Abdullah kan zijn land niet afsluiten van de wereld; Zorgen over post-Fahd tijdperk

De 'tijdelijke vervanging' van de 73-jarige koning Fahd Ibn Abdel Aziz van Saoedi-Arabië door zijn één jaar jongere halfbroer Abdullah vervult de Westerse beschermers van het Saoedische koningshuis bepaald niet met vreugde. Want hoewel het Saoedische koningshuis zeer gesloten is, staat kroonprins Abdullah bekend als veel conservatiever en pan-Arabischer dan koning Fahd. Men verwacht dan ook dat Saoedi-Arabië onder Abdullahs bestuur een iets minder gewillige melkkoe zal zijn voor de Amerikaanse en Britse wapenindustrie. Tenminste: als Abdullah zijn zin kan doordrijven en zijn halfbroer en aartsrivaal voor de troon - prins Sultan, de machtige minister van defensie - de baas blijft.

Deze prins Sultan (en zijn zoon Bandar, die ambassadeur in Washington is) staat, naast koning Fahd, garant voor de 'speciale relatie' die Saoedi-Arabië al decennia heeft met de VS. Volgens Amerikaanse diplomaten is het belangrijkste kenmerk van die relatie dat “wij hun olie en zij onze bescherming nodig hebben”. En aangezien het standaardpolitiek is van Washington “om diegenen te beschermen die bereid zijn zichzelf te beschermen”, moeten de Saoediërs, evenals de Koeweiti's, daarvoor betalen: in de vorm van een stabiele en niet al te hoge prijs voor hun olie en miljardencontracten voor de Amerikaanse (wapen)industrie. Die laatste zou - het is een publiek geheim - zonder de profijtelijke Saoedische aankopen in zeer ernstige problemen komen.

Ingewijden vermoeden dat Abdullah in deze voor Amerikanen en Britten zo comfortabele relatie meer distantie wil aanbrengen. Was hij niet degene die in augustus 1990, na de Iraakse overval op Koeweit, duidelijke reserves naar voren bracht, toen de koning (op instigatie van Washington) Amerikaanse grondtroepen uitnodigde zijn land te verdedigen? Zei Abdullah toen niet dat het koningshuis daarover eerst uitvoerig overleg moest plegen met alle stromingen binnen de geestelijkheid, alsmede met de stamoudsten in de Nejd, het hart van Saoedi-Arabië en de wieg van de meest rigoureuze stroming binnen de islam, de wahabieten?

Vandaar dat de pessimisten in Washington en Londen zich al enige tijd zorgen maken over het post-Fahd-tijdperk. Zij gaan ervan uit dat in een land waar de koninklijke familie identiek is met de staat, en de koning zijn eigen eerste minister is, Zijne Majesteits ideeën beslissend voor de toekomst zijn.

De optimisten zijn minder angstig, hoewel zij het ermee eens zijn dat Abdullah - veel meer dan de bereisde Fahd - ertoe neigt de zaken in een ongenuanceerd zwart-wit-beeld te beoordelen en op het gebied van de buitenlandse betrekkingen nauwelijks ervaring heeft. Maar zij wijzen ook op zijn capaciteiten. “Hij zal als een traditioneel heerser regeren”, zegt een ingewijde. “En dat hij stottert, is alleen maar een voordeel; dat maakt hem tot een goede luisteraar. Bovendien staat zijn godsdienstigheid buiten twijfel. Als heerser kan hij veel van de argumenten weghalen van de radicaal-islamitische oppositie, temeer omdat hij als niet zo corrupt bekend staat.”

Corruptie van en zedenbederf onder de heersers zijn de belangrijkste wapens van deze oppositie. Onder leiding van de natuurkundige Mohammed al-Masari stuurt het Comité voor de Verdediging van de Legitieme Rechten elke week vanuit Londen honderden faxen en cassettes naar Saoedi-Arabië met beschuldigingen en beledigingen aan het adres van de leden van de koninklijke familie.

Die familie telt nu circa 6.000 prinsen - directe afstammelingen of verwanten van de stichter van het koninkrijk, Abdel Aziz. Vrijwel allen leven als vorsten uit een sprookje, en de meesten putten daarvoor uit de hoorn des overvloeds die God in de vorm van olie, aardgas, bouw- en wapencontracten aan de koninklijke familie heeft geschonken. Bovendien staan zij de facto boven Gods zeer strenge wetten die de gewone stervelingen worden opgelegd. Nergens treft men betere wijnkelders aan dan in hun paleizen.

In vroeger jaren waren die standverschillen geen ernstig probleem. Toen verdiende het koninkrijk aan de olie meer dan genoeg om zowel de prinsen als de burgers tevreden te stellen. Saoedi-Arabië en zijn kleine buur Koeweit waren sociale paradijzen, zoals men ze nergens ter wereld aantrof.

