Napoleon (1769-1821) & Josephine (1763-1814); De keizer en de wilde meid

EVANGELINE BRUCE: Napoleon and Josephine. An improbable marriage

555 blz., geïll., Weidenfeld & Nicolson 1995, ƒ 73,50

De echtgenoot van Evangeline Bruce was in de jaren vijftig misschien wel de succesvolste ambassadeur die de Verenigde Staten ooit in Parijs hebben gestationeerd, maar zij zelf maakte een nog grotere indruk op de Fransen. Toen zij op 12 december overleed, klonk langs de oevers van de Seine weer menigmaal smachtend “Ah, la charmante Madame Bruce”.

Op de auteursfoto die is afgedrukt op haar laatste boek, Napoleon and Josephine. An improbable marriage, ziet zij er, opzij leunend met een flamboyante hoed op haar hoofd, inderdaad uit als de impeccabele ambassadress die ze was. Het is een opmerkelijk portret, waar haar biografische studie over een van bekendste liefdesparen in de geschiedenis niet voor onderdoet. Het is geen origineel werk van onverbiddelijke historische zorgvuldigheid, maar wat het rechtvaardigt, is dat de liefdesgeschiedenis naar het leven is getekend met zo'n menskunde dat begrip ervoor vanzelf ontstaat bij de lezer.

Josephine Tascher de la Pagerie was een Frans meisje van Martinique, op haar achttiende uitgehuwelijkt aan een koloniale gouverneurszoon in Parijs, Alexandre de Beauharnais. Voor die man heeft de schrijfster geen aardiger woord over dan arrogante kwast. De jonge echtgenote was beter af toen zij na vier jaar in 1785 gescheiden van hem ging leven, als vriendin van andere heren. In 1790 keerde Joséphine terug naar Parijs met haar dochtertje Hortense (die later als echtgenoot van Lodewijk Napoleon nog Koningin van Holland zou worden). In de revolutietijd leefde zij gevaarlijker en geanimeerder dan tevoren. Onder de Terreur in 1794 zat zij drie maanden in de gevangenis, net als haar vervreemde echtgenoot. Hij eindigde op het schavot, zij kwam vrij en werd protégée van Paul Barras, gedeputeerde en later lid van het Directoire.

Haar positie was precair, niet vervelend. Zij zou misschien de voorkeur hebben gegeven aan de generaal Hoche, maar die stelde zich niet beschikbaar, en op 6 maart 1796 trouwde Joséphine met de houterige Corsicaanse generaal Bonaparte, die meteen weg moest om Italië te onderwerpen. Hij was bezeten van begeerte en stuurde haar dagelijks brieven dat zij hem na moest reizen. Maar zij had intussen een nieuwe minnaar en geen zin om Parijs te verlaten. “Qu'il est drôle, Bonaparte,” zei ze tegen een vriendin. Joséphine ging pas in juli, en bleef anderhalf jaar met hem in Italië. Wanneer hij op veldtocht was, en zij in Parijs, hoopte zij - veelal tevergeefs - dat haar nieuwe vriend, de luitenant Hippolyte Charles, langs zou komen.

Bonaparte begon na een tijdje te vermoeden dat Josephine iets anders aan de hand had en barstte bij gelegenheid in woede uit, maar ontnuchterd werd hij niet. Zo was de eerste fase van hun huwelijksgeschiedenis: hij zat achter haar aan, zij had liever een ander en voelde zich beklagenswaardig als zij uit Parijs weg moest, hoe vorstelijk zij ook mocht leven in Italiaanse paleizen.

De verhouding sloeg om toen Napoleon in 1799 terugkwam van zijn Egyptische veldtocht die alleen verliezen had opgeleverd en waarvoor hij zich toch met glans wist te omgeven. Joséphine was hem tegemoetgereisd naar Fréjus waar zij hem misliep. De volgende morgen vond zij een gesloten deur, die pas openging nadat zij uren huilend en roepend op de trap had doorgebracht. Voortaan was Josephine de verlangende, die bibberde en zich vastklampte. De eerste Consul, zoals hij in 1800 werd, en de Keizer wat hij na 2 december 1805 was, begeerde haar nog steeds, maar hij begeerde ook andere vrouwen, die zich gemakkelijk lieten overhalen. Hij vertelde er graag over, en Joséphine maakte zich onbedaarlijke zorgen, vooral omdat zij met reden vreesde dat hij er een zou uitkiezen als moeder voor de opvolging. Zijzelf was na haar twee kinderen van Beauharnais niet meer zwanger geworden. Lag het aan hem, of toch aan haar? Dat wilde hij in ieder geval weten.

