Piet Raymakers doodziek na scheiding van Ratina Z

In juli en augustus worden in Atlanta de Olympische Spelen gehouden. Ruiter Piet Raymakers, die op de Spelen van 1992 in Barcelona goud won met Ratina Z, poogt zich nu met een ander paard te kwalificeren. De roeiers Ronald Florijn en Nico Rienks zullen in Atlanta hun vierde Olympische Spelen beleven.

WUUSTWEZEL, 2 JAN. Ratina Z is straks in Atlanta weer een van de grote kandidaten voor het goud op de Olympisch Spelen. Alleen zit Piet Raymakers dan niet meer in het zadel, maar de Duitser Ludger Beerbaum, de regerend olympisch kampioen. “Jaloers? Nee, jaloers ben ik niet”, zegt de 39-jarige Brabander. “Ik ben al blij dat ik één keer in mijn leven met succes op zo'n toppaard heb kunnen rijden. Het klikte uitstekend. Het had ook anders gekund. Want Ratina werd eerst een onmogelijk paard genoemd, dat op de achterpoten landde.”

Toch moet het Raymakers pijn doen om Ratina, die mooie merrie waarmee hij olympische faam verwierf, nu met een ander door de ring te zien dansen en springen. “Dat valt wel mee”, zegt hij. “Ondanks dat ik stapelverliefd op haar was. Maar ik weet dat ze goed is terechtgekomen. Ik ben niet de enige die goed voor haar kan zijn. Beerbaum is ook een goede, brave boerenjongen.”

Raymakers zegt de Duitser zelf te hebben uitgekozen als nieuwe berijder van het toppaard. Meteen na de Olympische Spelen was er nog geen sprake van dat Ratina van stal zou veranderen. “Meneer Melchior wil dit paard niet verkopen, hij vindt het prachtig”, zei Raymakers na het succes in Barcelona. Amper twee maanden later moest hij echter toch met lede ogen afscheid nemen van zijn trouwe compaan die voor een kapitaaltje naar Duitsland verhuisde. “Daar ben je dan een week doodziek van. Ik, Yvonne, mijn groom, maar Melchior zelf ook, hoor. Doodziek, klaar.”

Hij rekende het de eigenaar niet aan. Wie anders beweert, heeft het mis. “Grote onzin”, zegt Raymakers. “We hebben het destijds in goed overleg gedaan. Zo van: wat doen we?” In Rotterdam, bij de eerste grote wedstrijd na de Olympische Spelen, bood Paul Schockemöhle twee miljoen mark voor Ratina. “Er wordt gezegd dat meneer Melchior het geld niet nodig heeft, maar hij blijft wel zakenman.” Schockemöhle zag uiteindelijk van de koop af, maar vleesmagnaat Moksel wilde voor ongeveer hetzelfde bedrag de topmerrie maar al te graag voor zijn ruiter Beerbaum kopen.

Leon Melchior en zijn bedrijfsleider Raymakers dachten dat er op stoeterij Zangersheide in Lanaken wel adequate vervangers voor Ratina rondliepen, zoals haar zusje Rinnetou. Met haar won de topruiter ook zes Grote Prijzen op rij - “toch zeker geen snotneuzenwerk” - , maar later ging het snel bergafwaarts met de prestaties. Er wordt beweerd dat Melchior daarna tevergeefs heeft geprobeerd Ratina terug te kopen.

Raymakers ziet 'gouden' Ratina nog bij elke wedstrijd. Hij gaat haar altijd even opzoeken in de stal met een suikerklontje of een wortel. Hoe gaat het met je? Raymakers ziet altijd een teken van herkenning bij het paard. “Ik heb een speciale manier van lopen, dan zet ze van die grote ogen op.” Het gaat uitstekend met Ratina, weet hij. “Buitengewoon, top! Ze steekt ver boven iedereen uit.” Hij praat liefdevol over Ratina. Volgens hem heeft de merrie “het allerbeste lichaam om te springen”. Ze is watervlug en heeft snelle reflexen. Met de instelling van de merrie zit het ook goed. “Ze krijgt een tien voor werklust. Ze geeft nooit op.”

Ratina is eenkennig. “Ze vertrouwt door slechte ervaringen geen mens meer.” Van huldigingen, zoals in Barcelona, moet Ratina dan ook niets hebben. “Ze blijft liever op de achtergrond. Een paard als Milton is weer anders. Dat staat erbij van: kijk eens hoe goed ik ben!” Volgens Raymakers begrijpen paarden niet dat de ene wedstrijd belangrijker is dan de andere. “Als dat zo zou zijn, dan zouden zij rondlopen en wij in de stal staan. Ze voelen het wel als hun ruiter nerveus is. Maar ze begrijpen niet waarom.”

Raymakers merkte zelf na Barcelona des te meer de uitstraling van de Olympische Spelen. 'Ons Pietje' was met zijn twee medailles op slag een bekende Nederlander, kreeg uitnodigingen voor tv-optredens en werd bedolven onder de post, afkomstig uit de hele wereld. De adressering Piet Raymakers - België bleek voldoende om hem te bereiken. Nog steeds krijgt hij wekelijks een paar brieven. Onlangs verscheen er zelfs een boek van hem, 'Springen met Piet Raymakers'. “Ik wist niet dat die medailles zoveel teweeg zouden brengen”, zegt de ruiter.

