Witte bruid begint opnieuw

“Ben je zwanger?”, was een van de eerste vragen die de modeontwerpster stelde aan de aanstaande bruid met wie ik bij haar was om een trouwjurk uit te zoeken. Zij verontschuldigde zich voor deze enigszins impertinente vraag, maar legde uit dat het vandaag de dag werkelijk heel relevant is om dat als ontwerpster te weten. Veel bruiden zijn tegenwoordig zwanger en dat stelt speciale eisen aan de trouwjurk. Niet alleen wat betreft het model, maar bij het maken moet ook rekening worden gehouden met de toekomstige maten, met hoe ver de zwangerschap op de trouwdag gevorderd zal zijn. In het fotoboek met jurken die zij had ontworpen, zagen we dat ze niet had overdreven. De helft van het aantal bruiden bevond zich in enig stadium van zwangerschap. Zij waren in het lang of kort gekleed, traditioneel of modern, maar vrijwel allemaal in het wit, ook de acht maanden hoogzwangere bruid. Het was een mooi en lief gezicht.

Toen ik enige tijd later met weer een aanstaande bruid - dit maal inderdaad zwanger - bij een modeontwerper kwam, was het in zijn modellenboek al net zo. Een klein, maar belangrijk symbool van wat er wezenlijk is veranderd aan de positie van vrouwen. Die boeken lieten zien hoe het begrip 'maagd' met het daarbij behorende symbolische wit in emotioneel en sociaal opzicht betekenisloos is geworden. En ik bedacht me hoe heerlijk dat was.

Maagdelijkheid is door de eeuwen heen geadoreerd. Dat lijkt een mooie uiting van het verlangen naar onbedorvenheid. Waarschijnlijker is dat het aanvankelijk simpelweg te maken had met manlijke hygiëne. Bij een maagd kon je geen fatale infecties oplopen en als je zorgde dat ze exclusief de jouwe bleef, was, althans met haar, veilig vrijen ook in de toekomst gewaarborgd. Bovendien kon de man er honderd procent zeker van zijn dat het kind dat hij in maagdelijkheid verwekte het zijne was. De latere verheerlijking van het maagdschap was een fraaie bovenbouw op een prozaïsche basis.

Vrouwen die hun maagdelijkheid verloren zonder vaste relatie met een man waren - hoe kort geleden nog - sociaal al half verstoten en als ze daarbij zwanger werden geheel. Daarom moesten zij bij avances altijd “de wijste” zijn. Wat heerlijk dat dat niet meer hoeft. De pil, die wij nooit voldoende kunnen bejubelen, heeft in onze cultuur voor vrouwen de vloek van het maagdschap weggenomen. Voor mannen en vrouwen is er een gelijke seksuele vrijheid. Geen onsmakelijke beeldspraak meer over “een afgelikte boterham”. Geen vrouwen meer die worden weggezonden met de hoon “wie het kind krijgt mag het hebben”. Geen geroddel meer dat het paar kennelijk “moet trouwen”, want dat de bruid anders wel “in het wit” zou zijn. Hoe achterhaald en bizar is dan ook de code aan het Engelse hof die vijftien jaar geleden nog steeds verlangde dat de aanstaande koning met een maagd zou trouwen.

Het sociaal-emotionele statusverlies van de maagdelijkheid is een vooruitgang waar op geen enkele manier afbreuk aan mag worden gedaan. Het is treurig dat er in Nederland islamitisch opgevoede jonge meisjes wonen die in paniek raken als zij met een jongen naar bed zijn geweest, omdat hun toekomstige bruidegom alleen een maagd als vrouw zal willen hebben. Het is een geluk dat er artsen zijn die zogenaamde hersteloperaties willen uitvoeren. Maar dat mag niet leiden tot de relativering dat “dat nu eenmaal bij die cultuur hoort”. Dat kan wel waar zijn, maar dan is dat een achterlijk aspect van die cultuur. De heersende Westeuropese, liberale cultuur moet niet aflaten daar tegenwicht aan te bieden.

Dat klinkt vanzelfsprekend, maar soms steekt de relativering toch wel heel hoog de kop op.

Een dezer dagen diende een rechtszaak tegen een in Nederland wonende islamitische man die zijn vrouw heeft vermoord. De reden was dat zij hem had verlaten en met een vriend was gaan samenwonen met wie zij ook een dochtertje had. Midden op de dag heeft hij haar gedood, terwijl zij met haar tweejarig kindje over straat liep. Op de televisie werd aandacht besteed aan “de achtergronden”. Daarbij kwam een jong familielid van de dader aan het woord, die het volstrekt normaal vond dat de man de moord had begaan. “Bij ons”, zo zei hij, “verliest een man zijn eer als hij drie dingen kwijt is, en dat zijn zijn zwaard, zijn paard en zijn vrouw. Die eer kan hij alleen terug krijgen door zich te wreken.”

Zwaard, paard, vrouw. In een programma over achtergronden zou je toch op z'n minst commentaar verwachten op het godvergeten onfatsoen van zo'n rijtje, in deze tijd, in dit land. Maar nee, eigenlijk alleen maar begrip. Andere cultuur, andere zeden. Zwaard, paard, vrouw. De enige kritiek kwam van een allochtone jurist, die niet de moord als zodanig, maar wel de manier waarop deze was uitgevoerd veroordeelde. Het ware beter geweest als de man bij de eerste tekenen van ontrouw zijn vrouw impulsief had gedood. Nu leek het toch te veel met voorbedachte rade. “U bedoelt een crime passionnel?”, vroeg de interviewer behulpzaam. Ja, dat bedoelde de jurist, even vergetend dat het bij een dergelijke moord om hartstocht en niet om verlies van sociaal aanzien gaat, en dat zij ook door een vrouw kan worden begaan, iets wat mij in de gedachtenwereld van zwaard-paard-vrouw onmogelijk lijkt.

Als vrouwen zich vereenzelvigen met de islamitische leer en zich neerleggen bij de leefwijze die van hen wordt verlangd, kan men dat accepteren. Als zij zich echter hiervan willen bevrijden, hebben zij recht op steun en degenen die hen hierin gewelddadig belemmeren behoren volgens de regels van ons recht te worden gestraft, zonder de culturele achtergrond als verzachtende omstandigheid. Ik wil wel tolerant zijn, maar soms is verdraagzaamheid de goedkoopste manier om uit een moreel dilemma te komen.

In onze cultuur zijn nog maar weinig maagden te vinden onder de bruiden. Het wit waarin zij trouwen heeft een andere betekenis gekregen, die van het nieuwe begin. Met wie ik ook het bed gedeeld heb, nu ben ik er voortaan voor jou. Waarom gaat de moderne bruidegom eigenlijk niet ook in het wit?