De hele dag gratis taartjes eten in het olympisch dorp

AMSTERDAM, 2 JAN. “De eerste keer meedoen aan de Olympische Spelen is een feest”, zegt Nico Rienks. “Je krijgt een kledingpakket van een paar koffers vol. Je wil naar de opening, lekker eten, leuke dingen doen, andere sporten bekijken. Toen Carl Lewis de 100 meter won, zat ik vooraan bij de finishlijn.”

De roeiers Nico Rienks (33 jaar) en Ronald Florijn (34) gaan dit jaar, als ze zich kunnen handhaven in de selectie van de Holland Acht, voor de vierde keer naar de Olympische Spelen. Rienks debuteerde in 1984 in Los Angeles. Ronald Florijn was er al bij in 1980 in Moskou, op zijn achttiende. “Ik vond het vooral leuk om in het olympisch dorp rond te lopen”, zegt Florijn. “De hele dag gratis taartjes eten! Ik besefte nog niet dat de Spelen iets bijzonders waren. Ook mijn omgeving reageerde pas in 1988. Het lijkt wel of de Spelen toen groter waren geworden.”

“In 1984 wisten de buren en mijn roeivereniging dat ik naar de Spelen ging”, vertelt Rienks. “Maar als we deze zomer verliezen, zijn er mensen teleurgesteld die ik niet eens ken.”

Een ervaring was bijvoorbeeld de openingsceremonie. “Een moment dat je echt kan genieten”, herinnert Rienks zich. “Je beseft hoe elitair het gezelschap is, dat daar midden op het veld staat terwijl de hele wereld toekijkt. Je beseft opeens hoe bijzonder het is dat je de Spelen mag meemaken. Je beseft daar hoe uniek de Spelen zijn. Want de wedstrijd op de Spelen winnen is niet heel veel moeilijker dan bij een wereldkampioenschap.”

Na Moskou en Los Angeles vond het duo elkaar voor de Spelen van 1988 in Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea. De combinatie klikte. Twee Nederlanders die jaren tevergeefs achter de Oostblokkers aan hadden geroeid, wonnen verrassend het goud. “Seoul was vooral wonderbaarlijk”, vertelt Florijn. “Duizenden dames stonden de hele dag te buigen om je welkom te heten. Toen wij drie weken voor de Spelen in Seoul aankwamen, liepen er op het vliegveld Koreanen met laddertjes om ons te filmen. Ladder inklappen, snel vooruit lopen, ladder uit, weer filmen. Met politie-escorte naar het hotel, waar dertig dames stonden te buigen, en elke dag met de politie naar de roeibaan.”

“Toch liep alles perfect”, zegt Florijn. “We hadden het spektakel al een keer meegemaakt. Je weet de tweede keer dat je moet presteren. Als het dan niet meer gaat, kun je er net zo goed mee stoppen. Je ziet veel ploegen die het goed doen op een WK mislukken op hun eerste Spelen. Ze zijn afgeleid. Wij waren niet afgeleid. We hebben met Sabatini aan tafel zitten eten, maar dat hoorden we pas achteraf.”

“We sloten ons bewust af”, vult Rienks aan. “Eerst roeien, dan pas rondkijken. Een enkele keer zag je in het dorp dat er een Nederlands vlag werd gehesen. Dan wist je dat een Nederlander een medaille had gewonnen. Verder wisten we niets. We liepen van het eten naar onze kamers en weer terug. Het is dan alleen maar makkelijk dat het in Seoul is. Je wordt door bijna niemand lastig gevallen. We hadden ook niet in de gaten dat we in Nederland gevolgd werden. We dachten dat we af en toe een minuut op televisie zouden zijn, maar later bleek dat Mart Smeets ons uitgebreid in beeld bracht als medaille-kandidaat.”

“Het succes had een simpele verklaring”, kijkt Florijn terug. “Je moet een jaar lang de gewone, simpele dingen kunnen doen - naar Leiden, trainen, naar Amsterdam, trainen, eten, wachten, slapen - zonder dat je er iets voor krijgt. Gewoon doorgaan, met discipline. Dat moet je afwerken om er aan het einde iets bijzonders van te kunnen maken. Zo is het ook in je dagelijks werk. Het verschil tussen mensen is niet de hoeveelheid kennis waarover ze beschikken, maar hun geschiktheid om handelingen uit te voeren die ergens toe leiden.”

Rienks: “Het lijkt wel zo'n Amerikaans succesverhaal, maar zo was het. We waren fanatiek, we hadden discipline, iedere training telde. De buitenwacht vond het achterlijk om zo'n regime vol te houden. Wij deden het gewoon. En het urenlange koffiedrinken bij Ronalds moeder was echt beregezellig. Zelfs als we niet hadden gewonnen, was het geen weggegooid jaar geweest.”

