Vrijwel niemand wil terug naar een ongebreideld kapitalisme

De sociale arrangementen in vrijwel alle Westerse landen staan onder druk. Ze gaven het kapitalisme een menselijk gezicht, maar de politieke en financiële grenzen zijn bereikt, aldus Robert J. Samuelson. Er is echter geen reden tot paniek. Als met aanpassingen niet te lang wordt getreuzeld, dan hoeven ze geenszins het einde van de verzorgingsstaat in te luiden.

De strijd over de begroting in Washington wordt zó overheerst door voorgekookt melodrama, dat de belangrijkste kwesties op de achtergond raken. Wie betwijfelt of er wel belangrijke kwesties zijn, moet maar eens kijken wat er gaande is in Frankrijk, waar boze vakbonden primaire openbare diensten hebben platgelegd als reactie op pogingen van de regering haar begrotingstekort te verkleinen.

Parijs en Washington worstelen met het centrale vraagstuk van de moderne verzorgingsstaat: hoe verlaag je massaal verstrekte, maar onbetaalbaar geworden voorzieningen.

Het verschil tussen beide is dat in Washington het verzet tegen de veranderingen wordt aangevoerd door de president. De Amerikaanse president Clinton speelt hier de rol die in Frankrijk de vakbonden spelen. Hij poogt veranderingen te bemoeilijken, of zelfs te verhinderen, door de voorstanders ervan voor wreedaards uit te maken. Hij heeft om zijn argumenten te dramatiseren al tweemaal het 'platleggen' van overheidsdiensten uitgelokt - beide keren als politiek hulpmiddel om de Republikeinen als onverantwoordelijk af te schilderen.

Maar van Parijs valt te leren dat veranderingen die te lang worden uitgesteld uiteindelijk tot sociale beroering leiden. En veranderingen zijn onvermijdelijk, omdat de verzorgingsstaat - een term die Amerikanen verfoeien, maar die bijna evenzeer van toepassing is op de sociale uitgaven in de VS als op die in Europa - failliet dreigt te gaan.

Het stelsel had ooit ten doel het kapitalisme menslievend te maken. Allerwegen riepen regeringen sociale voorzieningen in het leven voor ouden van dagen, werklozen en armen. Wanneer men zegt dat al die voorzieningen onbetaalbaar zijn geworden, betekent dit dat ze twee grenzen hebben bereikt.

De eerste is van politieke aard. Hoewel sociale voorzieningen populair zijn, zijn kiezers niet bereid er meer belasting voor te betalen. Bijna alle industrielanden kennen een betrotingstekort. In veel landen heeft de belastingdruk het omslagpunt van de verminderende meeropbrengst bereikt. Dat wil zeggen dat hogere belastingen tot meer belastingontduiking leiden. De rijken sluizen geld weg naar belastingparadijzen; de minder rijken vluchten in de 'zwarte economie' (informele, onbelaste transacties.)

De tweede grens wordt gesteld door bezuinigingen. Op zeker moment zal een omvangrijke overheid - als gevolg van verstikkende belastingen, geldverspilling en rigide regelgeving - de groei van economie en werkgelegenheid ondermijnen.

Weliswaar is Amerika nog niet op dit punt aangeland, maar de meeste Europese landen wel. In 1995 belopen de overheidsuitgaven in de VS 34 procent van het bruto nationaal produkt. In Duitsland is dat maar liefst 50 procent en in Frankrijk zelfs 54 procent.

De druk op de verzorgingsstaat zal overal en door dezelfde oorzaak nog oplopen: vergrijzing van de bevolking. In de meeste landen gaat het leeuwedeel van de sociale uitgaven op aan ouderdomsuitkeringen. Langere levensduur, de naoorlogse geboortengolf en de stand van de medische wetenschap zorgen samen voor een steeds zwaardere economische druk.

