Kramer schudt alle frustaties van zich af

ERM, 2 JAN. Blauwe gelaatstrekken van de kou, stralende ogen van geluk. Yep Kramer wil nog lang niet stoppen, maar als hij ooit een punt zet achter zijn lange schaatscarrière, gebeurt dat “met een gerust hart”. Zaterdag werd de Fries in het Drentse Erm Nederlands kampioen marathonschaatsen op natuurijs. Met zijn eerste titel in twintig jaar tijd viel een last van z'n schouders.

Kramer heeft sinds hij als kleine jongen serieus met schaatsen begon vrijwel altijd meegedaan voor een klassering bij de besten. Eerst bij het langebaanschaatsen, later op de marathon. Als junior werd hij nog weleens eerste, als volwassen man was de inmiddels 38-jarige routinier bij titelwedstrijden echter nooit goed genoeg om op de hoogste trede van het erepodium plaats te mogen nemen. Vaak werd hij derde, nog vaker tweede. Zoals in 1983 bij het Europees kampioenschap voor allrounders in Den Haag. Kramer bleef de Noor Bjorn Nyland voor in de strijd om de bronzen medaille, maar kwam tekort om Hilbert van der Duim van zijn eerste Europese titel af te houden. Het zijn niet meer dan voetnoten in de geschiedenis van het EK. Ook in de schaatssport tellen tweede en derde plaatsen niet, dat beseft Kramer zelf als de beste.

Het heeft de afgelopen jaren weleens door zijn hoofd gespookt: zó lang al aan de top, maar nog nooit dé top geweest. Dat begon toch een beetje te steken. Net als die opmerkingen dat hij zo langzamerhand de Joop Zoetemelk van de schaatssport was geworden. Toch wist Kramer uit de vergelijking met de wielrenner een troostvolle gedachte te putten: als Zoetemelk pas op latere leeftijd wedstrijden kon winnen, zou dat voor hem ook tot de mogelijkheden moeten behoren. “Al begon de tijd voor iemand van mijn leeftijd natuurlijk wel te dringen”, zei hij zaterdag lachend.

Aanvankelijk zag het er niet naar uit dat Kramer een rol van betekenis zou spelen bij de titelwedstrijd over honderd kilometer. Op de bevroren plas van een groot recreatiepark ging hij als één van de laatsten over de startlijn. “Ik had me vijf minuten vergist in de aanvangstijd. Toen het startschot viel, stond ik m'n trainingspak nog uit te trekken.” Om niet al meteen op een hopeloze achterstand te komen, moest Kramer een vroege krachtsinspanning leveren. “Even was ik bang dat ik daardoor aan het eind van de race geen energie meer over zou hebben, maar gelukkig was dat niet het geval.”

De kwaliteit van het ijs in Erm was redelijk goed, maar dat werd voor een groot deel weer tenietgedaan door wit strandzand dat door de bij vlagen krachtige wind op het ijs werd geblazen. Veel rijders hadden ook moeite met de paar naar rechts draaiende bochten. Het werd echter allemaal voor lief genomen, want een beetje marathonrijder leeft voor een wedstrijd op natuurijs. “Het heeft veel meer aanzien dan een wedstrijd op kunstijs”, zei Lammert Huitema, die bij het NK van februari 1994 in Giethoorn nog de beste was. “Er komen duizenden mensen op af en de televisie is er rechtstreeks bij. Het oogt ook veel beter dan die tientallen rondjes op een beschutte kunstijsbaan.”

Net als Henk Angenent behoorde Huitema zaterdag niet tot de kopgroep van acht rijders die al vroeg in de wedstrijd ontstond en die tot de laatste meters intact bleef. Beide schaatsers zijn dit seizoen bij marathons op kunstijs het meest succesvol geweest. In Erm konden zij geen rol van betekenis spelen. Huitema staakte halverwege zelfs de strijd. Hij had last van zijn liezen. De titelverdediger realiseerde zich waarschijnlijk ook, dat hij met een achterstand van dik een minuut op de kopgroep kansloos was geworden voor een toppositie.

Als enige rijder in de kopgroep uit de Klerk's-formatie leek Kramer in het nadeel. Zelf ervaarde de routinier dat niet zo. “Ik moest natuurlijk attent blijven. Wanneer je met meerderen bent, word je geacht de wedstrijd te controleren. Dat kost vaak veel kracht. Misschien juist wel meer kracht dan wanneer je in je eentje bent.”

Naarmate het einde van de wedstrijd naderde, kreeg Kramer steeds meer het gevoel dat de door hem zo gekoesterde eerste plaats er in zat. Hij voelde zich sterk, deels omdat hij het tempowerk op kop grotendeels aan anderen over had kunnen laten. Door tactisch sterk rijden kwam hij op het laatste rechte eind naar de finish in een goede uitgangspositie, zijn krachtige slagen moesten vervolgens de rest doen. “Ik laat me niet meer achterhalen door die snotjongens”, dacht de late dertiger op weg naar de streep. Peter de Vries, die wegens een blessure al twee maanden van dit seizoen moest missen, werd verrassend tweede. René Ruitenberg moest genoegen nemen met de derde plaats.

Maar dat is allemaal slechts bijzaak, wist ook de nieuwe kampioen meteen na de finish. Op de ruim zeventien centimeter dikke ijsvloer was alle aandacht direct voor hem. Door “Yep Yep Hoera” zingende supporters werd hij zelfs bijna onder de voet gelopen. Kramer liet het zich met een brede glimlach allemaal welgevallen. “Nu kan ik eindelijk ooit met een gerust hart stoppen”, herhaalde hij. In alle hectiek was dat een zéér geruststellende gedachte.