Millenniumwisseling inspireert tot grootse ideeën; Plannenmakers gaan op in 2000

Over 35.000 uur begint het derde millennium. Hedonisten, commerciëlen, Europeanen en idealisten bereiden zich voor.

ROTTERDAM, 30 DEC. Zelfs door zijn autotelefoon - op weg naar de wintersport - klinkt advocaat Michaël Mantz (42) gedreven. Hij is een van de velen die zich door de naderende millenniumwende heeft laten inspireren tot een Idee en dat laat hem geen moment los. Onlangs nog nam hij het tijdens een bezoek aan Amerika door met de politicus-dominee Jesse Jackson. “Ook Clinton en Mandela weten ervan. Iedereen is enthousiast.”

Mantz wil in de oudejaarsnacht van 1999 een 24 uur durende wereldwijde 'mega-televisie-uitzending' van de grond tillen, waarin steeds een ander deel van de wereld het jaar 2000 begroet als de klok daar twaalf slaat. Tijdens het programma, dat betaald moet worden uit reclamegelden, zou aan fondsenwerving voor goede doelen kunnen worden gedaan, alsmede aan vredestichting. “De Dalai Lama vliegt bijvoorbeeld samen met de leider van China over Tibet”, aldus de schriftelijke versie van het plan. Veel verder dan die tekst is het project echter nog niet gekomen.

Bevlogenheid, een creatieve geest en veel verbale overtuigingskracht kenmerken de meeste mensen die zich nu al bezighouden met het nieuwe millennium. Het pragmatisme blijft hierbij wat achter. Exact een jaar geleden schreef NRC Handelsblad een prijsvraag uit voor een origineel, uitvoerbaar idee om de wisseling der millennia in Nederland te markeren. Dit leverde ruim 375 inzendingen op, maar de levensvatbaarheid ervan was zo gering dat de jury afzag van prijsuitreiking.

Toch leverde de prijsvraag iets op. De provincie Flevoland, in de hoofden van veel ideeënleveranciers zeer geschikt voor de plaatsing van allerlei monumenten, paleizen en lasertempels, zag wel brood in het millennium. Er kwam een stichting Flevo 2000, die nu een aantal projecten voorbereidt om Flevoland een facelift te geven. Als het even kan gesubsidieerd door de Europese Unie - bestuurslid Jan Berghs (40) van de stichting is van beroep programmamanager voor het Europese programma bij de provincie. Het verst gevorderd is 'The manufacturing challenge', een uitwisselingsproject voor bedrijven tussen Flevoland en de Engelse regio Newcastle. Vagere plannen zijn er voor een centre of excellence op het gebied van aquacultuur, een nationaal monument en twee grote toeristische attracties “die Flevoland voor eens en voor altijd op de kaart gaan zetten”. Over de aard hiervan wil Berghs nog niets zeggen.

Bij veel millenniumdenkers gaat het idealisme gepaard met een goede neus voor geldelijk gewin. 'Verbeter de wereld, zonder poespas' staat boven het plan van de organisatie The Third Millennium Challenge. In de tekst wordt een “gigantisch economisch plan” aangeroepen van “de Nederlander Pieter Kooistra”, goedgekeurd door wijlen Jan Tinbergen, dat alle wereldburgers aan een basisinkomen helpt.

Pag.2: Pioniers zijn al vele jaren bezig

Maar aan de telefoon is Jan van Buuren (63) van The Third Millennium Challenge vooral vol van de commerciële kant van het verhaal: de marktintroductie van het 'terugtikhorloge' dat de uren, minuten en seconden aftelt tot het jaar 2000 en waarvan de komende maanden de eerste 15.000 exemplaren à 149 gulden in Belgische en Nederlandse winkels moeten liggen. Een tientje per verkocht exemplaar gaat naar een pot genaamd Codename Future, bestemd voor “de jeugd van de wereld”. De winst voor Van Buuren cs bedraagt eveneens tien gulden per verkocht horloge.

