Hank Williams (1923-1953); Een Een man die horendol wordt

De lijst van popmusici die voortijdig en op het hoogtepunt van hun roem overleden is lang. Elk van hen heeft een zwanezang, een laatste veelbetekenend nummer. Een jaar lang worden, op of bij sterfdagen van popmusici, deze laatste nummers nader bekeken. Vandaag 'I'll Never Get Out Of This World Alive', de zwanezang van Hank Williams die drieënveertig jaar geleden op Nieuwjaarsdag overleed.

Zelden had een zwanezang zo'n toepasselijke titel als die van Hank Williams. Toen de 29-jarige countryzanger op Nieuwjaarsdag 1953 op de achterbank van zijn Cadillac overleed, stond zijn nieuwe plaatje 'I'll Never Get Out Of This World Alive' al hoog in de country & westernhitparade. Drie weken later verdrong het een andere Williams-song, 'Jambalaya', van de eerste plaats. Sindsdien staat het bekend als het nummer dat de 'Shakespeare van de hillbilly's' schreef om zijn eigen dood luister bij te zetten - hoewel het meer dan een half jaar eerder was opgenomen.

Niet dat Hank Williams zijn finale aftakeling niet al ver van tevoren had zien aankomen. Zijn gezondheid was slecht: hij had een hartkwaal en kampte met een aangeboren rugafwijking die steeds meer pijn veroorzaakte. Daarnaast zorgde een groeiend drankprobleem ervoor dat hij om de haverklap concerten moest afzeggen; zelfs de Grand Ole Opry, de country-radioshow in Nashville waarvan Williams jarenlang de grote ster was geweest, had hem in 1952 ontslagen omdat hij te onberekenbaar was geworden. Medicijnen hielden hem op de been: voorafgaand aan een optreden diende zijn manager hem eerst een middel toe om de drank over te geven, en vervolgens zwarte koffie en dexedrine om nuchter te worden. Als de show was afgelopen kreeg hij een paar glazen bier en als hij wilde slapen tranquillizers. In farmaceutisch zwelgen zou alleen Elvis Presley hem, vijfentwintig jaar later, naar de kroon steken.

In het licht van Williams' ontmoedigende laatste levensjaar zal niemand zich verwonderen over het cynisme van 'I'll Never Get Out Of This World Alive'; opmerkelijker is de vrolijke ondertoon van het liedje. 'Ziehier een man die horendol wordt', zingt de ik-figuur, om vervolgens wat ongesorteerde ellende uit zijn leven op te sommen: zijn hengel is gebroken, zijn vrouw heeft hem verlaten, hij is een vette erfenis misgelopen, en zijn schoenen zitten vol gaten. Maar ook al zit alles tegen - 'I'm not gonna worry wrinkles in my brow,/ 'Cause nothing's ever gonna be alright nohow./ No matter how I struggle and strive,/ I'll never get out of this world alive.'

Ook de muziek van 'I'll Never Get Out Of This World Alive' heeft iets onbekommerds. Het tempo is rustig; een gitaar op de achtergrond speelt een ritme dat het best valt te omschrijven als voorzichtige hoempa, en het meest op de voorgrond tredende instrument is de country fiddle, die de song opent en daarna zachtjes op de achtergrond blijft spelen. Williams zingt zijn tekst - overigens geïnspireerd op een uitspraak van W.C. Fields - met een mengeling van ironie en zelfbeklag; alleen zijn overslaande stem in het refrein, bij de woorden 'struggle' en 'never', geeft het lied even het scheutje wanhoop dat de titel suggereert.

Als je van een zwanezang verwacht dat hij droef is, of melancholiek, of op zijn minst doortrokken van doodsbesef, dan stelt 'I'll Never Get Out Of This World Alive' teleur. Fans die Williams' 43ste sterfdag passend wilden herdenken, zullen gisteren dan ook eerder hebben geluisterd naar 'Angel Of Death', een postuum uitgebrachte gospel waarin sprake is van dovend licht en kruipende schaduwen en een man op een sterfbed die zich afvraagt of hij bereid is om de Engel des Doods te ontmoeten. Maar ook deze met doem beladen lyriek wekt minder indruk dan de tekst die Williams nooit schreef, maar die perfect in zijn oeuvre had gepast: het verslag van zijn laatste reis.

Het leven van Hank Williams mag dan een kroniek van een aangekondigde dood zijn geweest, de slotpassage duurde tergend lang. In de middag van 31 december probeerde hij samen met zijn chauffeur Charles Carr van Knoxville, Tennessee, naar Charleston te vliegen om daar een optreden te doen. Toen het vliegtuig wegens slecht weer na vertrek rechtsomkeert moest maken, gingen Williams en Carr naar een hotel. Williams was al aardig dronken, en kreeg een niet te stoppen hik-aanval. Een in allerijl geroepen dokter gaf hem twee injecties morfine met vitamine B-12, zonder er rekening mee te houden dat Williams zware kalmerende middelen slikte.

Toen Williams een paar uur later door twee portiers op de achterbank van zijn Cadillac werd gelegd - hij moest naar Canton, North-Carolina voor een optreden op Nieuwjaarsdag - bewoog hij al niet meer. Een politieagent die Carr rond middernacht aanhield wegens te hard rijden, constateerde dat de passagier op de achterbank blauw en onbeweeglijk was, maar vroeg niet verder door. Carr moet geweten hebben dat Williams dood was, maar reed (in paniek, uit schuldgevoel?) verder, tot hij eindelijk in de kleine uurtjes bij een ziekenhuis in Beckley, West-Virginia stopte. Nog was de reis niet afgelopen, want in Beckley was geen lijkschouwer, en dus reed Carr weer verder, vijfentwintig kilometer, naar het ziekenhuis van Oak Hill. Daar werd om 7 uur 's morgens Hiram King Williams officieel dood verklaard.

Stel je voor: een Cadillac met een dode op de achterbank, eindeloos rondzwervend over de nachtelijke snelweg. Dat is pas echt het materiaal waarvan zwanezangen worden gemaakt.

    • Pieter Steinz