Bedrijfsleven Québec diep ongerust

MONTREAL, 2 JAN. De KLM heeft een gevoelige snaar geraakt in de overwegend Franstalige provincie Québec met de aankondiging haar Canadese hoofdkantoor te zullen verhuizen van Montreal naar Toronto, Ontario. Zeventien personen, onder wie administratief en marketingpersoneel, maken in het voorjaar de overstap, bedoeld om “onze positie op de Centraal- en Westcanadese markt te versterken”, aldus KLM-woordvoerder Frances Dion in Montreal.

Een regionaal kantoor met 120 medewerkers zal in Montreal blijven. Het besluit van de KLM staat volgens Dion los van de politieke situatie in Québec, dat in een referendum op 30 oktober met een uiterst kleine meerderheid (50,6 procent) tegen afscheiding van Canada stemde. Toch past de beslissing, hoe onbedoeld ook, binnen een trend die de Québécois al twintig jaar zorgen baart: geleidelijk aan moet Montreal, ooit het vlaggeschip van de Canadese economie, meer en meer economisch terrein prijsgeven aan rivaal Toronto.

Een belangrijke oorzaak van die trend is de onzekerheid die het voortdurende onafhankelijkheidsdebat in Québec met zich meebrengt. Die onzekerheid is aangewakkerd sinds het laatste referendum uitwees dat afscheiding van Canada niet langer een onhaalbare droom, maar een reële mogelijkheid is.

“Bij het eerste referendum in 1980 was er een overtuigende meerderheid tegen onafhankelijkheid”, zegt Phil O'Brien, directeur van makelaarsbedrijf Devencore en mede-organisator van de grote pro-federale demonstratie in Montreal, drie dagen voor het referendum. “Nu is het anders. Hoewel een meerderheid tegen heeft gestemd, weigert de regering dat te erkennen. Ze willen nòg een referendum. Dat leidt tot een immense onzekerheid die we ons niet kunnen veroorloven.”

Die economische onzekerheid is in de eerste plaats merkbaar aan het gedrag van de consument. Zo is de verkoop van woningen in Québec dit jaar drastisch gedaald. Maar bovendien zijn door de bijna fifty-fifty uitslag en de dreiging van een derde referendum binnen afzienbare tijd veel vragen onbeantwoord gebleven waar bedrijven antwoorden op hadden willen hebben: wat gaat een eventuele onafhankelijkheid kosten? Gaan belastingen omhoog? Kan een onafhankelijk Québec aan het Noordamerikaanse vrijhandelsakkoord (NAFTA) deelnemen? Hoe reageren handelspartners in het buitenland? Zullen goed-opgeleide Engelstaligen hun heil buiten Québec zoeken?

“We weten niet hoe onafhankelijkheid aangepakt zou worden”, zegt Caroline De Bie, woordvoerder van elektronicaconcern Matrox. “Volgens mij weten de separatisten het zelf ook niet.” Matrox besloot na het referendum om een voorgenomen uitbreiding met driehonderd personeelsleden van de vestiging in Montreal, voor de helft in Florida uit te voeren.

Zo zijn er meer voorbeelden. Unican, maker van beveiligingssystemen, heeft een beslissing over een uitbreidingsplan van ongeveer 30 miljoen dollar voorlopig uitgesteld. “We kunnen niet uitbreiden in Québec zolang niemand me kan garanderen dat we binnen tien jaar geen nieuwe referenda krijgen”, verklaart bestuursvoorzitter Aaron Fish. “We bouwen geen nieuwe vestigingen voor vijf jaar.”

Peter Mendell, economisch jurist bij advocatenkantoor Phillips & Vineberg, bevestigt dat de onzekere situatie investeringen op een laag pitje houdt: “Waar ik bang voor ben is niet zozeer dat bedrijven zullen vertrekken maar dat we kansen mislopen omdat bedrijven ergens anders naar toe gaan in plaats van naar Québec te komen.”

Een dergelijke achterstandspositie kan Québec niet gebruiken. Sinds 1976, het jaar dat de Parti Québécois (PQ) voor het eerst aan de macht kwam, heeft de provincie economische groei zien stagneren in vergelijking met het aangrenzende Ontario. Verhield het bruto nationaal produkt (bnp) van Québec zich in 1976 nog met 61 procent tot dat van Ontario, vorig jaar was die verhouding gedaald tot 55 procent (167 miljard dollar).