De afloop is bekend. Na een gecontroleerd experiment met Marie Walewska bleek dat hij een zoon kon maken (Alexander Walewski, later Fransman en ambassadeur). Hij liet zich in 1809 scheiden van Joséphine, trouwde met de aartshertogin Marie Louise van Oostenrijk en kreeg weer een zoon, die later de Koning van Rome werd. De ex-Keizerin was troosteloos, hoewel na een jaar de correspondentie met Napoleon werd hervat in zorgzame brieven. Marie Louise was dan wel van koninklijke bloede maar veel minder charmant en kon niet goed tegen het omgaan met mensen op reizen en urenlange ontvangsten. Zij raakte vaak uit haar humeur, en de echtelijke scènes waren minstens even explosief als de vorige serie. Toen de zoon geboren was, stuurde Joséphine een betuiging van blijdschap, en na twee jaar kreeg zij gedaan wat zij herhaaldelijk gevraagd had: zij mocht het kind zien zonder dat Marie Louise het merkte. Na de nederlaag bij Leipzig in 1813 schreef zij, “Sire, hoewel ik niet meer in uw vreugden mag delen, zal uw smart altijd ook de mijne zijn...” In mei 1814, toen Napoleon naar Elba was gestuurd, vatte Josephine kou; een paar dagen later stierf zij in de armen van haar zoon Eugène.

Getemde feeks

Of Evangeline Bruce meer pagina's besteedt aan Napoleon dan aan Joséphine heb ik niet gemeten, maar het boek geeft een duidelijker beeld van haar dan van hem, omdat een groter deel van zijn leven buiten de liefde verliep, in werkkamers en op slagvelden. Napoleon is vaak maar vluchtig aanwezig in dit boek. Een halve pagina lang trekt hij op door Duitsland, en dan zijn er alweer twintigduizend man gesneuveld, of zijn de vredesbespreking met de Tsaar in Tilsit in 1807 reeds voorbij.

Joséphine is ook aangenamer gezelschap dan de egocentrische geweldenaar aan wie zij zich tenslotte uitleverde. Die uitlevering, het getemde-feekselement, zal niet iedereen bevallen, maar het is nu te laat om het haar te verwijten en zij vertolkt na zoveel jaren nog in al haar omstandigheden emotie, opstandigheid, zinnelijkheid en belangstelling. De laatste karakteristiek moet zo intens mogelijk worden opgevat en is een vitale eigenschap: wijdopen ogen vol vragen over de wereld: wie hebben we hier, wat beleven we nu weer? Het was haar voornaamste kwaliteit als vorstin, en in persoonlijke ontmoetingen stonden mensen versteld hoe zij vijandschap en onverschilligheid overwon. Alleen met de familie Bonaparte lukte dat haar nooit. Die korzelige Corsicanen bleven haar tegenstanders. Zij bleven mopperen.

Ondanks alle ruzies vergaf Napoleon Josephine altijd omdat hij haar aantrekkelijk bleef vinden. Zij had op haar dertigste al zo'n slecht gebit dat zij alleen lachte met een hand voor haar mond, en wie haar voor het eerst zag vond haar misstaan op het vorstelijke niveau; maar wie dan haar stem hoorde en zag hoe ze haar gezelschap benaderde, liet zich vaak verwonderd door haar inpalmen.

Een onwaarschijnlijk huwelijk, noemt Evangeline Bruce het in haar ondertitel. Dat was het in zeker opzicht, maar onvoorstelbaar is het niet. De verdienste van mevrouw Bruce is dat zij haar eigen titel ontzenuwd heeft: dit huwelijk tussen de geïnspireerde tiran en de overgevoelige wilde meid, was niet onwaarschijnlijker dan andere.