Het duo kan niet goed beoordelen in hoeverre de medaille hun leven heeft veranderd. Evidente nadelen van de zege weten ze in elk geval niet te noemen. “Mensen kijken sindsdien anders tegen ons aan”, veronderstelt Rienks. “Ik denk dat mijn karakter niet veranderd is, al zal onbewust je zelfvertrouwen toenemen. De mensen geloven je eerder als je wat zegt. Dat zal niet altijd positief zijn.”

“Zelfbewust was ik altijd wel; ik wist wat ik wilde”, zegt Florijn. “Maar je wordt zelfverzekerd als je ook bereikt wat je jezelf had voorgenomen. Als ik nu een praatje moet houden voor een zaal met mensen, ben ik een stuk minder zenuwachtig. Ik ben wat.” Rienks: “Het gevaar daarvan is dat mensen weer te veel van je gaan verwachten.” “Het is niet logisch dat je meteen overal maar goed in bent. Aan de andere kant durf je ook makkelijker fouten te maken, omdat je al eens iets bewezen hebt.”

Vier jaar later behaalde Rienks met Henk-Jan Zwolle brons en miste Florijn het podium met een dubbelvier. “Die boot had wel talent”, zegt Florijn. “Maar in 1988 waren we gedrevener dan in 1992. Het 'alles er voor opzij zetten' was toen minder.”

In hun training en aanpak is de laatste jaren weinig veranderd, vindt het duo. Door de beschikbaar gekomen gelden van het NOC*NSF is de begeleiding en coaching geïntensiveerd. Ook is het aantal fanatieke roeiers toegenomen. Zelfs hun status als full-prof - door de ruime financiële steun van het NOC*NSF kunnen alle olympische roeiers tijdelijk hun baan opzeggen - is vergelijkbaar met de omstandigheden waarin ze zich voorbereiden op 1988. “De faciliteiten die wij toen voor onszelf hadden gecreëerd, zijn nu voor een grote groep roeiers beschikbaar.”

“Tot augustus heeft roeien de hoogste prioriteit”, zegt Rienks. “We laten bijna alles staan voor het roeien. Dat was bij mij de laatste twee jaar zeker niet het geval, maar vroeger wel. Met je studie is roeien makkelijk te combineren. Dan kan je drie keer per dag trainen zonder dat je studie daar onder lijdt.”

Florijn, afgestudeerd psycholoog, heeft inmiddels zijn baan opgezegd. Fysioloog Rienks heeft een vervanger aangenomen in zijn arbo-dienst, maar zal toch regelmatig een kijkje nemen. “Het werk of je studie mag vanaf nu niet meer ten koste gaan van een training”, legt Rienks uit. “Maar je bent niet verplicht niets te doen naast het roeien. Een heel jaar alleen maar sporten is ook gevaarlijk. Dan loop je het risico dat je het te weinig relativeert. Je moet niet het idee hebben dat je leven er van af hangt. Dat mag pas de laatste week voor de wedstrijd. Dan valt er niets meer te relativeren.”

Beiden verwachten in Atlanta - al uitgeroepen tot de Coca-Colaspelen - veel Amerikaans, commercieel spektakel. Maar ze hebben daar geen moeite mee. Ze zien de immer groeiende massaliteit van de Olympische Spelen als een soort erkenning. “Waarom zou er minder waardering mogen zijn voor sport dan voor cultuur”, zegt Rienks. “Sport krijgt steeds meer waardering en de Spelen zullen nog verder groeien. Het wordt steeds commerciëler. Maar dat zou alleen geen goede ontwikkeling zijn als daardoor sporters gedwongen worden nog harder, nog sneller te gaan.”

Er komen steeds meer sporten bij. Hoe hoort het programma er uit te zien? “Sport is voor mij vrij elementair”, zegt Florijn. “Met een start en een finish. Al die jurysporten - hoe knap en moeilijk ook - horen niet op de Spelen thuis. Kunstzwemmen, kunstschaatsen. Het is niet minder, maar het is kunst, het hoort in een circus.”

“Hoewel ik weet dat er doping aan te pas komt, vind ik gewichtheffen de mooiste sport”, zegt Florijn. “Hoeveel kan je tillen? Hoe hoog kan je springen? Hoe hard kan je lopen? Hoe hard kan je in een bootje varen? De rest is kunst, mooi om naar te kijken, commercieel aantrekkelijk en daarom aanwezig op de Spelen.”

Op hun vierde en laatste Spelen is de Holland Acht, waar Rienks en Florijn zich voor hopen te kwalificeren, favoriet voor een medaille. Er wordt zelfs gerekend op goud. “We hebben de afgelopen twee jaar zilver gewonnen op de wereldkampioenschappen”, vertelt Rienks. “Het is niet irreëel dat er bij ons nog rek in de prestaties zit, omdat de andere landen het al langer zo professioneel aanpakken als wij pas dit jaar zullen doen..”

“In 1988 was een medaille het mooiste dat er was”, zegt Florijn. “Nu is alleen winnen leuk.”

    • Remmelt Otten