De jury van de NRC Handelsblad-prijsvraag reikte dan geen prijzen uit, ze beloonde wel enkele ideeën met een eervolle vermelding. Eén daarvan was Tijdsbeeld Tilburg Tweeduizend, een plan om op 1 januari 2000 alle Tilburgers op de foto te zetten en de foto's digitaal op te slaan, zodat een “uniek tijdsbeeld” ontstaat van “Tilburg en de Tilburgers tijdens de millenniumwende”. Volgens bedenker Hans Leeuwenkamp (50), communicatie-adviseur van de gemeente Tilburg, is het project voor wat betreft de technische kant inmiddels “uitgezet bij een Tilburgse onderneming” en zijn de levenskansen “zeker niet kleiner geworden”.

Een ander niet onaardig plan was volgens de jury het idee om een naamplaat te maken van 200 bij 200 meter waarop in de corpsgrootte van het telefoonboek de namen van alle 15 miljoen Nederlanders zouden worden gegraveerd. Dit idee blijkt in de ijskast te liggen. Bedenker H. Hoek heeft het een keer besproken met iemand van de provincie Flevoland (“want daar zou het natuurlijk mooi kunnen”), maar dit leverde niets op. “Het was een ouwe kerel en hij was niet echt enthousiast.” Hoek heeft nu geen zin meer om er tijd in te steken.

Historicus Bart Lubbers (30) daarentegen is in het afgelopen jaar onvermoeibaar bezig geweest zijn multimediaal Nederlands Historisch Museum te promoten, over de geschiedenis van Nederland van het allerprilste begin tot nu. Dit jaar heeft hij er naar eigen zeggen drie gesprekken per week over gevoerd, maar het benodigde startkapitaal van 17,5 miljoen gulden is nog steeds niet voorhanden. Wel is Lubbers in onderhandeling met de Amsterdamse Hervormde Kerk, die per 1 januari 2000 een nieuwe bestemming zoekt voor de lokatie 'Amstelhof', waar het museum eventueel zou kunnen verrijzen.

Wie zich nog in het geheel niet bezighoudt met het derde millennium is de Nederlandse overheid. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Britse regering, die 4,5 miljard gulden ter beschikking heeft gesteld aan een nationale Millennium Commissie. Van dit geld zullen allerlei bijzondere exposities en culturele evenementen worden betaald. Het gebrek aan initiatief van de Nederlandse overheid stuit op veel onbegrip bij de millennium-adepten. Guido Enthoven (33), een jurist die tekent voor het idee om rond de millenniumwisseling in een aantal Europese steden het megafestival 'Eurotopia' voor jongeren te organiseren: “Het is toch vreemd dat er in Nederland helemaal niets gebeurt. Als je wat meer dynamiek wilt in de samenleving moet je de mensen wel een beetje inspireren.”

Met dezelfde mening wendt Kees Paling, werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, zich tot staatssecretaris Nuis (cultuur) in zijn boek Het fin de siècle als uitdaging, cultuur aan de vooravond van het derde millennium, in het voorjaar te verschijnen bij uitgeverij Ambo. Nuis zou best eens wat mogen ondernemen rond het jaar 2000, vindt hij. “Ook al is het kunstmatig, het is wel iets dat mensen in cultuur-psychologische zin iets doet. Als je vrede wilt stichten moet je het nu doen.”

In zijn boek vergelijkt Paling het huidige fin de siècle-gevoel met dat van honderd en duizend jaar geleden. “Het verhaal gaat dat in 999 iedereen biddend en sidderend in de kathedralen bijeenkwam, wachtend op het einde der tijden. Maar volgens serieuze onderzoekers waren het vooral de geletterden die zich er druk over maakten. Het volk vond de wisseling der seizoenen veel belangrijker.” Dit veranderde met de opkomst van de massamedia. “Honderd jaar geleden waren er nogal wat kranten die er aandacht aan besteedden en je had telegraaf, telefoon. Zo kon men elkaar een gevoel van decadentie, verval aanpraten. Als je dat doortrekt kun je zeggen: over vijf jaar zal het nog grootser, nog massaler zijn in de beleving van mensen, want de afgelopen jaren heeft de communicatie een revolutie doorgemaakt.”