Volgens prognoses van de OESO zal het aantal potentieel werkenden per 65-plusserin de VS (in 1995 4,7) in 2005 zijn gedaald tot 3,3. Voor Frankrijk zijn de overeenkomstige cijfers 2,8 en 1,7; voor Japan 2,8 en 2,1; voor Duitsland 3,1 en 2,3; en voor Italië 2,4 en 1,8.

Tenzij daar verandering in komt zullen, bij de bestaande regelingen voor sociale zekerheid en ziekteverzekering, de uitgaven en de belastingen, of de tekorten, drastisch stijgen. Overal zal men gaan nadenken over verlaging van de uitkeringen, verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd of beide.

Het spookbeeld van de verzorgingsstaat is een suïcidale spiraal. De economie begint te haperen, zodat het moeilijker wordt overheidsuitkeringen te betalen. Maar pogingen om de economie lucht te geven door op de uitkeringen te bezuinigen, stranden op verzet vanuit de bevolking. Europa is al in deze spiraal beland.

In 1973 lag het werkloosheidscijfer in Frankrijk onder de 3 procent; nu is het 11,5 procent. Het gemiddelde voor de hele Europese Unie ligt iets onder de 11 procent. De verzorgingsstaat heeft niet die hele stijging veroorzaakt, maar wel een groot deel.

Toch is veranderen niet gemakkelijk, getuige de stakingen in Frankrijk. En dat terwijl de voorgestelde veranderingen niet eens zo ingrijpend zijn. De kinderbijslag zou een jaar worden bevroren en daarna worden belast; open einde-regelingen voor ziektekosten zouden worden versoberd; en een bescheiden toeslag op de inkomstenbelasting zou het tekort in de sociale zekerheid moeten terugdringen. Globaal genomen zou het stelsel echter niet worden aangetast.

Evenzeer geldt dat de begrotingsvoorstellen van het Congres de Amerikaanse verzorgingsstaat niet zouden ruïneren. Sommige regelingen voor armen (steun aan gezinnen met kinderen en Medicaid, de medische zorg voor armen) zouden grotendeels naar de regeringen van de afzonderlijke staten worden overgeheveld. De groei van Medicare (medische zorg voor bejaarden) zou iets worden vertraagd. Er valt over die veranderingen te twisten; het sociale vangnet zou erdoor kunnen worden verzwakt; maar het is onjuist te stellen dat het zou worden vernield.

En om de Republikeinen zwart te maken, heeft president Clinton nu juist dát gezegd. Ook heeft hij nog niet te goeder trouw onderhandeld, zoals hij bij herhaling had toegezegd, over het streven naar een sluitende begroting. Medio november hebben hij en leidende figuren uit het Congres afgesproken om de federale begroting in zeven jaar sluitend te maken uitgaande van prognoses van het Congressional Budget Office (de parlementaire rekenkamer, red.). Ondanks die toezegging heeft de president nog niet meegedeeld hoe hij dat wil aanpakken. Zijn jongste begrotingsplan leidt in 2002 tot een tekort van 90 miljard dollar - 70 miljard minder dan eerdere plannen.

Net zoals in Frankijk brengt ook in de VS de politiek de huidige kiezer in het krijt tegen de toekomstige. Clinton heeft zich opgeworpen als beschermheer van de huidige.

De vraag waar het om gaat is niet of de verzorgingsstaat blijft bestaan: dat zal hij. Vrijwel niemand wil terug naar een ongebreideld kapitalisme. De vraag is of men excessieve verplichtingen geleidelijk zal weten in te tomen dan wel of men dat gedwongen door een crisis, rigoureus zal moeten doen.

Wie een crisis voorspelt staat nooit sterk. Iedereen kan zien wie er bij planmatige verandering op achteruitgaat; niemand kan precies zien wie er profiteert van een afgewende crisis. Maar niets doen biedt geen oplossing. Hoe eerder de Amerikanen beginnen, hoe gemakkelijker het zal gaan. De Verenigde Staten zitten nog niet in het Europese slop, maar als ze lang treuzelen, dreigen ze er wel in verzeild te raken.

© The Washington Post