Korpsleiders grote steden: Politie ten onrechte in kwaad licht

AMSTERDAM/ROTTERDAM/DEN HAAG, 2 JAN. Het hele politie-apparaat is ten onrechte in een kwaad daglicht gesteld door de publiciteit rond de IRT-affaire en de daaropvolgende parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden.

Dit hebben de hoofdcommissarissen van de politiekorpsen in Rotterdam en Den Haag en de korpsbeheerder van Amsterdam vandaag gezegd in hun nieuwjaarstoespraken. “Over enige jaren zal een ieder zich realiseren dat de parlementaire enquête zich slechts richtte op het functioneren van een klein deel van de politie-organisatie”, zei de Haagse korpschef van politie, Brand. De enquête is een uitvergroting van een klein aantal ernstige zaken, aldus burgemeester Patijn van Amsterdam.

“We zouden al diegenen die met negatieve verhalen over de politie in de publiciteit kwamen moeten verplichten een periode mee te draaien met onze projectteams”, aldus de Haagse korpschef. Hij vraagt zich af of 1995 achteraf zal worden beschouwd als het jaar van de parlementaire enquête, van de vele negatieve rapporten, van de politie-stakingen of toch van de eerste successen op het gebied van integrale veiligheidszorg. “In 1996 zal het parlement zijn verantwoordelijkheid moeten nemen en vaststellen binnen welke kaders de politie de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit kan intensiveren”, zei de korpschef verder.

Burgemeester Patijn nam het in zijn nieuwjaarstoespraak nadrukkelijk op voor het hoofdstedelijk politiekorps, dat als gevolg van de IRT-affaire zwaar onder vuur heeft gelegen. De burgemeester drukte zijn bewondering uit voor de manier waarop de politie en het openbaar ministerie onder vaak moeilijke omstandigheden hun werk verrichten. “Er zijn in Nederland 40.000 politiemensen. Ik denk dat 99 procent van hen helemaal niets te maken heeft met het onderwerp van de enquête. Maar de indruk wordt gewekt alsof er veel breder van alles mis is en dat is onjuist”, aldus Patijn.

Ook volgens de Rotterdamse korpschef, Hessing, heeft de beeldvorming over de politie het afgelopen jaar sterk onder druk gestaan door de parlementaire enquête over de IRT-affaire. Hessing legde echter de nadruk op de evaluatie van de Politiewet 1993. Hij vindt dat deze evaluatie met voorrang moet worden uitgevoerd. “De winst die Nederland heeft geboekt met de vorming van 25 regionale politiekorpsen wordt overschaduwd door de toegenomen bestuurlijke complexiteit.” Hessing noemde als 'weeffouten' vooral de bestuurlijke versplintering van het beheer over en het ontbreken van een democratische controle op de politie.