Hij had bijna twee keer goud gewonnen. Hij reed in de individuele wedstrijd, traditioneel op de laatste dag van de Spelen, twee keer foutloos rond. Bij de laatste omloop overschreed hij wel de tijdslimiet, met 0,66 seconde. Hij stond op dat moment eerste, maar er moest nog één ruiter komen, Ludger Beerbaum. De Duitser reed met Classic Touch zijn tweede foutloze rit, bleef binnen de tijd en won goud. “Het was een slijtageslag”, blikt Raymakers terug. “Het was snikheet en kei-benauwd en het parcours was zó hoog, zó breed en zó technisch moeilijk. Het was niet normaal. We hebben dan ook een officiële klacht ingediend.”

Raymakers zou, zo bekent hij, de tweede rit niet hebben gereden als hij in de eerste niet foutloos zou zijn gebleven. “Ik kon na de driesprong voorlangs naar de laatste hindernis, of ik kon om een bloemenperk heen met het risico van een tijdstraf. Ik heb toch voor dat laatste gekozen omdat anders mijn paard geen gelegenheid had gekregen om voldoende recupereren. Ratina had alles gegeven wat ze kon. Daarom was ik naderhand ook niet teleurgesteld dat het geen goud was geworden. Zilver vond ik ook fantastisch.”

Het goud had hij al drie dagen eerder binnengehaald met de Nederlandse equipe. “Vooraf wisten we dat we een gouden ploegske hadden”, aldus Raymakers. “In die samenstelling hadden we nog nooit een landenwedstrijd verloren. Dus wisten we dat het kon. Toch geeft dat geen zekerheid. Het is en blijft levende have.” Hij herinnert zich de foutloze sprong van Jos Lansink met Egano over de laatste hindernis. “Dat was voor mij hét moment, want toen waren we helemaal zeker van het goud.”

Later was er even sprake van dat Raymakers en zijn teamgenoten hun medailles niet zouden ophalen. Bert Romp was in beide ronden de slechtste van de vier Nederlanders en hij kreeg geen medaille. “Dat wisten we niet. We wilden met z'n vieren de ring instappen en ineens werd Bert tegengehouden. Stop, jij niet. Dan gaan wij ook niet, zeiden we tegen elkaar. We wilden echt niet. Toen zei Bert dat we moesten doorrijden. Nondeju, dat waren een paar rotte minuten. Die regel leek nergens op, belachelijk. Bert hoorde bij de ploeg. Hij heeft er nog veel harder voor moeten vechten dan ons, omdat hij een minder paard had. Hij was de ideale vierde man. We hebben daarna ook geen huldiging of ontvangst zonder Bert gedaan.”

Verder kende Raymakers alleen maar plezierige momenten in Barcelona. Hij zag de houding van de andere Nederlandse sporters veranderen ten opzichte van de ruiters. “Ze dachten blijkbaar eerst dat we een stel kakzakken waren. Dat we elke dag even onze rijbroek zouden aantrekken, ons been zouden optrekken en dat het paard er dan onder zou worden geschoven. Dat was een misvatting. We zijn doodgewone jongens, boerenzonen. In Barcelona stonden we elke dag om vijf uur op om naar de paarden te gaan. Toen ze dat zagen, kregen ze respect voor ons. De sfeer in het dorp was uitstekend.”

Hij wil het allemaal nog een keer meemaken. Eerst leek Piet Raymakers kansloos voor Atlanta, omdat zijn werkgever Melchior geen echt toppaard in zijn bezit had. Hij zat zelfs niet in de voorselectie van bondscoach Hans Horn en dat deed de held van 1992 pijn. Maar een maand geleden stapte de ruiter over naar de stal van de familie Cordia, Jewel's Courtstud. En daar in Wuustwezel loopt volgens hem wel een paard met olympische aspiraties rond, Jewel's Amethist. “Het heeft met Albert Voorn al grote prijzen gewonnen”, zegt een enthousiaste Raymakers.

Hij is helemaal opgeleefd. Er is weer perspectief. Raymakers heeft weer “een heilig doel”. Hij wil geen minuut verspelen. “Ik moet bij dat paard zijn, het liefst dag en nacht. Ik wil rijden.” Hij is op slag verliefd geworden op Amethist, een ruin. “Hij ziet er groot en robuust uit, maar het is een gevoelig, fijn paard. Hij heeft lekker veel hals, dat geeft een rijk gevoel.”

Raymakers heeft gemerkt dat het klikt tussen hem en het dier. “Alleen als je er op zit, kan je daar over oordelen. Hij begon bij de eerste keer al wat te spelen en te bokken. Dat is een teken dat het goed zit.” Hij denkt nog tijd genoeg te hebben om met Amethist een gestroomlijnde combinatie te vormen. Indoor Brabant is in maart een belangrijk meetpunt. “Daar moeten we door de lucht vliegen.”

Piet Raymakers is optimistisch. Dat blijkt als hij vooruitblikt op de Spelen. “We vertrekken de eerste week van juli naar Atlanta.” Hij bemerkt zijn verspreking, lacht en verbetert zichzelf. “Ik bedoel: dan gaan ze naar Atlanta.”

    • Hans Klippus