Deze voorspelling lijkt deugdelijk. Afgezien van plannen om het jaar 2000 op een bepaalde manier te markeren, zijn er in Nederland talloze stichtingen en stichtinkjes die de millenniumwisseling willen aangrijpen om 'iets' te veranderen. De stichting IJkjaar 2000, opgericht in het kielzog van de prijsvraag in NRC Handelsblad, is volgens H.J. van Houten in gesprek met enkele tientallen deelnemers aan de prijsvraag. Voornamelijk per computer wisselen zij van gedachten over onderwerpen als euthanasie- en drugsbeleid. Doel: de ontwikkeling van een scenario waarin staat hoe het vanaf 2000 verder moet met Nederland. Volgens Van Houten zijn de discussianten voor het overgrote deel “jeugdige idealisten en bezadigde ouderen die zich zorgen maken”.

R. Verhoeven, bestuurslid van de stichting Operatie Millenniumwisseling, wil het jaar 2000 luister bijzetten door de verplaatsing van het Amsterdamse Centraal Station naar de overkant van het IJ. Hij vindt het station nu “een kwelling” en de achterkant “een guur, ongezellig oord”. “Het Noord- en Zuid Hollandsch koffiehuis aan het water. Op het Damrak staan en naar open water kijken.” Verhoeven zucht van verrukking bij die gedachte. Hij vindt Amsterdam al veel te lang een “half benutte stad”, in handen van “de mediocratie”. “In sporttermen uitgedrukt hoort Amsterdam nog niet eens thuis in de eerste divisie.” Verbeelding - dat is nodig. “Verbeelding is hier iets negatiefs omdat het begrip meteen wordt geassocieerd met kapsones en niet met voorstellingsvermogen.”

De pioniers van het millenniumdenken zijn al vele jaren bezig. Schrijver-columnist Gerrit Komrij schreef begin jaren negentig al dat hij er absoluut niets mee te maken wilde hebben. De historicus H.L. Wesseling wijdde op 7 januari 1993 zijn eerste column in deze krant aan een relativering van de millenniumwisseling. “Het bijzondere ervan is slechts een gevolg van het tientallig stelsel en van het feit dat lang geleden aan het jaar van de geboorte van Christus een speciale betekenis werd toegekend.” Donateurs van de Haarlemse stichting Millennium, die vanaf 1987 bestaat, krijgen elk jaar een in opdracht vervaardigd kunstgeschenk, terwijl ook in de Haarlemse openbare ruimte millenniumkunst verrijst. Het tijdschrift Millennium, opgericht om een beeld te geven van de cultuur van het laatste decennium, ging eerder dit jaar ter ziele wegens een tekort aan middelen en mensen, maar zal volgens een ex-redacteur mogelijk herrijzen, want “de redactie is nog steeds actief”.

En dan zijn er nog de feestgangers. Iedereen weet te vertellen dat er een Concorde zal worden gehuurd (voor ongeveer een miljoen gulden), die vanaf Parijs naar het westen zal vliegen om in de lucht verschillende malen een tijdgrens te overschrijden en aldus het knalfeest meer dan eens te vieren, maar niemand weet wie dit gaat doen. Directeur Ton Poppes van de Amsterdamse discotheek Escape zou het wel leuk vinden om op het Rembrandtplein de grootste toren ooit te bouwen van gevulde champagneglazen, maar is nog niet begonnen met de verwezenlijking.

Ten slotte is er de stichting Eeuwfeest voor Optimisten. Al in 1980 nodigde deze organisatie tamelijk willekeurig 250 mensen uit voor een oudejaarsfeestje in het toenmalige Sonestahotel in Amsterdam, dat inmiddels Renaissance-hotel heet. Alle 250 donateurs maken elk jaar 25 gulden over. Inclusief rente bedraagt het kapitaal van de stichting inmiddels 109.000 gulden, aldus bestuursvoorzitter Henk Horstman. Over het feestprogramma wil hij nog niets kwijt, behalve dat het grandioos wordt en lang gaat duren. Eén succes hebben de Optimisten binnen: opname in het Guinness Book of Records voor het feest met de langste voorbereiding.

Met medewerking van Anneke Visser