Niet in de laatste plaats is die stagnatie te wijten aan de exodus die op gang kwam na het succes van de PQ. Tussen 1976 en 1984 verlieten meer dan 250.000 Engelstaligen de provincie. Tevens verhuisde een groot aantal bedrijven, waaronder Dupont en Canadian Industries (chemie), Sun Life (verzekeringen) en Canadian Aviation Electronics, zijn hoofdkantoren van Montreal naar Toronto. In 1984 vertrok zelfs de Bank van Montreal, die nu overweegt haar naam te veranderen in First Canadian Bank om niet langer te worden geassocieerd met het separatisme in Québec.

Vorige maand kondigde spoorwegbedrijf Canadian Pacific (CP Rail) zijn vertrek aan naar Calgary, Alberta, in het Westen van Canada. Sommige Québécois, onder wie econoom Rueven Brenner van de McGill Universiteit in Montreal, vrezen dat dit besluit het startsein wordt voor een nieuwe golf in de uittocht van bedrijven. Brenner: “Als de kansen op afscheiding stijgen, zie je meer onrust.” De KLM, die sinds 1949 in Montreal zetelt, gaat weliswaar naar Toronto “omdat daar de meeste commerciële activiteiten plaatsvinden”, maar dat stelt Brenner nauwelijks gerust: “Dat is nu precies het punt. Waarom is alle handel naar Toronto verplaatst? Nu er eenmaal veel bedrijven zitten, gaan er vanzelf meer. Dat is logisch.”

Evenals KLM ontkende CP Rail dat de voorgenomen verhuizing iets met de politieke situatie in Québec te maken heeft. “Toch denk ik dat het zo is”, zegt Pierre Arbour, directeur van investeringsadviesbureau Alkebec en publicist. “Economische beslissingen zijn menselijk. Als je eenmaal een negatieve tendens hebt, gaat die op een gegeven moment een eigen leven leiden. Bovendien: geen bedrijf zal van de daken schreeuwen dat het om de uitslag van het referendum vertrekt.”

Québéc heeft meer economische zorgen dan alleen een slecht investeringsklimaat. Met 78 miljard dollar heeft het de hoogste overheidsschuld per hoofd van de bevolking van alle Canadese provincies. De werkloosheid ligt met 11,3 procent bijna twee procent hoger dan het Canadese gemiddelde van 9,4 procent. Zal de regerende PQ de onafhankelijkheidskwestie nu even laten rusten en zich op economisch herstel richten? Dat is volgens een opiniepeiling de eerste prioriteit van 86 procent van de zeven miljoen Québécois.

Lucien Bouchard, de populaire separatistenleider die deze maand het premierschap van Quebec overneemt van Jacques Parizeau, heeft economische beterschap beloofd. Maar tevens heeft hij laten weten binnen een paar jaar een nieuw referendum over onafhankelijkheid te willen uitschrijven, omdat “de overwinning nog nooit zo dichtbij is geweest.” “Door zo maar door te gaan blijft de PQ mensen en bedrijven naar politiek en economisch stabielere regio's verjagen”, zegt Phil O'Brien, een van de ondernemers in Montreal die proberen een sterkere pro-Canadese tegenbeweging op gang te krijgen. Zij menen dat de separatisten te weinig oog hebben voor de internationale belangen van Montreal. Er is zelfs een idee gelanceerd om Montreal, dat op 30 oktober met een overtuigende 65,5 procent tegen onafhankelijkheid stemde, binnen de Canadese federatie te houden als stadstaat, mocht Québec zich ooit afscheiden. Als voorbeelden worden de economische successen van bijvoorbeeld Singapore genoemd.

Doug Bellevue, ondernemer in micro-elektronica en mede- initiatiefnemer, hoopt dat het zover niet zal komen: “Montreal is een Canadese stad en heeft democratisch gestemd dat te willen blijven. Ook het bedrijfsleven van Montreal wil bij Canada blijven. Hoe willen de separatisten het zonder Montreal en die bedrijven doen?”

    • Frank Kuin