In de laatste trein van '95 heeft men zin in het einde

UTRECHT, 2 JAN. Glibberend en glijdend of met aarzelende bussen heeft op oudejaarsavond een bonte stoet mensen zich begeven naar Utrecht Centraal om, tegen alle raadgevingen van de weerman in, de jaarwisseling elders te vieren. Rond achten, als de laatste treinen vertrekken, klitten ze in de uitgestrekte stationshal bijeen onder het blauwe vertrekbord - gabbers in groepsverband, een oranje harembroek, bolhoedjes, wat poncho's, veel zwarte panty's.

Vier Italianen staren moedeloos naar het bord: Hoe laat vertrekt de trein naar Amsterdam? “Non capito.” Een Amerikaan staat bepakt en bezakt, een gezelschapsspel onder zijn arm, uit te kijken naar iemand die hem zou komen ophalen. Een trotse Nigeriaanse, prachtig uitgedost met drie verschillende zilveren oorbellen in elk oor, zal een “private party” in Utrecht bezoeken. Donderdag treedt ze op in Den Haag met haar tienkoppige band.

In de laatste trein naar Leiden is rookcoupé 951 behoorlijk vol. Onder een foto van Staatsbosbeheer (Grote Peel) zit een jongen van een jaar of 16 te dutten. Tegenover hem is een man verdiept in Stephen King. Een 29-jarige veehouder uit Zeeland (Noord-Brabant) is op weg naar zijn vrouw, die met chronische darmontsteking in het Academisch Ziekenhuis van Leiden ligt. “Ze weet niet dat ik kom”, zegt hij glunderend. “Het was veel te glad op de weg. Ik ga anders altijd met de auto.”

Een vrolijke zestal in broek met vouw, stropdas en gepoetste schoenen, gaat swingen op een Antilliaans studentenfeest in Leiden. Drie studenten uit Kerkdriel (twee MBO, een universiteit) zwaaien met een uitnodiging voor een groots feest op de Leidse Papengracht. “Er zijn zeshonderd mensen uitgenodigd. We gaan zuipen tot zes uur 's ochtends en dan pakken we de eerste trein terug.” Twee jongens van 16 en 17 hebben soortgelijke plannen. “Wij gaan lekker naar Amsterdam”, zegt die van 16, in gele O'Neill-jas, met dikke tong. “Drinken drinken drinken drinken.” “Feesten snuiven neuken”, vult de ander aan. Waar precies weten ze niet. “We zien wel waar we belanden.”

Een 45-jarige man kijkt chagrijnig. Hij gaat naar Schiphol om te werken, bij de douane. “Controle op goederen. Die natuurlijk niet komen vannacht.”