Die mooie tijden zijn voorbij. Zelfs de prinsen laten hun luxe auto niet langer in het woestijnzand wegroesten als de benzinetank leeg is. De deviezenreserve van 140 miljard dollar waarover het land zo'n vijftien jaar geleden beschikte, is weggesmolten. Uitgegeven aan de opbouw en de infrastructuur van het land, maar ook aan de plezieren en paleizen van de prinsen en hun vertrouwelingen, alsmede aan steun voor Saddam Hussein in zijn oorlog tegen Iran, aan de aankoop van de allermodernste wapens en de daarbij behorende commissies voor de contracten, aan steun voor de Amerikaanse oorlogsinspanningen om het Iraakse leger uit Koeweit te verdrijven. En ten slotte aan royale steun voor vriend en vijand in binnen- en buitenland: om loyaliteiten te kopen en mogelijke bedreigingen af te wenden.

Maar toen in de jaren tachtig de olieprijs inzakte en het regeringsbudget jaar na jaar een miljarden-tekort aanwees, kon het koninkrijk zich die fantastische geldsmijterij niet langer veroorloven. De koning zag zich gedwongen Saoedisch Luilekkerland op te heffen. Overheidssubsidies werden afgeschaft of gekort, overheidsdiensten niet meer gratis verstrekt, en een duur betaalde baan bij de overheid voor niets-doen was in principe niet langer een vanzelfsprekend recht. Het dagelijks leven van de gewone burger is duurder en moeilijker geworden. Veel problematischer voor hem is dat hij moet leren eigen initiatief te nemen en niet langer voor zijn levensonderhoud en leefstijl van de overheid afhankelijk te zijn.

Dat is een moeizaam leerproces. Des te pijnlijker als men via faxen en cassettes uit Londen, van zijn familieleden in het buitenland, of sinds kort via E-mail verneemt dat de machthebbers en hun familieleden aan die voorwaarden niet hoeven te voldoen. Dan krijgen zij die zeggen dat Saoedi-Arabië van Gods weg is afgedwaald, steeds meer gehoor.

De Saoedische samenleving is de afgelopen decennia drastisch veranderd. In 1970 woonde 26 procent van de bevolking in de steden, twintig jaar later 73 procent. Tienduizenden zijn aan Saoedische of buitenlandse universiteiten afgestudeerd. In 1960 ging twee procent van de meisjes naar school. In 1981 was dat percentage gestegen tot 41 procent, in 1991 tot 80 procent. Weliswaar worden zij na hun meestal zeer succesvolle universiteitsstudie in huis opgesloten. Maar door de kennis die zij hebben opgedaan, stellen zij meer eisen. De modernisering heeft toegeslagen in een samenleving waarvan de identiteit wezenlijk is veranderd, maar die verloren gegane identiteit wil bewaren door de oude religieuze waarden en tradities te handhaven. Uit een door Newsweek gepubliceerd onderzoek van de Amerikaanse ambassade in Riad blijkt dat 'men' zowel meer democratie als meer islamitische moraal wenst - in de Arabische wereld codewoorden voor 'andere leiding en leiders'.

Het koningshuis beantwoordt die verwachtingen niet, ook al wijzigde koning Fahd vorig jaar augustus zijn regering. Hij benoemde meer technocraten (20 van de 28 ministers hebben een Amerikaanse universiteitsgraad). Hij ontsloeg zes van de zeven universiteitsrectoren. En hij verving meer dan de helft van de leden van de buitengewoon machtige Raad van de Geestelijkheid die onder andere toezicht moet houden op al te radicale predikers en geestelijken.

De 'plaatsvervangende koning' kan de reeds bestaande veranderingen in de Saoedische samenleving niet ongedaan maken, zelfs als hij dat zou willen. Hij kan zijn land niet afsluiten van de rest van de wereld met een Groen Gordijn (groen is de kleur van de Saoedische vlag en de islam). Zodra hij te ver zou gaan, zouden de 'Sudairy's', de zes volle broers van koning Fahd, terugslaan. Dezen willen niet dat hun macht en hun inkomsten gevaar lopen. En zij beheersen de strijdkrachten van leger, luchtmacht, politie en geheime diensten volledig. Daar tegenover kan Abdullah alleen zijn Nationale Garde van circa 80.000 man stellen, in feite uitsluitend bedoeld ter bescherming van het koningshuis.

Onder Abdullah zal Saoedi-Arabië doormodderen - om met de technologie van de 21ste eeuw de cultuur van vroeger eeuwen te bewaren. Niet wetend welke richting men moet inslaan om die onverenigbare grootheden met elkaar te verzoenen.

    • Michael Stein