonkend tegen de muur'. Zijn stukken noemde hij 'eenzame teksten die op geschiedenis wachten'. In de woordrijke complexiteit ervan schuilt voor regisseurs een even grote uitdaging als gevaar: ze kunnen ze naar eigen believen interpreteren. Dat heeft tot gevolg dat zijn invloed op de toneelkunst, ook op de Nederlandse, dubbelzinnig is. Aan de ene kant wordt hij bejubeld om die ontoegankelijkheid. Daartegenover staat dat zijn werk aanleiding geeft tot al te gemakzuchtige adoratie, want wat duister is kan gemakkelijk leiden tot vrijblijvendheid. Ik geloof niet dat Müller blinde heiligverklaring verdient: daarvoor is zijn werk te onbarmhartig, te zeer ontsproten aan woede over het onrecht.

Na de Duitse eenwording in 1990 verloor Heiner Müller een groot deel van zijn inspiratie. Hij heeft altijd erkend dat hij het verzet nodig heeft: “Als persoon wijs ik een dictatuur af, maar als schrijver kan ik haar nodig hebben.” In 1993 raakte Müller in opspraak, omdat bleek dat hij contacten had onderhouden met de Stasi, de geheime dienst van de voormalige DDR. Hij verweerde zich door te wijzen op het mensenrecht op lafheid.

Al zijn Müllers toneelteksten vaak hoogstpersoonlijk, hij daagt de toeschouwer altijd uit tot denken, tot het vormen van een eigen mening. In 1983 bezocht Heiner Müller Nederland. Bij die gelegenheid zei hij: “Er zijn talloze politieke en persoonlijke vragen waar ik geen antwoord op weet. Ik stoot tegen de toeschouwers aan met mijn teksten en als zij niet vallen maar blijven staan, dan bezitten zij een stevige ondergrond waarvoor ik niet verantwoordelijk ben.”