Gokken in een neonverlichte boot aan zee

Gebouw: Holland Casino en uitbreiding parkeergarage Scheveningen. Architect: Pi de Bruijn, de Architekten Cie.. Opdrachtgevers: Nationale Nederlanden/Vastgoed N.V. (casino) en Dienst Stadsbeheer (uitbreiding parkeergarage). Kosten: ƒ 80 miljoen. Ontwerp: 1993. Oplevering: 1995

Steeds groter worden de casino's in Las Vegas, de bakermat van de twintigste-eeuwse gokarchitectuur. Begonnen als eenvoudige dozen langs de weg met een groot bord ernaast, zijn ze uitgegroeid tot complete steden onder één dak. Hotelkamers, restaurants, theaters, bioscopen, kermisattracties, winkels en natuurlijk gokzalen zorgen ervoor dat niemand van de soms 10.000 casinobewoners de deur meer uithoeft. De schaalvergroting van de casino's ging samen met een steeds uitbundigere vormgeving. De gokpaleizen van de laatste jaren zijn geheel volgens een bepaald thema vormgegeven. Luxor uit 1994, met als onderwerp het oude Egypte, kreeg bijvoorbeeld de vorm van een reusachtige glazen piramide volgestouwd met neo-Egyptische snuisterijen, en Excalibur van een paar jaar eerder werd een Disney-achtig sprookjeskasteel, vol met bordkartonnen maagden en ridders uit de tijd van Koning Arthur.

Ook in de Nederlandse gokarchitectuur doen zich dergelijke ontwikkelingen voor, zo blijkt uit het onlangs geopende nieuwe casino in Scheveningen. Wie dit door Pi de Bruijn ontworpen gebouw ziet, moet door de met aluminium lamellen beklede gevel onmiddellijk denken aan een oude houten boot. Oorspronkelijk had De Bruijn, bekend van onder meer de nieuwe uitbreiding van de Tweede Kamer in Den Haag en de nieuwe vleugel van het Concertgebouw in Amsterdam, hout ook als gevelbekleding gewild, maar dit bleek in het barre Scheveningse zeeklimaat te onderhoudsgevoelig en dus te duur.

Pi de Bruijn heeft Las Vegas naar Nederland gebracht. Het is het eerste casino met een duidelijk thema - zee, strand, boten, water - en het is veel uitbundiger vormgegeven dan de al bestaande casino's van de Stichting Holland Casino. Kan bijvoorbeeld het casino in Amsterdam net zo goed doorgaan voor een bioscoop of een theater, dat in Scheveningen presenteert zich duidelijk als gokpaleis. Net zoals de casino's in Amerika maakt het gebouw een gesloten indruk, maar heeft het een overgeproportioneerde ingang gekregen: waar de twee gevels op de hoek van de straat elkaar onmoeten heeft De Bruijn een reusachtige poortvormige uitsnede gemaakt die de bezoekers naar binnen zuigt. 's Avonds, als het donker is, is het nog duidelijker waar de gokkers moeten zijn. Dan verandert het gebouw dank zij de gekleurde neonbuizen aan de gevel in een waar lichtpaleis. Overdag zijn het twee zorgvuldig aangebrachte golven in de gevel die zorgen voor een bij een badplaats passende zwierigheid.

Toch is het casino wel Las Vegas op zijn Nederlands. Wellicht door de afwezigheid van concurrentie is het casino niet al te uitbundig. Zou een echte Las Vegas-architect heel letterlijk een reusachtige boot met stoompijpen en waarschijnlijk ook raders in Scheveningen hebben neergezet, De Bruijn, levend in een land waar de abstracte vormen van het modernisme nog steeds worden gewaardeerd, heeft gekozen voor een beschaafde, gestileerde boot met daar bovenop de uitbreiding van de al bestaande belendende parkeergarage. Jammer genoeg heeft die de vorm gekregen van een zwarte doos, zodat het casino nu iets weg heeft van een oude schuit die geschikt is gemaakt voor modern containervervoer.

Ook het interieur, niet ontworpen door De Bruijn maar door de de Haagse firma Pentarch, staat voor de helft in het teken van Las Vegas. Op veel punten voldoet het aan de Amerikaanse wetten van de casino-architectuur. Binnen is het schemerig, de plafonds zijn tamelijk laag, en de scheidingen tussen de verschillende ruimtes - bars, restaurants en gokzalen - zijn vloeiend (en natuurlijk hangen er nergens klokken). Maar anders dan de paleizen in Las Vegas is het Scheveningse casino geen doolhof waarin de bezoeker gevangen wordt. Steeds weet de gokker hier waar hij zich bevindt doordat de zalen zijn gegroepeerd rondom een vide in het midden van het gebouw. Voor casino-begrippen is het interieur ongewoon helder: langs de ene gevel kan men via roltrappen naar de twee verdiepingen, langs de andere gevel kan de bezoeker, na een tocht langs de gokmachines en roulettetafels, weer naar beneden.

Het badplaatsthema is in het interieur maar half doorgezet. Alleen de muren van de bovenste verdieping, waar hoofzakelijk gokautomaten staan, zijn beschilderd met wulpse zeemeerminnen, vissen, piraten en zeegoden. Hier heeft ook de bar de vorm gekregen van een boot, compleet met rondborstig boegbeeld. Op de chiquere eerste verdieping, waar men roulette kan spelen, zijn de maritieme verwijzingen vrijwel afwezig. Hier is de inrichting van het casino niet veel anders dan die van de andere casino's in Nederland: hoogpolige tapijten, donker gekleurde wanden en goud spiegelende banen over het met systeemplafond zorgen voor voor een Nederlands ingetogen glittersfeer.

    • Bernard Hulsman